Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 11039 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/8

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Beklaagde heeft het destijds 4-jarige dochtertje van klaagster behandeld wegens urine incontinentie. Het college kan niet vaststellen dat beklaagde een of meerdere rectaal touchers heeft verricht. Van beklaagde had mogen worden verwacht dat zij een afkorting zoals RT in het dossier zou hebben toegelicht. Immers kan het gebruik van afkortingen zonder uitleg leiden tot misverstanden, zoals hier ook gebleken is. Het achterwege laten van die uitleg is echter onvoldoende om te kunnen vaststellen dat beklaagde een rectaal toucher heeft verricht. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Het sturen van een rekening voor een gesprek met de ouders had achterwege moeten blijven toen duidelijk was dat het om een klachtgesprek ging. Dit klachtonderdeel is gegrond. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen V2021/01

    Voordracht IGJ tot doorhaling in het Big-register van verloskundige vanwege o.a. alcohol- en persoonlijkheidsproblematiek. Hangende de procedure zijn er positieve ontwikkelingen. Zij heeft verschillende therapieën gevolgd en behandeling gezocht bij VNN. Zij is trouw in haar behandelafspraken. Het college volstaat met het verbinden van voorwaarden aan de beroepsuitoefening.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/20-2021-002

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt beklaagde dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten/grensoverschrijdend gedrag. Het College acht de verklaring van de fysiotherapeut dat de borsten tijdens de behandeling onbedoeld kunnen zijn aangeraakt, maar dat niet in de tepels is geknepen niet geloofwaardig nu die verklaring pas ter zitting voor het eerst is afgelegd. De fysiotherapeut heeft ter zitting erkend dat hij klaagster een zoen op haar voorhoofd heeft gegeven. De verklaring van klaagster ter zitting dat tijdens de behandeling richting de schaamstreek werd gewreven, is ter zitting niet uitdrukkelijk weersproken. Klacht gegrond verklaard, schorsing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.230

    Klacht tegen een internist. De klacht betreft de moeder van klaagster, overleden in 2010. Patiënte is na opname in het ziekenhuis door verschillende specialisten onderzocht. Patiënte zou, na een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer tien dagen, naar huis gaan. Haar waarden waren stabiel, patiënte had geen zuurstof meer nodig en de behandeling met antibiotica was afgerond. De nacht voordat patiënte naar huis zou gaan, is patiënte onverwacht overleden. Klaagster maakt de internist verschillende verwijten, waaronder het verwijt dat zij haar als hoofdbehandelaar nooit heeft gesproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:203 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.231

    Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht betreft de moeder van klaagster, overleden in 2010. Patiënte is na opname in het ziekenhuis door verschillende specialisten onderzocht. Patiënte zou, na een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer tien dagen, naar huis gaan. Haar waarden waren stabiel, patiënte had geen zuurstof meer nodig en de behandeling met antibiotica was afgerond. De nacht voordat patiënte naar huis zou gaan, is patiënte onverwacht overleden. Klaagster maakt de verpleegkundige verschillende verwijten, maar de verpleegkundige kan zich (de opname van) patiënte niet herinneren. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.232

    Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht betreft de moeder van klaagster, overleden in 2010. Patiënte is na opname in het ziekenhuis door verschillende specialisten onderzocht. Patiënte zou, na een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer tien dagen, naar huis gaan. Haar waarden waren stabiel, patiënte had geen zuurstof meer nodig en de behandeling met antibiotica was afgerond. De nacht voordat patiënte naar huis zou gaan, is patiënte onverwacht overleden. Klaagster maakt de verpleegkundige verschillende verwijten, maar de verpleegkundige kan zich (de opname van) patiënte niet herinneren.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.042

    Klacht tegen cardioloog, in 2010 arts in opleiding tot specialist. De klacht gaat over de behandeling van de moeder van klaagster, die eind 2010 is overleden. Zij was in de anderhalve week tot aan haar onverwachte overlijden opgenomen in het ziekenhuis waar de arts werkzaam was. Klaagster verwijt de arts dat zij a. afspraken niet is nagekomen, b. tekort is geschoten in de zorgplicht, c. de behandeling heeft gewijzigd, d. een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven en e. patiënte zeer onverwacht en zonder dringende reden heeft ontslagen. Ter onderbouwing voert klaagster onder meer aan dat de arts de behandeling van patiënte van de een op de andere dag heeft stopgezet, de zuurstoftoevoer heeft stopgezet en een herziening van het reanimatiebeleid heeft verzwegen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:206 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.033

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster is medio 2019 uitgevallen als huisarts van een grotere huisartsenpraktijk. Zij wordt eerst begeleid door de vaste bedrijfsarts van de werkgever. Deze verwijst klaagster in overleg met haar huisarts naar een GGZ-psycholoog. Verweerder is werkzaam als zelfstandig bedrijfsarts en neemt op verzoek van de werkgever de taken van de vaste bedrijfsarts over. Na een driegesprek met klaagster, verweerder en de werkgever volgt een re-integratieadvies van verweerder. Een UWV-deskundigen advies geeft aan dat klaagster niet (volledig) geschikt is voor haar eigen werk. Klaagster wordt op advies van de GGZ-psycholoog doorverwezen naar een psychiater. In 2020 wordt klaagster weer door haar oude bedrijfsarts begeleid die in een rapportage vaststelt dat de toestand van klaagster is verslechterd. In het klaagschrift wordt een groot aantal klachten geformuleerd. Met instemming van klaagster en haar gemachtigde is de klacht als volgt geformuleerd: klaagster verwijt beklaagde dat hij verwijtbaar tekort is geschoten in zijn begeleiding van klaagster en dat zij daardoor schade heeft opgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt een voorwaardelijke schorsing van de bevoegdheid van beklaagde op om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Publicatie in geanonimiseerde vorm. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de bedrijfsarts.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/51

    Ongegronde klacht tegen een oogarts. Klagers verwijten de oogarts dat hij de zoon van klagers niet zelf heeft onderzocht en dit heeft overgelaten aan een orthoptist. Daarnaast verwijten zij de oogarts dat onvoldoende onderzoek is gedaan, en dat de verwijzing van drie maanden voor (vervolg)onderzoek een te lange termijn is. Het college overweegt dat het gebruikelijk is dat bij scheelzien eerst een orthoptisch onderzoek plaatsvindt en dat een orthoptist zelfstandig haar/zijn beroep uitoefent. De juiste testen zijn gedaan en er is een volledig orthoptisch onderzoek verricht. Er was geen aanleiding om zo spoedig mogelijk over te gaan tot het vervolgonderzoek. De periode voor de vervolgafspraak is aan de lange kant voor het doen van een eerste funduscopie, maar valt binnen de maximaal toelaatbare termijn bij afwezigheid van alarmerende symptomen of bevindingen en is een termijn die vaker binnen de beroepsgroep wordt gehanteerd. Klacht ongegrond. 

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.043

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is tweemaal bij haar op consult geweest met buikpijnklachten. Tussen de consulten zat ongeveer twee weken. De eerste keer heeft de huisarts de diagnose obstipatie gesteld. De tweede keer heeft zij klaagster - na aandringen van klaagster en haar moeder - voor een echo doorverwezen naar het ziekenhuis. Daar werd een grote cyste geconstateerd die een dag later operatief is verwijderd. Klaagster verwijt beklaagde dat zij de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, een verkeerde diagnose heeft gesteld en klaagster niet eerder naar het ziekenhuis heeft doorverwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er geen verkeerde diagnose is gesteld en verklaart de klacht verder gegrond. De berisping blijf gehandhaafd.