Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 256 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:271 Raad van Discipline Amsterdam 21-424/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:265 Raad van Discipline Amsterdam 21-819/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:219 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210174

    Bekrachtiging beslissing raad. Klacht van de wederpartij over verkeerde procedure, onjuistheden in processtukken en onnodig grievende handelingen en uitlatingen ongegrond. Verweerster heeft gehandeld binnen de vrijheid die haar als advocaat van de wederpartij toekomt.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/20-2021-002

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt beklaagde dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten/grensoverschrijdend gedrag. Het College acht de verklaring van de fysiotherapeut dat de borsten tijdens de behandeling onbedoeld kunnen zijn aangeraakt, maar dat niet in de tepels is geknepen niet geloofwaardig nu die verklaring pas ter zitting voor het eerst is afgelegd. De fysiotherapeut heeft ter zitting erkend dat hij klaagster een zoen op haar voorhoofd heeft gegeven. De verklaring van klaagster ter zitting dat tijdens de behandeling richting de schaamstreek werd gewreven, is ter zitting niet uitdrukkelijk weersproken. Klacht gegrond verklaard, schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:266 Raad van Discipline Amsterdam 21-673/A/A/D

    Dekenbezwaar. Uit het signaal van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, volgt dat verweerder zich in drie afzonderlijke gevallen niet aan de coronamaatregelen heeft willen houden en op een agressieve wijze heeft gereageerd toen hij daar door medewerkers van de rechtbank op werd aangesproken. De raad is van oordeel dat verweerder met zijn gedrag de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. De raad is verder van oordeel dat van een advocaat die via de deken wordt geconfronteerd met signalen van twee rechtbanken mag worden verwacht dat hij die signalen serieus neemt en aan enige vorm van introspectie/zelfreflectie doet. Verweerder heeft daarvan geen blijk gegeven, ook niet op de zitting van de raad. Hoewel het voorstel van de deken om dit door middel van een coaching-traject te doen een goed voorstel is, is het aan verweerder zelf dat doel te bereiken. Het gaat de raad te ver om het afbreken van een door de deken aangeraden coaching-traject of het niet hervatten van een afgebroken coaching in de gegeven omstandigheden "an sich" tuchtrechtelijk verwijtbaar te vinden. Waarschuwing + proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-714/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder zou klager (een kwetsbare cliënt) ter zitting bijstaan, maar is niet ter zitting verschenen. Hoewel het om een menselijke fout lijkt te gaan, geldt ook dat dit niet had mogen gebeuren. Waarschuwing. Overige klachtonderdelen – over het niet bezoeken van klager en het niet verstrekken van stukken aan de rechtbank – ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-677/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is tekortgeschoten in zijn communicatie met klaagster, onder meer door ongepaste uitlatingen te doen. Ook was zijn informatieverstrekking aan klaagster onder de maat en heeft hij onvoldoende meegewerkt aan de overname van de toevoeging. Berisping. Overige klachtonderdelen – over niet versturen aansprakelijkstelling en declareren toevoeging – ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-527/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat gegrond. Verweerster heeft klager in het ongewisse gelaten over de stand van zaken in de kwesties die zij voor hem behandelde. Ook heeft zij hem onvoldoende geïnformeerd over de sluiting van haar praktijk en de (verstrekkende) gevolgen daarvan voor klager. Gelet op enerzijds de ernst van de gedragen en anderzijds verweersters persoonlijke omstandigheden, alsmede het feit dat zij reeds van het tableau geschrapt is, acht de raad de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.230

    Klacht tegen een internist. De klacht betreft de moeder van klaagster, overleden in 2010. Patiënte is na opname in het ziekenhuis door verschillende specialisten onderzocht. Patiënte zou, na een verblijf in het ziekenhuis van ongeveer tien dagen, naar huis gaan. Haar waarden waren stabiel, patiënte had geen zuurstof meer nodig en de behandeling met antibiotica was afgerond. De nacht voordat patiënte naar huis zou gaan, is patiënte onverwacht overleden. Klaagster maakt de internist verschillende verwijten, waaronder het verwijt dat zij haar als hoofdbehandelaar nooit heeft gesproken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.280

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft de gynaecoloog ‘s nachts gebeld, omdat de man waarmee zij tot voor kort samenwoonde een epileptische aanval had. De partner van de gynaecoloog was met hem bevriend. Een dag later is deze man aan de gevolgen van de aanval overleden. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat zij heeft nagelaten om de man hulp te verlenen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard in de klacht omdat er bij de gynaecoloog geen sprake was van handelen of nalaten in de hoedanigheid van arts. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Klaagster is niet-ontvankelijk in de klacht omdat het handelen of nalaten waar klaagster over klaagt niet onder de tuchtnormen valt. Er zijn onvoldoende concrete aanknopingspunten voor de gynaecoloog om zich aangesproken te hoeven voelen in haar ‘arts-zijn’ en hulpverleningsplicht.