Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 41-50 van de 85 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-567

    Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht namens haar cliënte de voorwaarde blijven stellen dat na het onuitvoerbare vonnis in kort geding eerst een aanvullende regeling voor een veilige overdracht van de kinderen met klager zou worden afgesproken voordat hij de kinderen bij zich zou kunnen hebben. Met deze handelwijze heeft verweerster dan ook geenszins de kortgedinguitspraak gesaboteerd of de belangen van klager onnodig of evenredig geschaad, zonder doel. Kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-558

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger van zijn cliënte haar belangen behartigd in haar geschil met klager en mocht in dat kader klager en de mogelijke uitgever erop wijzen dat het betreffende boek over zijn cliënte niet zonder haar instemming uitgegeven mocht worden. Dat verweerder daarbij zijn gezag als advocaat heeft misbruikt en de uitgever (telefonisch) juridisch zou hebben geïntimideerd, is de voorzitter niet gebleken. Verweerder mocht de uitgever benaderen zoals hij heeft gedaan, terwijl klager voldoende mogelijkheden heeft gekregen en ook heeft genomen om ook zijn standpunten kenbaar te maken. Kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-631

    Voorzittersbeslissing advocaat wederpartij. Blijkens het vonnis heeft de rechtbank beslist dat klaagster een bedrag diende te storten op de derdengeldrekening van de Stichting derdengelden waarvan verweerster medebestuurder is. Klaagster heeft tegen de vordering door verweerster namens haar cliënte tot overmaking van de gevorderde gelden op die derdengeldrekening verweer gevoerd, maar dat verweer is, zo blijkt uit het vonnis, door de rechtbank gepasseerd. Dat klaagster door de beslissing van de rechtbank tot storting op de derdengeldrekening stelt in een afhankelijke positie jegens verweerster te zijn terechtgekomen kan, wat daar ook van zij, verweerster tuchtrechtelijk dan ook niet worden aangerekend.  Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-292/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Klachtonderdeel 4 is eveneens deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet en voor het overige ongegrond omdat niet van onvoldoende voortvarend optreden is gebleken. Klachtonderdeel 5 is ongegrond omdat niet is gebleken dat hij in zijn bejegening van klager belerend en badinerend was. De raad is van oordeel dat de procesvoering zoals geschetst, niet getuigt van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. Van onvoldoende dossierkennis is de raad evenmin gebleken. Klachtonderdeel 6 is derhalve eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-673/DB/ZWB

    Klacht over gedragingen van advocaat in zijn hoedanigheid van deken. Klacht gaat gedeeltelijk over over gedragingen van de voorgaande deken. Dit onderdeel is niet ingediend binnen de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 sub a en daarom niet-ontvankelijk. Verweerder heeft in de procedure bij de tuchtrechter zijn standpunt steeds in zakelijke bewoordingen ingenomen. Dat klager zich niet kan vinden in het door verweerder ingenomen standpunt betekent niet dat het standpunt van verweerder daarmee beledigend en leugenachtig is. Voor zover klager van mening is dat aan het verzoek van verweerder tot schrapping van klager gebreken kleven en zo niet had mogen worden ingediend, had hij dit in zijn verweer tegen het verzoek van verweerder naar voren dienen te brengen. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-199/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdelen 1, 2 en 3 niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Het vierde klachtonderdeel is wel ontvankelijk, maar ongegrond. Dat ten gevolge van een misverstand over het adres van de heer C de deurwaarder in eerste instantie aan een onjuist adres heeft betekend is ongelukkig, maar de raad heeft niet kunnen vaststellen dat deze fout het gevolg is geweest van onzorgvuldig handelen of een onjuiste instructie van verweerder. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-336/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Klachtonderdeel 1 is ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder tegen klaagster heeft gezegd dat zij de zaak niet kon verliezen. Uit de aan de raad overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verweerder zowel in eerste aanleg als hoger beroep als verweer naar voren heeft gebracht dat klaagster een slimme meter had en dat was uitgegaan van onjuiste meterstanden. Ook de feitelijke grondslag van klachtonderdeel 2 ontbreekt dan ook naar het oordeel van de raad. De raad stelt vast dat verweerder geen schriftelijk advies aan klaagster heeft uitgebracht over de kansen en risico’s in hoger beroep. Dat niet kan worden vastgesteld wat is besproken over de te volgen strategie, de kans van slagen en de te verwachten kosten moet dan ook voor verweerders rekening komen. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-345/DB/ZWB

    Klacht van AG tegen advocaat van de verdachte. De klacht heeft betrekking op de toon van en de uitlatingen in de door verweerder voorgedragen pleitnota. Klaagster verwijt verweerder dat deze zich op onnodig grievende wijze heeft uitgelaten over het slachtoffer. Klaagster heeft desgevraagd ter zitting van de raad verklaard dat zij in haar hoedanigheid van advocaat-generaal een van de bewakers van de orde en de naleving van de fatsoenregels in de rechtszaal is en dat zij als procesdeelnemer verontwaardigd was over verweerders uitlatingen. Ook heeft klaagster betoogd dat het slachtoffer niet mag worden belast met het indienen van een tuchtklacht tegen verweerder, dat klaagster voor het slachtoffer mag opstaan en het handelen van verweerder aan de orde mag stellen. Naar het oordeel van de raad heeft klaagster daarmee niet voldoende gemotiveerd gesteld in welk belang zij rechtstreeks is of kan worden getroffen bij de gedragingen van verweerder ter zitting van het hof d.d. 24 januari 2019. Dat is ook niet gebleken. De kern van de klacht betreft de uitlatingen van verweerder over het slachtoffer. Aldus is het slachtoffer, en niet klaagster, degene die rechtstreeks in haar belang kan zijn getroffen. De raad overweegt voorts dat het mede tot de taak van Openbaar Ministerie behoort om een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces in strafzaken te bevorderen. Dat een behoorlijke strafrechtspleging en een eerlijk proces door verweerders optreden in het geding waren is evenwel gesteld noch gebleken. Klaagster is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200286

    Beklag tegen beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen (art. 13 Advw). Het hof oordeelt dat de deken klager vaak genoeg in de gelegenheid heeft gesteld het aanwijzingsverzoek aan te vullen om voor aanwijzing in aanmerking te komen. De deken heeft het verzoek dan ook op gegronde reden afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-891/DB/OB

    Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om het strandpunt van haar cliënte te verwoorden en de zorgen van haar cliënte over de opstelling van klager (waaronder het indienen van klachten over verweerster en een fraudemelding bij de Raad voor Rechtsbijstand) te vermelden. Klager heeft geen eigen belang bij zijn klacht over de inhoud van de toevoegingsaanvraag  van zijn wederpartij.