Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 33904 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/72 en 73

    Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris (kort gezegd) dat zij met betrekking tot moeders nalatenschap onzorgvuldig hebben gehandeld bij het opstellen van de verklaring van erfrecht, de boedelbeschrijving en de akte houdende vaststelling van de geldvorderingen. De klacht tegen de notaris en de kandidaat-notaris valt uiteen in een aantal onderdelen. De kamer heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en de uitbreiding van de klacht bij repliek niet ontvankelijk verklaard. Een aantal verwijten van klager (ten aanzien van onder meer de informatieverstrekking, het onderzoek naar de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van vader (die erfgenaam en executeur is in moeders nalatenschap) en de mededelingen over de boedelbeschrijving) acht de kamer te voorbarig. Verder is het de kamer niet gebleken dat de notaris en de kandidaat-notaris door hun communicatie voor (een verdere escalatie van de) verstoorde familieverhoudingen hebben gezorgd noch dat zij tussen 8 november 2019 en 3 december 2019 onterecht niets van zich hebben laten horen. Ten slotte is de kamer van oordeel dat de notaris zich ten aanzien van de door klager opgevraagde volmacht terecht op haar geheimhoudingsplicht jegens klager beroept

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/48

    Het BFT verwijt de notaris dat hij voor de derde keer niet heeft voldaan aan de verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen, ondanks de door het BFT geboden herstelmogelijkheden. Hiermee heeft de notaris in strijd gehandeld met artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard. De kamer heeft ten aanzien van een eventueel op te leggen maatregel overwogen dat bij beslissing van het hof Amsterdam in een andere klachtzaak aan de notaris de maatregel van ontzetting uit het ambt is opgelegd, als gevolg waarvan de notaris zijn notariële werkzaamheden zal moeten staken. Uit de betreffende beslissing van het hof blijkt dat het hof het structurele tekort aan opleidingspunten van de notaris - hoewel deze klacht in de zaak bij het hof niet aan de orde was - heeft meegewogen bij het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt. De kamer is daarom van oordeel dat het opleggen van een maatregel in deze klachtprocedure geen toegevoegde waarde heeft. Aan de notaris is om die reden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200252W

    Wrakingsverzoek. Als uitgangspunt geldt dat de enkele omstandigheid dat een rechter al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak van dezelfde partij onvoldoende is om, objectief gezien, de vrees voor partijdigheid  te rechtvaardigen (zie HR 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4004). Bijkomende omstandigheden op grond waarvan deze vrees kan worden aangenomen, zijn in dit geval niet gesteld. Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:12 Raad van Discipline Amsterdam 20-985/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Aan klager kan worden toegegeven dat het lang heeft geduurd voordat verweerster bereid was tot dagvaarding over te gaan. Dit valt haar echter niet tuchtrechtelijk te verwijten. Verweerster is immers vanaf juni 2019 volop met de zaak van klager bezig geweest. De dagvaarding is uiteindelijk niet uitgebracht omdat klager en verweerster het niet eens waren over een aantal van de daarin op te nemen schadeposten en omdat klager nog voor de uitkomst van die discussie een klacht over verweerster had ingediend.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.012

    Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster heeft een ziekenhuis en een behandelaar aansprakelijk gesteld omdat zij meent dat er een medische fout is gemaakt. De verzekeraar van het ziekenhuis heeft de gynaecoloog, destijds gynaecoloog in een ander ziekenhuis en daarnaast medisch adviseur, verzocht op basis van het medisch dossier van klaagster een medisch advies uit te brengen. Klaagster heeft eerst de verzekeraar en daarna de gynaecoloog om inzage in het door hem opgestelde advies gevraagd maar heeft geen inzage gekregen. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij geen inzage heeft gegeven in het door hem opgestelde advies terwijl hij daartoe wel verplicht was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster en wijst het verzoek tot kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.049

    Klacht tegen internist. Klager lijdt sinds 2000 aan FMF, een ernstige chronische nierziekte en is daarvoor onder vanaf 2007 tot en met 2009 onder behandeling geweest bij de internist. Klager verwijt haar dat hij zij nalatig is geweest en dat hij hierdoor zijn beide nieren is kwijtgeraakt en een niertransplantatie heeft moeten ondergaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.004 en c2020.009

    Klacht tegen gynaecoloog. De dochter van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht (bestaande uit 27 onderdelen) gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, aan de gynaecoloog de maatregel van waarschuwing opgelegd en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Beide partijen komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege herformuleert de vaste rechtspraak over de taken en verantwoordelijkheden van verschillende zorgverleners bij de behandeling van één patiënt, verklaart beide beroepen deels gegrond, vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klacht, deels op andere gronden, gedeeltelijk gegrond. Het Centraal Tuchtcollege wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten in beroep af, handhaaft de maatregel van waarschuwing en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:60 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/13

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot het afleveren van antibiotica op een vleesvarkensbedrijf niet te hebben gehandeld conform de vigerende wet- en regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Deels gegrond, voor zover het de administratieve verantwoording en documentatie van de gemaakte keuzes qua ingezette antibiotica betreft. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:13 Raad van Discipline Amsterdam 20-965/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft in zijn e-mail aan de advocaat van klager geschreven dat klager op twijfelachtige gronden liquiditeiten aan de praktijk heeft onttrokken. Gelet op de door verweerder gegeven toelichting, die door klager niet is betwist, is deze uitlating niet ongefundeerd. Verweerder heeft hiermee dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.023

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog in opleiding werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Tijdens het preoperatief spreekuur voor de uitgestelde operatie is klaagster gezien door verweerder. Deze heeft tijdens het spreekuur telefonisch met zijn supervisor overlegd. Het bloed van klaagster is opnieuw onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en een maand later is klaagster geopereerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.