Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 81-90 van de 115 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.123

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager en klaagster zijn de broer respectievelijk dochter van de overleden patiënte. Patiënte verbleef in verband met een suïcide poging vanaf maart 2017 tot en met 6 juni 2017 op de gesloten afdeling van een zorginstelling waar verweerster, gz-pyscholoog, werkzaam was. Op laatstgenoemde datum is patiënte overgeplaatst naar de woongroep waar zij eerder verbleef. Verweerster was gedurende de opname op de gesloten afdeling medebehandelaar van patiënte. Zij maakte onderdeel uit van een multidisciplinair team. In augustus 2017 is patiënte door suïcide overleden. Klagers verwijten verweerster in verband met het overlijden van patiënte dat zij in strijd heeft gehandeld met de zorg die zij behoorde te betrachten. Verweerster zou geen oog hebben gehad voor de gezondheidstoestand van patiënte maar uitsluitend bestuurlijk beleid hebben uitgevoerd, met de dood van patiënte tot gevolg. Patiënte was aangewezen op behandeling in een veilige omgeving maar er is geen enkele poging gedaan om patiënte te laten opnemen in een veiliger instelling. Patiënte is door verweerster aan haar lot overgelaten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt, zij het op andere gronden, tot datzelfde oordeel en verwerpt het door klagers ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.270

    Klacht tegen een neuroloog. Klager heeft tweemaal een aanval van dubbelzien gehad en heeft sindsdien last van geheugenverlies en aanvallen van vermoeidheid. In het kader van klagers arbeidsongeschiktheidsverzekering is er door onder andere verweerder, neuroloog, onderzoek gedaan naar de vraag of de klachten van klager fysiek of psychisch van aard zijn. Klager is alleen verzekerd voor arbeidsongeschiktheid in verband met fysieke klachten. Klager verwijt verweerder dat hij 1) het oordeel van Psyon dat de klachten fysiek van aard zijn naast zich neer heeft gelegd en een tegenovergestelde conclusie aan de verzekeraar van klager heeft doorgegeven, 2) de tegenovergestelde conclusie aan de verzekeraar van klager heeft doorgegeven, terwijl hij zelf heeft aangegeven onvoldoende kennis te hebben van het vakgebied waarop klager is onderzocht, en 3) heeft geprobeerd invloed uit te oefenen op de resultaten van het onderzoek door Psyon. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard, ter zake daarvan aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige afgewezen. Het beroep van de arts richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en de ter zake daarvan opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart klachtonderdeel 2 alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.190

    Klacht tegen huisarts. Verweerder is de huisarts van de dochter van klager over wie klager, na een echtscheiding, niet het ouderlijk gezag heeft. Klager heeft verweerder om informatie over het medicijngebruik van zijn dochter verzocht. Klager verwijt verweerder in de kern dat hij die informatie niet verstrekt. Verweerder stelt dat de dochter daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.144

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster is onder behandeling bij een polikliniek voor epilepsie. In 2004 is na neuropsychologisch onderzoek (NPO) afgezien van een hersenoperatie. In 2014 kwam dezelfde vraag opnieuw op. Na onderzoek is klaagster begin 2017 geopereerd door een neurochirurg. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat hij haar na de intake nooit meer heeft opgeroepen en onvoldoende sturing heeft gegeven aan (leden van) de pre-chirurgische werkgroep en voorts dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over bijwerkingen die na de operatie zouden kunnen optreden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.142

    Klacht tegen arts. Klaagsters zijn de nichten van een inmiddels overleden patiënte. Verweerder was arts in het verpleeghuis waar patiënte was opgenomen. De klacht houdt in dat verweerder door toediening van morfine aan patiënte tegen haar wil heeft gehandeld en haar de vrijheid heeft ontnomen haar sterfproces vorm te geven op een wijze die zij op grond van haar geloofsovertuiging verantwoord heeft geacht. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. In beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat is gebleken dan tussen klaagsters en verweerder, in afwijking van het gebruikelijk comfortbeleid, afspraken zijn gemaakt over de invulling van het stervensproces van patiënte en dat het toedienen van morfine zonder overleg/instemming van de mentoren in strijd met de gemaakte afspraak was. Verweerder heeft over deze afspraken onvoldoende vastgelegd in het medisch dossier. Het is verder niet aannemelijk dat bij patiënte sprake was van dusdanig ondraaglijk lijden dat in afwijking van de gemaakte afspraken zonder overleg morfine mocht worden toegediend. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op en wijst de klacht voor het overige af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.272

    Klacht van tandarts tegen een collega-tandarts. Klager verwijt de collega-tandarts dat hij een second opinion heeft uitgevoerd bij een patiënt en dat hij deze patiënt vervolgens niet heeft teruggewezen naar klager, maar zelf in zijn praktijk heeft toegelaten. Dit is volgens klager in strijd met de NMT praktijkrichtlijn Second Opinion. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, omdat geen sprake is van een second opinion-situatie. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/363

    Klaagster dient een klacht in tegen een bedrijfsarts met het verwijt dat zij zich moest uitkleden voor lichamelijk onderzoek terwijl dat volgens klaagster - gelet op haar klachten - niet nodig was geweest. Ook zou verweerder (ongepaste) opmerkingen hebben gemaakt over tatoeages. Verweerder bewist dat hij klaagster ten onrechte zich zou hebben laten uitkleden en ongepaste opmerkingen zou maken. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.187

    Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster heeft samen met een eveneens aangeklaagde mede-rapporteur in het kader van een echtscheidingsprocedure een onderzoek verricht naar de personen en de opvoedingsvaardigheden van klaagster en haar ex-partner. Na inzage van het concept rapport heeft klaagster bezwaar gemaakt. Het deel van het rapport dat op haar betrekking heeft, is niet verzonden. Klaagster maakt de rapporteurs een aantal verwijten over de gang van zaken bij de totstandkoming van het rapport. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.154

    Klager is de broer van de aangeklaagde (voormalig) arts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat er geen sprake was van een behandelrelatie, dat de gedragingen van de arts uitsluitend in de privésfeer hebben plaatsgevonden en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.165

    Klacht tegen psychiater. Verweerder is als psychiater werkzaam bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is bij die instelling onder behandeling. Zij had over haar behandeling een tuchtklacht ingediend tegen een collega-psychiater van verweerder. Verweerder heeft met de collega-psychiater gesproken over de situatie van klaagster. In dit verband heeft hij ook het medisch dossier van klaagster geraadpleegd. Op verzoek van de collega-psychiater heeft verweerder het verslag van het gesprek uitgeprint en ondertekend. De collega-psychiater heeft dit gespreksverslag vervolgens ingebracht in de tegen hem lopende tuchtprocedure. De klacht houdt kort gezegd in dat 1) de door de psychiater opgestelde verklaring niet voldoet aan de eisen die worden gesteld aan een deskundigenbericht met externe werking, en 2) de psychiater onethisch heeft gehandeld nu hij zonder de toestemming van klaagsters haar medisch dossier heeft ingezien. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard. Ter zake van klachtonderdeel 1 is aan de psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege zag geen aanleiding voor het opleggen van een maatregel ter zake van klachtonderdeel 2. Het beroep van de psychiater richt zich tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover het klachtonderdeel 1 betreft. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel gegrond en oordeelt dat ter zake daarvan kan worden volstaan met het opleggen van de maatregel van waarschuwing.