Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 51 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.208

    Klacht tegen uroloog. Klager is sinds 2016 bij de vakgroep urologie van een ziekenhuis bekend in verband met een blaascarcinoom. In 2018 was een TUR-blaas geïndiceerd en met klager besproken. Klager heeft tijdens dit consult aangegeven dat hij niet wilde dat de operatie door uroloog X. zou worden uitgevoerd. De operatie is vervolgens gepland. In de brief van het opnamebureau is vermeld dat dr. Y. de operatie zou uitvoeren. De operatie is uitgevoerd door Z. verweerder, toentertijd AIOS in het laatste jaar van zijn opleiding. Dr. Y. was voor supervisie op het moment van de operatie aanwezig in het OK-complex. De klacht houdt in dat: 1. de operatie niet is uitgevoerd door dr. Y zoals vermeld in de brief van het opnamebureau; 2.  klager als gevolg van de operatie last heeft van incontinentie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:203 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.209

    Klacht tegen uroloog. Klager is sinds 2016 bij de vakgroep urologie van een ziekenhuis bekend in verband met een blaascarcinoom. Het ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis (voor artsen/specialisten). In 2018 was een TUR-blaas geïndiceerd en met klager besproken. Klager heeft tijdens dit consult aangegeven dat hij niet wilde dat de operatie door uroloog X. zou worden uitgevoerd. De operatie is vervolgens gepland. In de brief van het opnamebureau is vermeld dat verweerder de operatie zou uitvoeren. De operatie is uitgevoerd door dr. Y., toentertijd AIOS in het laatste jaar van zijn opleiding. Verweerder was voor supervisie op het moment van de operatie aanwezig in het OK-complex. De klacht houdt in dat: 1. de operatie niet is uitgevoerd door verweerder zoals vermeld in de brief van het opnamebureau; 2.  Klager als gevolg van de operatie last heeft van incontinentie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.071

    Klacht van Inspectie tegen radioloog. De klacht betreft een patiënte die per ambulance via de spoedeisende hulp (SEH) van het ziekenhuis werd binnengebracht met een verdenking op een subarachnoïdale bloeding. De neuroloog startte de behandeling en patiënte is later die avond overgedragen aan de intensive care. Toen de neurologische toestand verslechterde is beklaagde erbij gekomen voor een diagnostische angiografie. Patiënte en familie waren in de veronderstelling dat er ook een coiling zou worden uitgevoerd, maar deze is toen niet uitgevoerd. Er volgde een acute neurologische verslechtering. De coiling werd vervolgens uitgevoerd, maar patiënte vertoonde onvoldoende verbeteringen is twee weken later overleden. Er is een calamiteitenrapport opgesteld. De klacht bevat drie klachtonderdelen: 1. b eklaagde is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte omdat hij de coiling van patiënte niet zo spoedig mogelijk na de opname heeft uitgevoerd; 2. beklaagde is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte omdat hij a) geen overleg heeft gevoerd met de betrokken zorgverleners en b) heeft nagelaten de betrokken zorgverleners over zijn besluit te informeren; 3. de communicatie van beklaagde richting patiënte en de familie van patiënte was onvoldoende. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 2b gegrond, wijst de klacht voor het overige af en legt de radioloog de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.075

    .

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/029

    Klager dient een klacht in tegen een arts-assistent in opleiding tot psychiater met het verwijt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het vaststellen van de diagnose 'paranoïde wanen' en 'floride psychotisch toestandsbeeld' in zijn rapportage van 10 januari 2017. Daarnaast heeft verweerder zijn beroepsgeheim geschonden door tijdens gesprekken, waarbij familieleden van klager aanwezig waren, medische informatie over klager te verstrekken. Ook heeft verweerder zijn supervisor beïnvloed waardoor zij bij de behandeling van de gevraagde RM een valse verklaring heeft afgegeven, terwijl klager haar nog nooit had gesproken Verweeder daarentegen stelt dat hij met klager de werkhypothese psychotische ontregeling heeft gesproken en dat dat met medicatie moest worden behandeld. Wanneer klager dat zou blijven weigeren, moest een rm worden aangevraagd, zo heeft verweerder aan klager uitgelegd. Verweerder heeft zorgvuldig gediagnosticeerd en geen onjuiste verklaring in het dossier opgenomen of afgegeven. Hij bewist zijn beroepsgeheim geschonden te hebben; de familieleden waren ook bij de rm-zittingen aanwezig, waartegen klager geen bezwaar heeft gemaakt, en ook medische informatie is gedeeld. Op latere tijdstippen heeft verweerder gesproken met familieleden op basis van veronderstelde toestemming van klager. Bovendien heeft  heeft klager ingestemd met aanwezigheid van zijn ouders, die toezicht moesten houden na een eventueel voorwaardelijk ontslag, tijdens een ZAG-gespprek, zo stelt verweerder. Het college verklaart de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/037

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater met het verwijt dat zij als hoofdbehandelaar/supervisor van een andere arts zich (mede) schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het vaststellen van de diagnose 'paranoïde wanen' en 'floride psychotisch toestandsbeeld'; ook zij heeft ter zittin in het kader van een rm-beoordeling verklaard dat klager zou lijden aan een geestesstoornis. De psychiater heeft daarnaast misbruik gemaakt van haar positie als arts tijdens de IBS-periode, waarmee zij klagers gezondheid ernstig heeft geschaad door het inzetten van dwangmedicatie en door klager onnodig onder druk te zetten. Verweerster heeft onder meer aangevoerd dat met klager  de werkhypothese psychotische ontregeling is besproken en dat dat met medicatie moest worden behandeld en wanneer klager dat zou blijven weigeren een rechterlijke machtiging aangevraagd zou worden. Verweerster heeft zorgvuldig gediagnosticeerd, geen onjuiste verklaring afgegeven of opgenomen in het dossier en er is geen sprake geweest van misbruik of chantage door het dreigen met dwangmedicatie, zo stelt verweerster. Het tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.001

    Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft klaagster in 2010 op consult gezien naar aanleiding van verschillende klachten. De moeder van klaagster heeft insectenbeten als mogelijke oorzaak naar voren gebracht. De huisarts zag geen aanwijzingen voor zorgen over een tekenbeet . Na april 2013 is de huisarts niet meer bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. In 2014 heeft klaagster bij de opvolgend huisarts de mogelijkheid van een tekenbeet naar voren gebracht. Door een Duitse arts is in 2014 bij klaagster een erythema migrans en Lyme vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij een erythema migrans niet heeft herkend, geen Lymetest heeft aangevraagd en geen medische behandeling heeft ingezet tegen de ziekte van Lyme en/of andere tekenbeetziekten. Het RTG heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het CTG verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.241

    Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft klagers moeder behandeld en vervolgens overgedragen aan een collega- cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.242

    Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft de behandeling van klagers moeder overgenomen van een collega-cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.371

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klager heeft een huisartsenpraktijk en was als huisarts de hoofdbehandelaar van zijn schoonmoeder. Zijn schoonmoeder (patiënte) woonde in een verpleeghuis. Zij leed aan dementie. In juli 2016 overleed zij . Het Openbaar Ministerie is een onderzoek gestart naar de dood van de patiënte en de betrokkenheid van klager hierbij. Beklaagde is specialist ouderengeneeskunde en tevens forensisch arts. Op verzoek van het Openbaar Ministerie heeft de politie beklaagde benaderd en hem verzocht om aan de hand van het medisch dossier een aantal vragen te beantwoorden over de aan patiënte toegediende medicatie en haar overlijden. Beklaagde heeft een verslag gemaakt. De klacht houdt in: 1. beklaagde is buiten het terrein van zijn eigen kennen en kunnen als deskundige opgetreden; 2. beklaagde heeft verstrekkende ongefundeerde medisch onjuiste uitspraken gedaan; 3. het verslag is onzorgvuldig en onduidelijk opgemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart opnieuw rechtdoende  de klacht deels gegrond zoals in r.o. 4.6 en 4.7 is overwogen,  legt de arts de maatregel van waarschuwing op en wijst het verzoek tot kostenveroordeling af.