Zoekresultaten 41-50 van de 14626 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8048
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76
Klager verwijt verweerder in brede zin nalatig en onprofessioneel handelen, onder meer vanwege gebrekkige ondersteuning richting de gemeente, onvoldoende opvolging van verwijzingen, onjuiste advisering en communicatie en onjuistheden in het medisch dossier. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij een feitelijke medische brief voor de gemeente opgesteld, de gevraagde verwijzingen verzorgd en passend medisch advies gegeven. Voor zover feiten niet kunnen worden vastgesteld, kan door het college geen tuchtrechtelijk verwijt worden aangenomen. Daarnaast zijn verschillende klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd of feitelijk onjuist gebleken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2892
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:90
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een uroloog. De echtgenote van klager was onder behandeling bij de uroloog. Klager verwijt de uroloog dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Tevens klaagt hij erover dat hij aan het lijntje is gehouden door patiëntenbelang, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn echtgenote incontinentiemateriaal nodig had en dat hij voor paal stond bij de apotheek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte kennelijk niet ontvankelijk in de klacht verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8238
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77
Klaagster had een geschil met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Verweerder is verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Hij heeft een herbeoordeling verricht in bezwaar, beroep en hoger beroep. In hoger beroep heeft verweerder uiteindelijk zijn standpunt herzien, hetgeen leidde tot de toekenning van een uitkering. Klaagster maakt verweerder uiteenlopende verwijten, onder meer over het ten onrechte volharden in zijn eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de diagnose ME/CVS in 2019 en de weigering om direct daarna de behandelaren van klaagster te raadplegen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2885
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:91
Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was onder ambulante behandeling bij de crisisdienst van een GGZ-instelling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de psychiater hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7714
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78
Klagers verwijten de huisarts onder meer dat hij hen onjuist en zonder toestemming heeft doorverwezen naar de specialistische GGZ, hun integriteit heeft geschonden, onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het medisch dossier gebreken vertoont. De klachten vinden hun oorsprong in onvrede over eerdere verwijzingen naar en afwijzingen door een psychologenpraktijk. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en zich juist heeft ingespannen om passende hulp voor klagers te organiseren. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat de huisarts steeds in overleg met klager heeft gehandeld, hem voldoende heeft geïnformeerd en diens instemming heeft verkregen voor de verwijzing naar de specialistische GGZ. Van een verwijzing buiten klager om of van tegenstrijdige verklaringen is geen sprake. Ook het medisch dossier is adequaat bijgehouden en voldoet aan de wettelijke eisen. Voor zover klachten zien op handelen van andere zorgverleners binnen de praktijk, geldt dat de huisarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2884
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:86
Ongegrond klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de verpleegkundig specialist hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8687
- Datum publicatie: 24-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:95
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Onder supervisie van een verzekeringsarts (verweerder in zaak A2025/8689) heeft de AIOS medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster verwijt de AIOS dat zij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de AIOS op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8656
- Datum publicatie: 24-04-2026
- Datum uitspraak: 23-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61
Kennelijk ongegronde klacht van een nabestaande tegen een verpleegkundige. De (wijk)verpleegkundige is in de nacht voorafgaand aan het overlijden bij patiënte geweest op verzoek van klager, wegens buikpijn. De verpleegkundige is kort bij patiënte geweest en is weer weggegaan. Klager verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij geen adequate controles heeft gedaan en de situatie niet goed heeft ingeschat.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8688
- Datum publicatie: 24-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:96
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Twee (AIOS) verzekeringsartsen verweerders in A2025/8787 en 8689) hebben medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster was niet tevreden over deze adviezen en diende klachten in tegen het medisch adviesbureau. De rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster heeft vervolgens de verwerend verzekeringsarts gevraagd het onderzoek, met een nieuwe onderzoeksvraag, voort te zetten. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies (in concept) heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze zijn medisch advies heeft opgesteld, en dat hij in redelijkheid tot zijn (deel)conclusie heeft kunnen komen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8689
- Datum publicatie: 24-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:97
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Een arts in opleiding tot verzekeringsarts (verweerster in zaak A2025/8687) heeft onder supervisie van de verzekeringsarts medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Er heeft steeds overleg plaatsgevonden tussen de verzekeringsarts en de AIOS over de adviezen, en de verzekeringsarts heeft de adviezen medeondertekend. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.