Zoekresultaten 251-260 van de 7676 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-759/AL/MN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over – onder meer – de kosten van zijn diensten. Ook heeft verweerder een termijn voor het indienen van een verweerschrift gemist en klaagster daarover niet geïnformeerd. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragsregels en de kernwaarde deskundigheid. De raad rekent dit verweerder aan. Bij het bepalen van de maatregel weegt de raad het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar mee. Verweer is meermalen door de tuchtrechter veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof van discipline heeft recent een beslissing van de raad van discipline bekrachtigd, waarin hem een voorwaardelijke schorsing was opgelegd ter zake van (onder meer) het niet helder communiceren in de richting van zijn cliënt over de door hem in rekening te brengen werkzaamheden. Vanwege de ernst van het handelen en nalaten van verweerder en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan een onvoorwaardelijke schorsing. De raad legt aan verweerder de maatregel van schorsing in de praktijkoefening op voor de duur van vier weken op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:166 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:167 Raad van Discipline Amsterdam 26-457/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bindend adviseur. Voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat. Het advocatentuchtrecht is volledig van toepassing. Niet gebleken dat verweerder voor de adviesaanvraag relevante informatie heeft genegeerd. Het advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld in zijn rol van bindend adviseur. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:168 Raad van Discipline Amsterdam 26-557/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Vertrouwensbreuk. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. Vertrouwensbreuk is aan klager te wijten. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 260155

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond was voor aanwijzing van een advocaat omdat klaagster op het moment van het verzoek de bijstand van een advocaat had. Het feit dat de advocaat van klaagster zich heeft onttrokken, heeft de deken terecht geen reden gegeven om zijn standpunt te herzien. De deken heeft er met juistheid op gewezen dat de advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding heeft en dat het -mede- aan de opstelling van klaagster te danken is dat de advocaat zich heeft onttrokken. De deken heeft in dit verband er terecht op gewezen dat artikel 13 Advocatenwet een aanvullende voorziening betreft en niet een remedie is voor een verschil van inzicht over de professionele beoordeling van de zaak. (zie bijvoorbeeld HvD 30 oktober 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:202).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-319/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft antwoord gegeven op klagers vragen en bij het verkrijgen van een schade-uitkering gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 260151

    Beroep niet-ontvankelijk. Het hof ziet in hetgeen klager heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager had, zoals hij zelf ook aangeeft, het beroepschrift tijdig per e-mail kunnen indienen. In de beslissing van de raad staat ook expliciet het e-mailadres van de griffie van het hof van discipline vermeld waar het beroepschrift naar toe kan worden gestuurd. Dat klager in plaats daarvan ervoor heeft gekozen om het beroepschrift uitsluitend per post in te dienen en degene die dit voor hem heeft verzorgd het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, ligt in de risicosfeer van klager. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend en het hof klager in zijn beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8637

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het is voor klaagster buitengewoon ingrijpend dat achteraf blijkt dat wel sprake was een kwaadaardige uitzaaiing. Dit maakt echter de afwegingen en beoordeling gedurende het behandeltraject van klaagster, met de gegevens die toen bekend waren, niet verkeerd. Het college komt daarom tot de conclusie dat de longarts heeft gehandeld conform de professionele standaard en dat de behandeling en controle van klaagster niet onzorgvuldig is geweest.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-601/DH/DH 25-602/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaten. Kwaliteit dienstverlening. Uit de overgelegde stukken leidt de raad af dat verweersters de juiste stappen hebben gezet om het echtscheidingsverzoek van klager aan zijn ex-echtgenote in India te laten betekenen en dat zij klager van het verloop van de procedure op de hoogte hebben gehouden. Verweersters mochten vertrouwen op de juistheid van het bericht van de deurwaarder dat hij het deurwaardersexploot met het echtscheidingsverzoek bij het parket van het OM had achtergelaten. Het kan verweersters niet worden aangerekend dat zij geen verzendbewijs van het OM aan de rechtbank konden overleggen, omdat zij dit niet hadden ontvangen. Door niet eerder bij de deurwaarder te informeren, hebben verweersters de grenzen van het tuchtrechtelijk betamelijke niet overschreden. Klachten ongegrond.