Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 10662 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.100

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De psychiater was van 2 november 2017 tot half maart 2019 betrokken bij de behandeling van klaagster. De bijdrage van de psychiater bij de behandeling was het controleren en voorschrijven van de medicatie. Klaagster verwijt de psychiater dat hij niet naar klaagster heeft geluisterd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde psychiater geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2091 rectificatiebeslissing

    Verweerster wordt onder meer verweten dat: 1)             zij haar (privé)gevoelens met klaagster, als cliënt, heeft gedeeld, terwijl klaagster nog bezig was met relatietherapie. Klaagster had nooit willen weten dat verweerster liefdesgevoelens voor haar ex-partner had gekregen. Klaagster vindt dat erg onprofessioneel en er is geen rekening gehouden met haar kwetsbare psychische staat van zijn op 26 juni 2020; 2)             zij na het ontdekken van haar gevoelens niet meteen de behandeling met klaagster heeft stopgezet, maar zeker nog één therapie aan klaagster heeft gegeven; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.101

    Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De arts was als arts assistent in opleiding tot specialist psychiatrie betrokken bij de behandeling van klaagster van 26 juni 2019 tot en met haar ontslag op 19 juli 2019. De klacht luidt dat de arts een volger is van de leugens over klaagster die zijn collega’s hem voorhouden.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde arts geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.043

    Klacht tegen een internist. Bij klaagster was borstkanker vastgesteld, waarna zij een borstsparende operatie heeft ondergaan. De internist is in januari 2009 voor het eerst bij klaagsters behandeling betrokken geraakt. Klaagster verwijt de internist dat zij klaagster heeft gebruikt als testpersoon voor de behandeling met immunotherapie en haar onjuiste informatie heeft gegeven over de prognose van haar ziekte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor zover het handelen betreft voor 16 april 2009 niet-ontvankelijk verklaard, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.254

    Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. De aangeklaagde KNO-arts was medebeoordelaar van dit beleid en heeft hierover met klager telefonisch contact gehad. Klager verwijt de KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.073

    Klacht tegen een chirurg. Bij klaagster is tijdens het bevolkingsonderzoek een afwijking de linkerborst gevonden. Zij kwam daarvoor in behandeling in het ziekenhuis waar de chirurg destijds werkzaam was. Klaagster is gezien door een nurse practitioner in opleiding en uit nader onderzoek bleek dat sprake was van borstkanker. De chirurg was als supervisor aanwezig en maakte deel uit van het multidisciplinair overleg waar klaagster is besproken. Hij heeft na dit overleg het voorlopig behandelplan opgesteld en getekend. Klaagster verwijt de chirurg geen of onvoldoende dossiervoering, dat hij teveel taken heeft laat verrichten door een (leerling) nurse practitioner en dat hij zonder informed consent klaagster heeft willen laten deelnemen aan medisch wetenschappelijk onderzoek.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.255

    Klacht tegen arts in opleiding tot KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO‑arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. De aangeklaagde KNO‑arts in opleiding heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. Klager verwijt de KNO‑arts in opleiding dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.187

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.291

    Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. De beklaagde KNO‑arts (destijds KNO-arts in opleiding) heeft eenmalig telefonisch contact gehad met klager. Daarna is klager opnieuw gezien door de eerste KNO-arts in opleiding en heeft klager telefonisch contact gehad met diens supervisor (eveneens aangeklaagd, C2019.254). Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. Klager verwijt de beklaagde KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.098

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De verpleegkundige is sinds 2019 bij de behandeling van klaagster betrokken als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij: 1) depotmedicatie heeft achtergehouden en niet heeft toegediend, 2) zich hiervoor heeft willen indekken door op 3 mei 2019 een e-mail te sturen dat klaagster de dag ervoor niet op de afspraak was verschenen, en 3) bij klaagster heeft aangedrongen om te verhuizen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.