ECLI:NL:TADRSGR:2026:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-601/DH/DH 25-602/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:163 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-06-2026 |
| Datum publicatie: | 31-07-2026 |
| Zaaknummer(s): |
|
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaten. Kwaliteit dienstverlening. Uit de overgelegde stukken leidt de raad af dat verweersters de juiste stappen hebben gezet om het echtscheidingsverzoek van klager aan zijn ex-echtgenote in India te laten betekenen en dat zij klager van het verloop van de procedure op de hoogte hebben gehouden. Verweersters mochten vertrouwen op de juistheid van het bericht van de deurwaarder dat hij het deurwaardersexploot met het echtscheidingsverzoek bij het parket van het OM had achtergelaten. Het kan verweersters niet worden aangerekend dat zij geen verzendbewijs van het OM aan de rechtbank konden overleggen, omdat zij dit niet hadden ontvangen. Door niet eerder bij de deurwaarder te informeren, hebben verweersters de grenzen van het tuchtrechtelijk betamelijke niet overschreden. Klachten ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 29 juni 2026
in de zaken 25-601/DH/DH en 25-602/DH/DH
naar aanleiding van de klachten van:
klager
over:
1. verweerster 1
en
2. verweerster 2
hierna samen ook: verweersters
gemachtigde van verweersters: mr. A.J.M.H. de Werd, advocaat te Den Haag.
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 15 juli 2024 en 26 augustus 2024 heeft klager bij de deken van de Orde
van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) klachten ingediend
over verweersters.
1.2 Op 5 september 2025 heeft de raad de klachtdossiers met kenmerken K143 2024
ia/jh en K166 2014 ia/jh van de deken ontvangen.
1.3 De klachten zijn gelijktijdig behandeld op de zitting van de raad van 20
april 2026. Daarbij waren klager, verweersters en de gemachtigde van verweersters
aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van de in 1.2 genoemde klachtdossiers en van
de op de inventarislijsten genoemde bijlagen. Ook heeft de raad kennisgenomen van
de e-mail met bijlage van klager van 22 september 2025, van de e-mail met bijlagen
van de gemachtigde van verweersters van 30 maart 2026 en van de e-mail met bijlagen
van klager van 7 april 2026.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klachten gaat de raad, gelet op de klachtdossiers
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klager is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Klager en zijn ex-echtgenote
hebben de Indiase nationaliteit en zijn in India gehuwd. De ex-echtgenote van klager
woont in India.
2.3 In september 2023 heeft klager het kantoor van verweersters benaderd voor
het indienen van een echtscheidingsverzoek.
2.4 Op 3 oktober 2023 heeft verweerster 2 een intakegesprek met klager gevoerd.
2.5 Op 12 oktober 2023 heeft verweerster 2 klager gemaild:
“For your information the following. I have been in contact with the bailiff. He
can arrange service of the petition in India. Since service in India may take a bit
longer, we will do this first. After that, the petition will be filed with the court.
I will keep you informed.”
Dezelfde dag heeft verweerster 2 een Nederlandse deurwaarder gevraagd om het verzoekschrift
tot echtscheiding in de juiste taal te vertalen en te betekenen. Daarbij heeft verweerster
2 de adressen en e-mailadressen van de ex-echtgenote van klager doorgegeven.
2.6 Op 19 oktober 2023 heeft klager met verweerster 2 gemaild over de datum waarop
de deurwaarder het echtscheidingsverzoek in India kan betekenen.
Dezelfde dag heeft verweerster 2 de deurwaarder gemaild:
“Heeft u een indicatie van wanneer het verzoekschrift in India wordt betekend? Dit
is van belang voor de timing van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding.
Ik hoor het graag.”
Verweerster 2 heeft klager van haar e-mail aan de deurwaarder op de hoogte gesteld.
2.7 Op 19 oktober 2023 heeft de deurwaarder verweerster 2 gemaild dat de vertaling
op
24 oktober 2023 gereed is en dat verweerster 2 het verzoekschrift kan indienen bij
de rechtbank. Verweerster 2 heeft klager diezelfde dag bericht dat hij het verzoekschrift
vermoedelijk op 20 oktober 2023 zal indienen, waarop klager met tevredenheid heeft
gereageerd.
2.8 Op 20 oktober 2023 is het verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank
Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) ingediend.
2.9 Op 23 oktober 2023 heeft de deurwaarder verweerster 2 gemaild dat de vertalingen
binnen zijn en gevraagd of hij de stukken kan betekenen.
2.10 Op 25 oktober 2023 heeft de deurwaarder verweerster 2 geïnformeerd dat afschriften
van het deurwaardersexploot met het echtscheidingsverzoek zijn achtergelaten bij het
parket van het openbaar ministerie (hierna: het OM) bij de rechtbank voor betekening
aan de ex-echtgenote van klager in India.
Dezelfde dag heeft de deurwaarder een scan van het oproepingsexploot met bijlagen
per e-mail en aangetekende post naar de ex-echtgenote van klager gestuurd.
2.11 Op 25 oktober 2023 heeft verweerster 2 klager gemaild dat de deurwaarder
de stukken blijkbaar al naar de ex-echtgenote van klager heeft gemaild, waarop klager
met dank en tevredenheid heeft gereageerd.
2.12 Op 27 oktober 2023 heeft de deurwaarder een verzendbewijs en twee track
& trace-nummers gemaild.
2.13 Op 7 november 2023 heeft verweerster 2 het deurwaardersexploot van 25 oktober
2023 bij de rechtbank ingediend.
2.14 Op 8 november 2023 heeft de rechtbank verweerster 2 gevraagd om toe te lichten
waarom het niet mogelijk is een recent afschrift van de in India opgemaakte huwelijksakte
op te vragen en in te dienen. Ook heeft de rechtbank verweerster 2 gevraagd om een
bewijs van uitreiking van het exploot met het verzoekschrift in India.
2.15 Op 14 november 2023 heeft verweerster 2 aanvullende stukken bij de rechtbank
ingediend, waaronder een bevestiging van PostNL dat het aangetekend verzonden deurwaardersexploot
op 10 november 2023 is bezorgd bij de ontvanger.
2.16 Vervolgens heeft de rechtbank verweerster 2 tot 25 januari 2024 in de gelegenheid
gesteld alsnog een afschrift van de huwelijksakte en een bewijs van betekening van
het deurwaardersexploot in te dienen.
2.17 Op 27 december 2023 is namens verweerster 1 aan de rechtbank bericht dat
het originele betekeningsexploot op 7 november 2023 per post naar de rechtbank is
gestuurd, maar dat was voor de rechtbank ook niet voldoende.
2.18 Op 18 januari 2024 heeft verweerster 1 de deurwaarder gemaild:
“In bovenstaande zaak is het originele exploot ingediend bij de rechtbank. Daarnaast
is ook bewijs meegestuurd dat het verzoekschrift aan de wederpartij is gemaild en
dat het verzoekschrift is afgeleverd door PostNL. De rechtbank acht deze informatie
echter onvoldoende en verzoekt mij voor 25 januari 2024 een bewijs van uitreiking
van de stukken in India over te leggen (via het OM). Mocht dit niet mogelijk zijn
dan zal ik moeten aangeven welke pogingen zijn ondernomen om dat bewijs te verkrijgen.
Aangezien mijn kantoor uw kantoor heeft ingeschakeld voor de juiste betekening van
het exploot, zou ik u willen vragen of u beschikt over / mij zou kunnen voorzien van
een bewijs van uitreiking van de stukken in India (via het OM). Mocht dit niet mogelijk
zijn, zou ik dan van u mogen vernemen welke pogingen zijn ondernomen om dit bewijs
te verkrijgen.”
2.19 Eind januari 2024 heeft verweerster 1 klager gemaild dat de rechtbank de ingediende
stukken niet heeft geaccepteerd en dat de rechtbank heeft gevraagd om bewijs in te
dienen van de betekening van het echtscheidingsverzoek in India. Daarbij heeft verweerster
1 vermeld dat verweersters de procedure correct hebben gevolgd en dat zij op dit
moment niets kunnen doen.
2.20 Op 6 februari 2024 heeft verweerster 2 een e-mail van de advocaat van de
ex-echtgenote van klager ontvangen. Bij deze e-mail waren documenten gevoegd die betrekking
hadden op een gerechtelijke procedure in India. Verweerster 1 heeft deze e-mail op
8 februari 2024 naar klager doorgestuurd en daarbij voorgesteld om deze documenten
bij de rechtbank in te dienen om aan te tonen dat het deurwaardersexploot met het
echtscheidingsverzoek door de ex-echtgenote in India is ontvangen.
2.21 Op 9 februari 2024 heeft klager verweerster 1 gemaild dat hij akkoord is
met het indienen van de documenten van de Indiase advocaat bij de rechtbank. Dezelfde
dag zijn de documenten naar de rechtbank gestuurd. Later die dag heeft klager verweerster
1 gemaild:
“I just happened to go through all the emails again and happened to read through
the document from the Bailiff that […] forwarded earlier. The bailiff has clearly
mentioned they have sent registered post directly to the ex-partner's address in India,
please see the excerpt screenshot from the attached document. This means the bailiff
would have tracked the delivery of the registered post and would have had evidence
of delivery. Why is this contradiction to your recent communication that the Bailiff
said their submission is only until the public prosecutor's office only? This does
not sound right to me.
Please hold off any further communication to the court and stop working on the case immediately until I direct you to and until […] returns to office. We need to investigate and discuss what has gone wrong before proceeding any further.”
2.22 Verweerster 1 heeft in een e-mail uitvoerig op de e-mail van 9 februari 2024
van klager gereageerd en onder meer vermeld dat zij de documenten van de Indiase advocaat
al bij de rechtbank heeft ingediend.
2.23 Op 29 februari 2024 heeft de deurwaarder verweerster 1 gemaild:
“Inmiddels heb ik, na uitgebreid telefonisch overleg en emailverkeer met het Openbaar
Ministerie, bewijs dat de stukken gisteren door hen naar India zijn verzonden.
Nadat u mij had gevraagd naar de bevestiging van betekening in India heb ik contact gehad met de rechtbank. Uiteindelijk heeft die mij doorverwezen naar het OM. Binnen het OM was niet bekend welke afdeling zorgdraagt voor verzending van gerechtelijke stukken naar het buitenland. Na enkele dagen heb ik uiteindelijk een medewerker gesproken die bekend was met deze gang van zaken. Vervolgens is er binnen de rechtbank en OM een zoektocht gestart naar de stukken. Die waren klaarblijkelijk vanaf de centrale balie bij de rechtbank niet terechtgekomen bij de correcte afdeling van het OM. Bizar! Na de zoektocht is mij aangeboden alsnog de stukken aan te bieden zodat voor doorzending kan worden zorggedragen. Deze stukken zijn half februari jl. rechtstreeks aan het OM gezonden. Na een reminder van vorige week heb ik zojuist het certificaat ontvangen dat de stukken gisteren naar India zijn verzonden. Uiteindelijk heeft een en ander geen gevolg voor het tijdig instellen van de echtscheiding en de betekening, maar de uitreiking in India zal nog wel enige tijd gaan duren.
Het is vervelend voor uw cliënt dat de echtscheidingsprocedure (nog) langer zal gaan lopen dan wellicht gehoopt, maar hierin blijkt maar weer dat de molens van ambtenaren zeer langzaam draaien.”
2.24 Op 1 maart 2024 heeft verweerster 1 de e-mail van de deurwaarder naar klager
gestuurd.
2.25 Op 4 maart 2024 heeft verweerster 2 klager gemaild en heeft zij onder meer
twee keuzes voorgelegd ten aanzien van het huis van klager in Nederland.
2.26 Op 7 maart 2024 heeft klager verweerster 2 gemaild dat hij het echtscheidingsverzoek,
zoals ingediend bij de rechtbank, wil intrekken. Klager vraagt verweerster 2 in zijn
e-mail om dit voor hem te regelen.
Dezelfde dag heeft verweerster 2 klager gemaild dat intrekking van het echtscheidingsverzoek
betekent dat de procedure in India zal doorgaan en dat hij in Nederland niet opnieuw
een echtscheidingsverzoek kan indienen. Verweerster 2 heeft klager gevraagd haar te
bevestigen dat hij het echtscheidingsverzoek in Nederland wil intrekken. Op 8 maart
2024 heeft klager dat bevestigd.
2.27 Op 9 augustus 2024 heeft de deurwaarder een certificaat van betekening van
het verzoekschrift in India op 15 mei 2024 naar verweerster 2 gestuurd. Op 23 augustus
2024 heeft verweerster 2 dit certificaat naar klager gemaild.
3 KLACHTEN
3.1 De klachten houden, zakelijk weergegeven, in dat verweersters tuchtrechtelijk
verwijtbaar hebben gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweersters het volgende:
a) verweersters hebben een simpele echtscheidingsprocedure onnodig ingewikkeld gemaakt
door nalatigheid, gebrek aan kennis en het niet naleven van de wettelijke procedure
voor de internationale betekening van een verzoekschrift tot echtscheiding via het
OM. Verweersters hebben het verzoekschrift niet op tijd en niet via de juiste juridische
kanalen aan de wederpartij in India betekend;
b) verweersters hebben zonder medeweten van klager met de ex-echtgenote van klager
gecommuniceerd. Klager heeft het sterke vermoeden dat verweersters met de ex-echtgenote
hebben samengespannen om te voorkomen dat klager het echtscheidingsverzoek in Nederland
kon indienen;
c) verweersters hebben nog werkzaamheden verricht nadat klager hen op 9 februari
2024 had verzocht om niet meer met de rechtbank te communiceren en om te stoppen met
werken aan zijn zaak.
3.2 De raad zal hierna bij de beoordeling op de klachten ingaan.
4 VERWEER
4.1 Verweersters hebben tegen de klachten verweer gevoerd en betwist dat zij
tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. In dat verband voeren zij aan dat zij
klager op geen enkele wijze (bewust) hebben benadeeld in de procedure in India. Verweersters
merken op dat zij in overleg met klager het verzoekschrift op 20 oktober 2023 bij
de rechtbank hebben ingediend en dat de deurwaarder de stukken op 25 oktober 2023
aan het OM heeft overhandigd. Daarbij wijzen verweersters erop dat de deurwaarder
het verzoekschrift ook per e-mail en per aangetekende post naar de ex-echtgenote van
klager heeft gestuurd, dit alles om ervoor te zorgen dat de rechtbank ervan overtuigd
kon worden dat de ex-echtgenote van klager het verzoekschrift zou hebben kunnen ontvangen.
Volgens verweersters ligt het buiten hun verantwoordelijkheid dat de betekening van
het verzoekschrift via het OM is vertraagd. Daarbij merken zij op dat zij klager steeds
op de hoogte hebben gehouden over het verloop van de procedure en de te nemen stappen
met hem hebben besproken.
Verder betwisten verweersters dat zij communicatie met de ex-echtgenote van klager
en/of met haar advocaat in India hebben gevoerd. Volgens verweersters heeft de ex-echtgenote
van klager conform de regels steeds een afschrift ontvangen van de bij de rechtbank
ingediende stukken en is de e-mail van 9 februari 2024 de enige e-mail die naar de
advocaat van de ex-echtgenote van klager is gestuurd. Van verdere communicatie of
enige samenwerking met de advocaat in India is geen sprake.
Tot slot merken verweersters op dat de betekening van het verzoekschrift al door
de deurwaarder en het OM in werking was gezet en niet meer was te stoppen na de beëindiging
van hun werkzaamheden voor klager.
4.2 De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
Toetsingskader
5.1 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat.
Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk
onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de
vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt
de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de
zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd
door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene
professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk
bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Klachtonderdeel a) is ongegrond
5.2 Uit de overgelegde stukken leidt de raad af dat verweersters de juiste stappen
hebben gezet om het echtscheidingsverzoek van klager aan zijn ex-echtgenote in India
te laten betekenen en dat zij klager van het verloop van de procedure op de hoogte
hebben gehouden. Verweersters mochten vertrouwen op de juistheid van het bericht van
de deurwaarder dat hij het deurwaardersexploot met het echtscheidingsverzoek bij het
parket van het OM had achtergelaten. Het kan verweersters niet worden aangerekend
dat zij geen verzendbewijs van het OM aan de rechtbank konden overleggen, omdat zij
dit niet hadden ontvangen. In plaats daarvan hebben zij de rechtbank met andere stukken,
waaronder de e-mail van de deurwaarder aan de ex-echtgenote van klager en het verzendbewijs
van PostNL, geprobeerd te overtuigen dat de ex-echtgenote van klager kennis had genomen
van het echtscheidingsverzoek. Van opzettelijke nalatigheid of een gebrek aan kennis
van verweersters is de raad daarbij niet gebleken.
De gang van zaken rondom de betekening van het echtscheidingsverzoek verdient echter
niet de schoonheidsprijs. Na het bericht van de deurwaarder van 25 oktober 2023 is
de nodige tijd verstreken en heeft verweerster 1 pas op 18 januari 2024 bij de deurwaarder
geïnformeerd naar een bewijs van die betekening. Gelet op dit tijdsverloop hadden
verweersters eerder bij de deurwaarder aan de bel kunnen trekken, zodat de deurwaarder
ook eerder contact had kunnen opnemen met de rechtbank en het OM over de stand van
zaken. Of dit daadwerkelijk tot een snellere betekening van het echtscheidingsverzoek
aan de ex-echtgenote van klager in India had geleid, kan de raad niet vaststellen.
Door niet eerder bij de deurwaarder te informeren, hebben verweersters de grenzen
van het tuchtrechtelijk betamelijke echter niet overschreden. Klachtonderdeel a) is
dan ook ongegrond.
Klachtonderdeel b) is ongegrond
5.3 De raad kan niet vaststellen dat verweersters tuchtrechtelijk verwijtbaar
hebben gehandeld door zonder medeweten van klager met zijn ex-echtgenote en/of haar
advocaat te communiceren. Verweersters waren gehouden om een kopie van hun berichten
aan de rechtbank naar de ex-echtgenote van klager en/of haar advocaat te sturen. Van
enige samenwerking of samenspanning tussen verweersters en de ex-echtgenote van klager
om te voorkomen dat klager het echtscheidingsverzoek in Nederland kon indienen, zoals
klager in zijn klacht stelt, is de raad bij gebrek aan een feitelijke onderbouwing
niet gebleken. Klachtonderdeel b) is ongegrond.
Klachtonderdeel c) is ongegrond
5.4 De raad oordeelt dat verweersters niet tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben
gehandeld ten aanzien van het verzoek van klager van 9 februari 2024 niet meer met
de rechtbank te communiceren en om geen werkzaamheden meer te verrichten. Uit de stukken
blijkt dat de documenten van de Indiase advocaat op 9 februari 2024 al door verweerster
1 bij de rechtbank waren ingediend op het moment dat klager later op dezelfde dag
heeft gevraagd om niet meer met de rechtbank te communiceren en om te stoppen met
de werkzaamheden. Verder was de betekening van het echtscheidingsverzoekschrift al
in gang gezet op het moment dat klager op 8 maart 2024 aan verweerster 2 bevestigde
dat hij het echtscheidingsverzoek in Nederland wilde intrekken. Het is de raad niet
gebleken dat verweersters na 8 maart 2024 nog werkzaamheden voor klager hebben verricht.
Klachtonderdeel c) is ongegrond.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart de klachten over verweersters in alle onderdelen
ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. A.T. Bol, A. Schaberg,
A.B. Baumgarten en H. Warendorp Torringa, leden, bijgestaan door mr. A.E. van Oost
als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 29 juni 2026