We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 31-40 van de 47905 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-396/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3142 VZ

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:214 Hof van Discipline 's Gravenhage 260118

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is – onder meer - dat de advocaat moet worden betaald. Ingeval er een toevoeging wordt verleend moet de eigen bijdrage worden betaald en eventuele bijkomende kosten. De deken heeft erop gewezen dat het budget van klaagster van € 500,- redelijkerwijze onvoldoende is voor een advocaat om klaagster van juridische bijstand te voorzien in het onderliggende geschil. Daarbij heeft de deken in aanmerking genomen dat het geschil door klaagster wordt beschreven als een juridisch complexe zaak met een lange voorgeschiedenis. Zelfs al zou aan een advocaat een beperkte opdracht worden gegeven zoals klaagster voorstelt, dan nog vergt het indienen van processtukken een inhoudelijke voorbereiding van de zaak. Het hof acht het voorstelbaar dat het beperkte budget van klaagster al niet voldoende is om de kosten daarvan te kunnen dekken. Gelet hierop heeft de deken het aanwijzingsverzoek naar het oordeel van het hof wegens een gegronde reden afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-434/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. De voorzitter heeft begrip voor de behoefte van klager om contact te kunnen hebben met de advocaat van zijn ex-partner om afspraken te kunnen maken over het door hem zo gewenste contact met zijn dochter. Dit gaat echter niet zover dat je daarom een recht hebt op een reactie van die advocaat of dat kunt afdwingen door aan die advocaat een termijn te stellen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster klager telkens binnen een redelijke termijn op de hoogte gebracht van het standpunt van haar cliënte. Daarbij is ook gemeld dat mediation voor haar cliënte geen optie was. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte diende verweerster instructies van haar cliënte op te volgen. Dat heeft verweerster gedaan zonder daarbij de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat wederpartij te overtreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg over een door haar in opdracht van de rechtbank opgemaakt deskundigenrapport. Klager is het niet eens met de manier waarop dit rapport tot stand is gekomen. Hij verwijt de orthopedisch chirurg onder meer dat zij niet met de second opinion-arts in overleg is getreden en dat zij niet onpartijdig was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:215 Hof van Discipline 's Gravenhage 260134

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het gaat om twee verzoeken. Klager wil bij de Hoge Raad om herziening vragen. De deken heeft verzocht om toezending van de uitspraak waarvan klager herziening wil vragen. Dat heeft klager niet gedaan. Gelet op de informatieverplichting van de verzoeker, mocht de deken afwijzend beslissen op het aanwijzingsverzoek. Ten aanzien van het tweede verzoek is het hof is van oordeel dat de deken het verzoek van klager op goede gronden heeft afgewezen. Bij het onderzoek naar aanleiding van dit verzoek van klager heeft de deken vastgesteld dat klager reeds wordt bijgestaan door een advocaat. Deze advocaat heeft bevestigd dat hij klager bijstaat en dat hij een procesadvies zal geven inzake het door klager gewenste herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:216 Hof van Discipline 's Gravenhage 260130

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klaagster heeft, ten tijde van de behandeling van haar aanwijzingsverzoek door de deken, twee advocaten bereid gevonden haar bij te staan. Hierdoor heeft klaagster geen belang bij de behandeling van haar aanwijzingsverzoek en zal haar beklag reeds daarom ongegrond worden verklaard. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat klaagster er zelf voor heeft gekozen om geen gebruik te maken van de diensten van die advocaten. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat met een aanwijzing van een advocaat door de deken niet kan worden bereikt dat de aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verplicht op toevoegingsbasis moet verrichten, terwijl de rechtzoekende geen recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Klacht tegen GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft zorg verleend aan klager. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat tijdens de procedure is gebleken dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het opgelegde contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog en dus dat sprake is van misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9414

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij drie keer door hem is behandeld, zonder dat de fysiotherapeut een medisch dossier heeft bijgehouden. Het bijhouden van een medisch dossier is wettelijk verplicht (artikel 7:454 BW). Dat de behandeling kortstondig was en klager familie was van een medewerker van de praktijk, doet daar niet aan af. De fysiotherapeut erkent ook dat hij dit had moeten doen. Het college is niet bevoegd om een klacht over schadevergoeding te beoordelen. Voor het overige is de klacht ongegrond. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:217 Hof van Discipline 's Gravenhage 260034 

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het verzoek van klaagster ziet het aanwijzen van een advocaat die haar belangen in de procedure betreffende het verlenen van een zorgmachtiging in de volle breedte behartigt. Klaagster is van mening dat de rechtbank onbevoegd was om nog enige beschikking te wijzen en zij vindt daarom dat de beschikking van 18 december 2025 onbevoegd is genomen. Voor het aanvechten van die beschikking heeft klaagster om een advocaat verzocht. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat klaagster met het instellen van cassatie niet kon bereiken wat zij wilde, namelijk de vernietiging van de beslissing van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025. Dit betekent dat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. De deken heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat toewijzing van een (stam)advocaat niet zal leiden tot een samenwerking waarin klaagster vertrouwen in heeft. Gelet op de voorgeschiedenis, waarin reeds meermalen -zowel door de deken als door de rechtbank- een advocaat is aangewezen, onderschrijft het hof dit standpunt van de deken.