Zoekresultaten 91-100 van de 3900 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771058 DW RK 25/203 BB/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij verweer heeft gevoerd tegen de betalingssommaties, zonder dat daarop een reactie van de gerechtsdeurwaarder is gekomen. De gerechtsdeurwaarder heeft gemeend niet (steeds) op klaagsters correspondentie te hoeven reageren omdat klaagster bij het achterlaten van de stukken op het kantoor had moeten weten dat haar verweer in behandeling was genomen. De kamer overweegt daartoe dat de gerechtsdeurwaarder bij ontvangst van de stukken enkel heeft medegedeeld dat de stukken in ontvangst zijn genomen; zij vermeldt niet wat er vervolgens met de zaak zal gebeuren. Dit schiet tekort. Van de gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij klaagster op dat moment in elk geval informeert over de te verwachten vervolgstappen – zoals het voorleggen aan de opdrachtgever – en de daarmee gemoeide termijn.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9247

    Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Chirurg heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd en doorverwijzing was passend. Geen sprake van onheuse bejegening en/of niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-008/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de broer c.q. executeur in de nalatenschap van de ouders. Klacht ziet op handelen in 2004. Klager was daarmee in ieder geval in 2017 redelijkerwijs bekend. Klacht is daarom niet binnen de termijn ingediend en daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777537 / DW RK 25/405 BB/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: berisping. Klaagster beklaagt zich er – in essentie – over dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan waarvoor de executoriale grondslag ontbreekt. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder een bevel heeft gedaan voor een bedrag waarvoor de executoriale grondslag niet aanwijsbaar is in de overgelegde titel en ook anderszins niet is aangetoond. Het tuchtrechtelijk verwijt is dat de gerechtsdeurwaarder de executie is gestart voor de betaling van een bedrag op basis van een titel waaruit die bevoegdheid niet navolgbaar volgt. Aldus heeft de gerechtsdeurwaarder verzuimd de marginale toets (juist) uit de voeren.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9248

    Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Chirurg heeft klager geïnformeerd over de behandelopties en het te verwachten beloop na de behandeling. Plaatsen drie rubberbandligaties was conform richtlijnen. Controlemoment heeft plaatsgevonden en geen sprake van niet serieus nemen klachten. HIV-status van klager was geen contra indicatie voor plaatsen rubberbandligaties

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9595

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is een tumor in de hals ontdekt. Klaagster heeft zich bij dit college en bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op het standpunt gesteld dat de MRI-scans door verschillende radiologen op verschillende momenten niet juist zijn beoordeeld, waardoor er niet is gezien dat de tumor was gegroeid. Het college is met de radioloog van oordeel dat het openen van het dossier in 2018 nog niet betekent dat de toen gemaakte scan daadwerkelijk door hem is beoordeeld. Voor het college is leidend dat uit het medisch dossier blijkt dat de radioloog niet de verslaglegging heeft gedaan van de beoordeling van deze MRI-scan en ook niet als medebeoordelaar wordt genoemd in de verslagen. Zodoende concludeert het college dat de radioloog geen betrokkenheid heeft gehad bij de (uiteindelijke) beoordeling van de scan in 2018.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/85 2024/115

    Hond. Dierenartsen wordt verweten met betrekking tot een hond te zijn tekortgeschoten in de diagnosestelling en dat ten onrechte een melding is gedaan bij de politie die heeft geleid tot inbeslagname en euthanasie, naast dat een second opinion is geweigerd. [Klachten ongegrond].

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2026/07 VBC 2026/08

    Klachten van een diereigenaar tegen twee dierenartsen over de behandeling van een hond. Klaagster kwam met de hond in de praktijk van de dierenartsen, waar geconstateerd werd dat de hond er zeer slecht aan toe was. De dierenartsen hebben in de omstandigheden aanleiding gezien de politie in te schakelen. De hond is vervolgens met toestemming van de officier van justitie in beslag genomen en hierna geëuthanaseerd. Klaagster maakt de dierenartsen verwijten over de diagnosestelling, het inschakelen van de politie en het weigeren van een second opinion. De klachten zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard, klaagster heeft beroep ingesteld. Het Veterinair Beroepscollege ziet op basis van het onderzoek in beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling te komen dan het Veterinair Tuchtcollege en neemt de overwegingen van het Veterinair Tuchtcollege die hebben geleid tot de ongegrondverklaring van de klachten over. De beroepen worden verworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 260057

    Beroep bij het hof niet-ontvankelijk. De door appellante aangevoerde redenen leiden er niet toe dat de termijnoverschrijding als verschoonbaar kan worden aangemerkt. Het is de eigen keuze geweest van appellante om correspondentie van de deken en/of de raad niet te openen of niet daarop te reageren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9596

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Bij klaagster is een tumor in de hals ontdekt. Klaagster heeft zich bij dit college en bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op het standpunt gesteld dat de MRI-scans door verschillende radiologen op verschillende momenten niet juist zijn beoordeeld, waardoor er niet is gezien dat de tumor was gegroeid. Het college is met de radioloog van oordeel dat het openen van het dossier nog niet betekent dat de in 2016 gemaakte scan ook daadwerkelijk door haar is beoordeeld. Voor het college is leidend dat uit het medisch dossier blijkt dat de radioloog niet de verslaglegging heeft gedaan van de beoordeling van deze MRI-scan en ook niet als medebeoordelaar wordt genoemd in de verslagen. Zodoende concludeert het college dat de radioloog geen betrokkenheid heeft gehad bij de (uiteindelijke) beoordeling van de scan in 2016.