Zoekresultaten 31-40 van de 14952 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8137
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:135
Klacht tegen SEH-arts kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als SEH-arts bij de opname van patiënt betrokken geweest en heeft de overlijdensakte opgesteld. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9497
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De klager was uitgenodigd voor een fysiek consult met de bedrijfsarts voor een claimbeoordeling na ziekmelding. De klacht van klager ziet kort gezegd op de communicatie daarover. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8546
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:136
Klacht tegen ambulanceverpleegkundige kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Niet lang na aankomst in het ziekenhuis is patiënt overleden. Verweerder is als ambulanceverpleegkundige betrokken geweest bij het vervoer van patiënt naar het ziekenhuis. Klaagsters maken hem een tweetal verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9215
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager is tijdens zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door de arbo-arts, die als basisarts onder supervisie van een bedrijfsarts werkzaam was. De klachtonderdelen over beëindiging van de begeleidingsrelatie, informatieverstrekking aan de werkgever, de beoordeling van de belastbaarheid, de omgang met een verzoek om second opinion en werken onder supervisie zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8544
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 27-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot vanklaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als anesthesioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9216
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door een arbo-arts die onder supervisie van de bedrijfsarts werkte. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar verantwoordelijkheid als supervisor. De klachtonderdelen over de beëindiging begeleidingsrelatie, afhandeling van verzoek second opinion, invulling van de supervisie, en de klachtafhandeling zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8916
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:138
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als radioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8917
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 21-08-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:139
Klacht tegen vaatchirurg kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als dienstdoende vaatchirurg bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:168
Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:169
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.