Zoekresultaten 101-110 van de 1433 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-559/DB/ZWB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-784/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft de door de rechtbank benoemde deskundige rechtstreeks benaderd zonder gelijktijdige verzending van een afschrift aan de advocaat van klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-046/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft het onderzoek van de deken gefrustreerd door geen opvolging te geven aan diens informatieverzoeken. De raad acht dit al hoogst kwalijk, maar de wijze waarop verweerder zich in het kader van het onderzoek heeft opgesteld tegenover de deken is meer dan onbehoorlijk. Verweerder heeft geen, of in elk geval onvoldoende respect getoond richting het ambt van de deken. De raad weegt ook mee dat verweerder met zijn wrakingsverzoeken in deze procedure heeft gepoogd een voortvarende behandeling van het dekenbezwaar onmogelijk te maken. Van een integer handelend advocaat wordt anders verwacht. Daar komt bij dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad door tegenover de meervoudige kamer van het gerechtshof ongeloofwaardig te verklaren, terwijl hij onder ede stond. Verweerder heeft geen inzicht getoond in zijn laakbaar handelen. Onvoorwaardelijke schorsing van 12 weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-617/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat bij een Catshuisregeling (KOT)-procedure. De raad acht de strategie van verweerder, gelet op het karakter van de procedures rondom de Catshuisregeling en de daarbij behorende bewijslastverdeling, niet evident onnavolgbaar. Dat verweerder klaagster aan haar lot heeft overgelaten door geen werkzaamheden te verrichten in haar dossier, is voor de raad niet komen vast te staan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:15 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar verwijten dat verweerster optreedt voor twee partijen die onderling een tegenstrijdig belang zouden hebben en dat verweerster onvoldoende onafhankelijk van haar cliënten zou optreden. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Verweerster heeft namens haar cliënten een redelijk doel nagestreefd. Van misbruik van recht is niet gebleken. Het feit dat de aanhangig gemaakte procedures kosten veroorzaken voor klaagster is inherent aan het recht dat iedereen heeft om een procedure aanhangig te maken en levert geen tuchtrechtelijk verwijt op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 250102

    Klacht over het optreden van de advocaat wederpartij in een familierechtelijk geschil. Klaagster verwijt verweerster dat zij in processtukken willens en wetens onware mededelingen heeft gedaan over klaagster, dat verweerster zich onnodig grievend en neerbuigend over klaagster heeft uitgelaten en dat verweerster zonder toestemming beeldschermafdrukken met persoonlijke informatie heeft gedeeld met derden. Dit heeft volgens klaagster geleid tot onnodige polarisatie tussen haar en haar ex-echtgenoot. De raad van discipline heeft deze klachten ongegrond verklaard. De klacht dat verweerster rechtstreeks contact heeft opgenomen door een e-mail aan klaagster (cc) te sturen, is wel gegrond verklaard. De raad heeft hiervoor evenwel geen maatregel opgelegd. Het Hof van Discipline bekrachtigt het oordeel van de raad ten aanzien van de klachtonderdelen die de raad ongegrond heeft verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:16 Raad van Discipline Amsterdam 25-874/A/DH/W

    Wraking kennelijk ongegrond. De beide wrakingsgronden - zowel de voor de behandeling van de zaak gereserveerde tijd als de weigering van de nagezonden stukken - verband houden met processuele beslissingen op basis van het Landelijk Procesreglement voor klachten bij de raden van discipline.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:10 Raad van Discipline Amsterdam 25-529/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Dat binnen de praktijkgroep sprake zou zijn van een financiële verwevenheid tussen verweerster en mr. G wordt door klaagster niet onderbouwd en door verweerster betwist. Het enkele bestaan van een gezamenlijk postadres en secretariaat is hiervoor naar het oordeel van de raad onvoldoende. Van een door verweerster en mr. G gedeeld financieel belang of winstoogmerk is de raad ook overigens niet gebleken. Voor zover klaagster verweerster verwijt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling in de zin van gedragsregel 15, overweegt de raad dat hiervan alleen sprake kan zijn als verweerster de wederpartij, de man, op enig moment als advocaat zou hebben bijgestaan, en dat is hier niet aan de orde. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende transparantie richting klaagster heeft betracht of dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerster op enige andere wijze onder de maat is geweest. De klacht is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 250100

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van eigen advocaat is door de raad van discipline gedeeltelijk gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. Klaagster verwijt verweerder in hoger beroep nog dat hij in de beroepsprocedure tegen de aan klaagster opgelegde zorgmachtiging heeft nagelaten te laten onderzoeken of het gedrag van klaagster als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel heeft geleid. Het Hof van Discipline is van oordeel dat het beroep geen doel treft.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:11 Raad van Discipline Amsterdam 25-608/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerder en mr. H hebben (uitvoerig) met elkaar gecorrespondeerd over de uitvoering van het vonnis en de hieruit voortvloeiende verdeling van de nalatenschap. Blijkens de mailwisseling hebben zij met elkaar geprobeerd om de verdeling van de roerende zaken en de nog aan elkaar te betalen saldi in goede banen te leiden. Dat dit uiteindelijk niet is gelukt omdat klaagster en de cliënte van verweerder geen overeenstemming konden vinden, kan verweerder niet worden verweten. Blijkens de overgelegde e-mailcorrespondentie is van het door verweerder actief belemmeren van de uitvoering van een vonnis in ieder geval geen sprake. Op grond van de inhoud van het klachtdossier kan evenmin worden vastgesteld dat verweerder niet of onvoldoende in staat is geweest om het vonnis op een duidelijke manier aan zijn cliënte uit te leggen. Dat de cliënte van verweerder en verweerder zich niet konden vinden in de wijze waarop klaagster en haar advocaat het vonnis lazen, kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. Het stond de cliënte van verweerder -en daarmee verweerder- op grond van het voorgaande vrij om het vonnis te laten executeren. Verweerder en zijn cliënte waren van mening dat klaagster niet voldeed aan het vonnis en zij hebben dit meermaals aan klaagster en haar advocaat laten weten. Van misbruik van recht door verweerder is daarom geen sprake.