Zoekresultaten 1-10 van de 6687 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/77

    Hond. Dierenarts treft het verwijt net betrekking tot een hond ten onrechte euthanasie te hebben voorgesteld op basis van een onjuiste diagnose (een bottumor). [Klacht gegrond, volgt waarschuwing.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/89

    Hond. Klacht ziet op een door een dierenarts vermeend onjuist uitgevoerde euthanasie van een hond. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/62 VTC 2024/65

    Hond. Klachten tegen twee dierenartsen over het onderzoek en de behandeling van een hond met braakklachten. [Klacht 2024/62 ongegrond]. [Klacht 2024/65 gegrond met waarschuwing].

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/61

    Hond. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond in haar onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage VTC 2024/55

    Hond. Dierenarts wordt verweten bij de invulling en afgifte van een dierenpaspoort voor een door klager aangekochte pup nalatig te hebben gehandeld. Klacht gegrond. Volgt geldboete van € 2.000, waarvan € 1.500 voorwaardelijk. (Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld).

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:277 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:278 Hof van Discipline 's Gravenhage 260074 260076

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:279 Hof van Discipline 's Gravenhage 260053

    Klacht over de eigen advocaat in een fiscale (bezwaar)procedure. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder duidelijk met klaagster heeft gecommuniceerd over de reikwijdte van zijn opdracht en ook zorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad waarbij onder meer een maatregel is opgelegd en verklaart de desbetreffende klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:280 Hof van Discipline 's Gravenhage 250454 250455 250456

    Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster jegens vier verweerders allen van hetzelfde kantoor. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klachtonderdelen gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Klaagster is niet opgekomen tegen de beslissing van de raad over verweerder 4 (de klachtenfunctionaris van het kantoor). In hoger ligt allereerst de ontvankelijkheidstoets voor in verband met termijnoverschrijding. De raad heeft een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard in verband met het verstrijken van de driejaarstermijn. Het hof is van oordeel dat klaagster voldoende heeft onderbouwd dat zij pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend is geworden met de gevolgen van het handelen of nalaten van verweerders. Niettemin oordeelt het hof dat de termijn van artikel 46g lid 2 Advocatenwet is overschreden. Het hof bekrachtigt in zoverre de beslissing van de raad ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid. Met betrekking tot de inhoud van de overige klachtonderdelen oordeelt het hof dat klaagster niet kan worden ontvangen in het door haar ingestelde beroep, wegens gebrek aan gronden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:281 Hof van Discipline 's Gravenhage 250253

    Klaagster heeft (beperkt) hoger beroep ingesteld. De gemachtigde van klaagster noch klaagster zelf is ter zitting bij het hof verschenen. Het hof ziet geen aanleiding om de zitting te heropenen, zoals door de gemachtigde van klaagster is verzocht. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen