Zoekresultaten 1-10 van de 2313 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 250429

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft volgens het hof terecht overwogen dat het verzoek van klager onvoldoende is onderbouwd en geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 250423

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klaagster wil voeren bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is. Dit omdat het een bestuursrechtelijke procedure betreft, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 250413

    Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) waarbij het verzet van klaagster tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Tegen een dergelijke beslissing staat geen hoger beroep open. Hetgeen klaagster bij het hof heeft aangevoerd levert naar vaste jurisprudentie van het hof geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 250238

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager heeft als bungaloweigenaar en voorzitter van de belangenvereniging van bungaloweigenaren een klacht ingediend tegen de advocaat van de v.o.f. die het bungalowpark exploiteert. Voor zover in hoger beroep van belang ziet deze klacht erop dat verweerster onvoldoende zorg ervoor heeft gedragen dat geen misverstand bestond over de hoedanigheid waarin zij handelde en dat zij tijdens een bespreking met de belangenvereniging niet duidelijk heeft gemaakt dat zij advocaat was. Verder verwijt klager verweerster dat zij onbetamelijk heeft gehandeld door klager onder druk te zetten met dreigementen, waaronder het in rekening brengen van kosten aan klager als hij e-mails aan een bepaald e-mailadres zou blijven sturen. Het hof oordeelt in dit hoger beroep dat de klachten van klager gegrond zijn. De tuchtrechtelijke verwijtbare gedragingen in combinatie met de wijze waarop verweerster in de onderhavige klachtprocedure heeft gereageerd, rechtvaardigen de zware maatregel van schrapping van het tableau die de raad heeft opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 260070

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbeslissing van een deken ter discussie te stellen. Hetgeen verweerster heeft geschreven aan klager over de wijze waarop een advocaat wordt aangewezen en de werkwijze van de aangewezen advocaat is bovendien juist. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat alsook dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren (Hof van Discipline 26 januari 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:24).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:48 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-630/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:49 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-857/DB/LI

    herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-796/AL/MN

    Klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een huurgeschil. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om op verzoek van zijn cliënt, de huurder, een melding bij de gemeente over klager, de verhuurder, te doen terwijl de procedure bij de kantonrechter nog liep. Van een premature melding was in die zin dan ook geen sprake. Vast staat dat de gemeente op grond van de Wet goed verhuurderschap aan klager een waarschuwing heeft opgelegd. Of dat op grond van alleen de melding van verweerder is gebeurd of op grond van meerdere meldingen over klager, is de raad niet duidelijk geworden. In elk geval is van een ongefundeerde melding door verweerder niet gebleken. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder opzettelijk onjuiste feiten of onnodig grievende uitlatingen over klager in zijn stukken heeft gedaan. Verweerder heeft klager niet rauwelijks gedagvaard, nu klager daarvoor was gewaarschuwd. Ook overigens zijn de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-119/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij het partijdig optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtsvaardigde belangen van klager als wederpartij. Verweerster handelde daarbij in opdracht van haar cliënte en mocht aan reacties van klager termijnen verbinden. Dat verweerster daarna procedures nodeloos is gestart, is niet gebleken. Verweerster mocht afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Dat haar cliënte niet voor overleg open stond, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden aangerekend. Kennelijk ongegrond.