ECLI:NL:TAHVD:2026:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 260151
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:245 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 31-07-2026 |
| Datum publicatie: | 31-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 260151 |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Beroep niet-ontvankelijk. Het hof ziet in hetgeen klager heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager had, zoals hij zelf ook aangeeft, het beroepschrift tijdig per e-mail kunnen indienen. In de beslissing van de raad staat ook expliciet het e-mailadres van de griffie van het hof van discipline vermeld waar het beroepschrift naar toe kan worden gestuurd. Dat klager in plaats daarvan ervoor heeft gekozen om het beroepschrift uitsluitend per post in te dienen en degene die dit voor hem heeft verzorgd het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, ligt in de risicosfeer van klager. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend en het hof klager in zijn beroep niet-ontvankelijk zal verklaren. |
Beslissing van 31 juli 2026
in de zaak 260151
naar aanleiding van het hoger beroep van:
klager
tegen:
verweerder
1 DE PROCEDURE
Bij de raad van discipline
1.1 Het hof verwijst naar de beslissing van de raad van discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) van 23 maart 2026 (met zaaknummer 25-790/A/A). De raad heeft in deze beslissing de klacht van klager over verweerder gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard.
1.2 Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRAMS:2026:73 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
Bij het hof van discipline
1.3 Het beroepschrift van klager tegen de beslissing is op 24 april 2026 per e-mail ontvangen door de griffie van het hof.
1.4 Verder bevat het dossier van het hof:
- de stukken van de raad;
- de brief van het hof aan klager en verweerder van 30 april 2026;
- de schriftelijke reacties van klager van 6 en 7 mei 2026;
- de schriftelijke reactie van verweerder van 7 mei 2026.
1.5 Het hof heeft het beroep van klager behandeld op basis van de stukken in
het dossier.
2 BEOORDELING
Ontvankelijkheid
2.1 In artikel 56 lid 1 Advocatenwet is bepaald dat gedurende dertig dagen na verzending van de beslissing van de raad hoger beroep kan worden ingesteld tegen die beslissing.
2.2 De beslissing is door de raad verzonden op 23 maart 2026. Dit betekent dat
klager tot en met 22 april 2026 de tijd had om beroep in te stellen. Het hof heeft
het beroepschrift van klager op
24 april 2026 (per e-mail) ontvangen.
2.3 Het hof heeft klager op 30 april 2026 geïnformeerd dat de beroepstermijn is verstreken voordat zijn beroepschrift door het hof is ontvangen. Klager is verzocht toe te lichten waarom het beroepschrift te laat door hem is ingediend.
2.4 Klager heeft op 6 en 7 mei 2026 aangegeven dat hij op 16 april 2026 het beroepschrift per post naar het hof heeft verzonden en dat hij dit beroepschrift op 24 april 2026 retour heeft ontvangen omdat op de enveloppe niet het juiste postbusnummer van het hof vermeld stond. Vervolgens heeft klager het beroepschrift op 24 april 2026 – en daarmee twee dagen te laat – per e-mail bij het hof ingediend.
2.5 Klager geeft aan dat iemand anders het beroepschrift namens hem bij een postagentschap heeft afgegeven en dat dit tegen zijn instructie in per gewone post is verzonden. Ter onderbouwing heeft klager een verklaring (gedateerd 7 mei 2026) meegestuurd van degene die het beroepschrift namens hem per gewone post heeft verzonden. Verder geeft klager aan zich niet te hebben gerealiseerd dat hij het beroepschrift (ook) per e-mail had kunnen indienen bij het hof.
2.6 Verweerder heeft op 7 mei 2026 het hof verzocht om klager niet-ontvankelijk te verklaren.
2.7 Het hof ziet in hetgeen klager heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager had, zoals hij zelf ook aangeeft, het beroepschrift tijdig per e-mail kunnen indienen. In de beslissing van de raad staat ook expliciet het e-mailadres van de griffie van het hof van discipline vermeld waar het beroepschrift naar toe kan worden gestuurd. Dat klager in plaats daarvan ervoor heeft gekozen om het beroepschrift uitsluitend per post in te dienen en degene die dit voor hem heeft verzorgd het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, ligt in de risicosfeer van klager. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend en het hof klager in zijn beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.
3 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen de beslissing van 23 maart 2026 van de raad van discipline in het ressort Amsterdam, genomen onder nummer 25-790/A/A.
Deze beslissing is genomen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, plaatsvervangend
voorzitter, mrs. A.R. Sturhoofd en A. Groenewoud, leden, in tegenwoordigheid van mr.
E.P.D. van Grondelle, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 31 juli 2026.