Zoekresultaten 22401-22450 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-522/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over onjuiste en onnodig grievende uitlatingen door advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:322 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.187

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts a) Onjuiste verslaglegging b) Niet adequaat doorverwijzen c) Grensoverschrijdend gedrag d) Overdracht medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, de huisarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht wat betreft het eerste deel van klachtonderdeel d. (overdracht medisch dossier) gegrond. Het Regionaal Tuchtcollege is tot hetzelfde oordeel gekomen. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege acht het Centraal Tuchtcollege de klacht voor het overige (waaronder klachtonderdeel b.) ongegrond. Hoewel dus in (incidenteel) beroep minder klachtonderdelen gegrond worden bevonden dan in eerste aanleg, acht het Centraal Tuchtcollege, met eenparigheid van stemmen (artikel 74 lid 5 Wet BIG), het opleggen van de maatregel van waarschuwing gepast en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:316 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.027

    Klacht tegen voorzitter Raad van Bestuur, tevens mdl-arts. Klager had ernstige problemen met zijn gehoor en bij hem is door een kno-arts uit het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is een Cochleair Implantaat geplaatst. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij niet correct gehandeld heeft door niet op de brieven van klager te antwoorden en zijn eigen belang boven dat van de patiënt te stellen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat uit het beroepschrift van klager niet, althans onvoldoende, blijkt wat de gronden van zijn beroep zijn en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-664/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Niet is gebleken dat verweerder in zijn hoedanigheid van bijzonder curator (over de dochter van klaagster) onverdedigbare of onbegrijpelijke afwegingen heeft gemaakt dan wel anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-747/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:323 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.209

    Klacht tegen kinderarts. Klaagster heeft een dochtertje dat is geboren met een zeldzame, niet progressieve spierafwijking, waarvoor zij sinds haar geboorte onder behandeling is van de kinderarts. Het gezag over haar dochtertje berust bij klaagster. Klaagster en haar moeder zijn in een juridische strijd verwikkeld over de woonplaats van klaagsters dochtertje. Na een gesprek met de moeder van klaagster, haar advocaat en klaagsters schoonzus achtte de kinderarts een spoedmelding bij Veilig Thuis noodzakelijk. De kinderarts heeft ten behoeve van Veilig Thuis een medische verklaring geschreven en een verklaring inhoudende een gespreksverslag. Klaagster verwijt de kinderarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld doordat zij zonder dat zij klaagster heeft gehoord, gezien of ingelicht een onbegrijpelijke en voor klaagster belastende verklaring heeft afgegeven waarin zij aangeeft zich al tien jaar zorgen te maken over de verstandhouding tussen klaagster en haar dochtertje. Dit terwijl zij klaagster dochtertje slechts 8 tot 10 keer in de afgelopen tien jaar heeft gezien. Daarbij is de kinderarts volledig afgegaan op eenzijdig van de grootmoeder verkregen informatie. Door deze verklaring aan de advocaat van de grootmoeder te sturen heeft zij zich gemengd in een juridische strijd tussen klaagster en haar moeder. Het Regionaal legt de kinderarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de kinderarts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:317 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.451

    Klacht tegen orthopeed. In 2008 is bij klaagster een knieprothese links geplaatst. In verband met klachten aan de rechterknie heeft klaagster in het kader van een second opinion het advies gekregen eerst de linkerknie te laten opereren en pas daarna de rechterknie. Klaagster is vervolgens naar verweerder doorverwezen. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet aan haar linkerknie, maar aan haar rechterknie had moeten behandelen en dat de communicatie te wensen heeft overgelaten. Het Regionaal Tuchtcollege acht beide klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege onderschrift het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-242/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Een advocaat is niet gehouden om zijn werkzaamheden voort te zetten indien een cliënt niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen jegens de advocaat. De voorzitter is van oordeel dat verweerster bij het beëindigen van haar werkzaamheden voor klager de benodigde zorgvuldigheid in acht heeft genomen. In het dossier bevindt zich geen enkele aanwijzing voor de juistheid van de stelling dat verweerster is tekortgeschoten in de door haar verleende rechtsbijstand. Verweerster heeft naar het oordeel van de voorzitter zorgvuldig gehandeld door aan de hand van bestudering van de stukken uit het dossier een second opinion te adviseren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-319/DH/DH

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-259/DH/RO

    Verweerster heeft in 2016 als bijzonder curator van de minderjarige dochter van klaagster opgetreden, nadat zij klaagster in de periode van 2007 tot 2009 als BOPZ-advocaat had bijgestaan. Het was wellicht verstandiger geweest indien verweerster niet als bijzonder curator van de dochter van klaagster was opgetreden, maar de raad acht dit in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zo heeft verweerster klaagster bij aanvang van haar aanstelling als bijzonder curator uitgebreid geïnformeerd over die rol. Klaagster heeft vervolgens expliciet ingestemd met het optreden van verweerster als bijzonder curator. Voorts is niet uit het klachtdossier gebleken dat verweerster als bijzonder curator onverdedigbare of onbegrijpelijke afwegingen heeft gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-497/DH/RO

    Verweerder heeft op verzoek van zijn cliënte - de ex-echtgenote van klager - met de minderjarige kinderen (11 en 12 jaar oud) van klager gesproken. Hij heeft daardoor onjuist en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Reeds vanwege de jeugdige leeftijd van beide kinderen en vanwege de spanningen rond de omgangsregeling tussen klager en diens ex-echtgenote, had verweerder van een gesprek met die kinderen moeten afzien. Daar komt bij dat verweerder klager niet op voorhand in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om met de minderjarige kinderen in gesprek te gaan - laat staan dat hij daarvoor toestemming van klager heeft gevraagd. Verweerder heeft door aldus te handelen de belangen van klager en mogelijk ook die van de kinderen geschaad. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-099

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Er bestaat naar het oordeel van het College geen reden voor de vaststelling dat de bedrijfsarts de situatie van klaagster onjuist heeft ingeschat. In geval een bedrijfsarts vaststelt dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid op een medische grondslag, is het aan de werkgever en de werknemer in overleg te komen tot hervatting van werkzaamheden in eigen dan wel ander werk of een andere oplossing. Er is sprake van slordigheden in de dossiervoering, maar niet van dien aard dat deze van tuchtrechtelijke aard zijn. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-297

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager en de bedrijfsarts verschillen in mening over hetgeen is gezegd tijdens het spreekuurcontact, waardoor naar het oordeel van het College het medisch dossier een in voldoende mate objectief aanknopingspunt is voor de stelling van de bedrijfsarts. Een bedrijfsarts kan en mag uitgaan van de mededeling van de werknemer van de diagnose en die door de behandelaar is gesteld. De vroege aanvinking van de CAS-code in het digitale dossier van klager is onbedoeld blijven staan in de informatie die de bedrijfsarts heeft vertrekt ten behoeve van de WIA-aanvraag. Dit is onhandig geweest, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorts kan niet worden vastgesteld dat de bedrijfsarts ondeskundig heeft geadviseerd ten behoeve van het expertiseonderzoek naar klagers belastbaarheid. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-624/DH/DH

    Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft gedragsregel 37 geschonden door geen gevolg te geven aan verzoeken van de deken. Daarnaast heeft hij niet voldaan aan zijn verplichting als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 onder b Voda en heeft hij de financiële bijdrage aan de NOvA over het jaar 2017 niet tijdig voldaan. Bij beslissing van 4 juli 2016 onder nummer 15-462/DH/DH heeft de raad aan verweerder een waarschuwing opgelegd omdat hij onvoldoende had gereageerd op verzoeken van de deken en niet tijdig had voldaan aan zijn betalingsverplichting aan de lokale Orde. Verweerder heeft klaarblijkelijk niets van deze veroordeling geleerd. De raad legt daarom een geheel voorwaardelijke schorsing van 4 weken op, met een proeftijd van 2 jaar. De inzagetermijn als bedoeld in artikel 8a lid 3 Advocatenwet wordt verkort tot twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-057

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet is gebleken dat de conclusie van de bedrijfsarts dat sprake is van een arbeidsconflict, niet juist zou zijn. Dat klager ten onrechte is uitgenodigd voor een consult terwijl dit ook telefonisch kon, is niet aan de bedrijfsarts te wijten. Wat betreft het verwijt dat de bedrijfsarts de inhoud van een brief niet vooraf met klager heeft besproken oordeelt het College dat het de voorkeur had verdiend dat de bedrijfsarts dat wel had gedaan maar dat dit in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, omdat de bedrijfsarts wel zijn voorlopige bevindingen met klager heeft gedeeld, welke gelijk zijn aan de definitieve. Ook kan niet worden gesteld de bedrijfsarts zijn beroepsgeheim zou hebben geschonden. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-075

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet is gebleken dat de bedrijfsarts de richtlijnen die geldend zijn voor de beroepsgroep bedrijfsartsen niet heeft nageleefd. Evenmin is gebleken dat de bedrijfsarts een onjuiste c.q. geen diagnose heeft gesteld. Dat de bedrijfsarts meer algemeen onvolledige en onjuiste rapportages en verklaringen heeft afgegeven is niet aannemelijk geworden. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:218 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170168

    Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 143/2017

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde over behandeling patiënt en bejegening naaste betrekking. Veronderstelde wil patiënt. Klaagster niet ontvankelijk met betrekking tot klacht over behandeling patiënt. Klacht betreffende bejegening klaagster als naaste betrekking wel ontvankelijk maar kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:214 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170119

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu het rolreglement bepaalt dat het desbetreffende processtuk ter zitting kon worden genomen. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt. De grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen. Volgt bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/284f

    Klager, die een prostatectomie had ondergaan, verwijt de fysiotherapeut, kort samengevat, dat hij bij de manuele lymfdrainage van het rechter bovenbeen onzorgvuldig heeft gehandeld. Als gevolg van de behandeling is bij klager een spierruptuur ontstaan. De klacht heeft voorts betrekking op onder meer het ontbreken van toestemming voor de behandeling (geen informed consent), het verrichten van onvoldoende diagnostiek en het stellen van een onjuiste diagnose. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:215 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170084

    Bekrachtiging van de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:216 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170145

    Hetgeen de raad heeft overwogen omtrent de proceskosten-vergoeding is niet (geheel) juist; de procesvergoeding komt niet zonder meer aan de cliënten toe, maar aan de Raad voor Rechtsbijstand en eventueel pro resto aan de advocaat. Dat brengt echter niet mee dat de beslissing van de raad niet in stand kan blijven. Voor het overige heeft het onderzoek in hoger beroep niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt. De overige grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen. Volgt bekrachtiging van de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:217 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170165

    Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 035/2017

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klachtonderdelen hebben betrekking op een uitlating die de moeder van klager zou hebben gedaan ten overstaan van de zus van klager. Verweerster heeft over deze uitlating tegen de ex-vrouw van klager gezegd dat deze serieus genomen moest worden, ook al was verweerster er niet bij en wist ze niet of en hoe het gezegd was. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht met betrekking tot de schending van het beroepsgeheim van patiënte (zijn moeder). Een tweede klachtonderdeel is gegrond. Verweerster heeft haar mededeling aan de ex-vrouw niet beperkt tot het verstrekken van feitelijke en relevante medische gegevens, maar zij heeft daarentegen ook een conclusie gepresenteerd namelijk dat de uitlating van patiënte serieus zou moeten worden genomen. Deze conclusie is onvoldoende onderbouwd en wordt niet ondersteund door objectieve gegevens. Verweerster heeft zelfs geen onderzoek naar de feiten ingesteld en heeft niet met patiënte of klager over het voorval gesproken. Een voorval dat patiënte in theorie zelfs gedroomd zou kunnen hebben. Verweerster had zich jegens de ex-vrouw van klager voorts moeten beperken tot een verwijzen voor informatie naar de contactpersoon, de dochter van patiënte. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:236 Raad van Discipline Amsterdam 17-793/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk niet-ontvankelijk. Ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 048/2017

    Klacht tegen huisarts. Dochter van patiënte klaagt over de door verweerder geboden zorg in de stervensfase van haar moeder. Verweerder heeft ondanks verzoek huisartsenpost “die ochtend” controle te doen en vervolgbeleid in te zetten en ondanks herhaaldelijk contact met medewerkers van het zorgcentrum waar moeder verbleef, pas rond 15.30 uur een visite afgelegd. Urgentie niet juist ingeschat. Ook de communicatie met familie en verzorgenden is onvolledig en niet adequaat geweest. Volgt berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:237 Raad van Discipline Amsterdam 17-732/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Dat klaagster het niet eens was met het advies van verweerder betekent niet dat verweerder geen rechtsbijstand heeft verleend. Geen verplichting exemplaar kantoorklachtenregeling te geven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:238 Raad van Discipline Amsterdam 17-733/A/A

    Voorzittersbeslissing. De klacht komt er in de kern op neer dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met – de voor hem kenbare – belangen van klagers. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:239 Raad van Discipline Amsterdam 17-731/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Het stond verweerster vrij te trachten bewijs ter ondersteuning van de vordering van haar cliënte te verzamelen dan wel veilig te stellen zoals zij heeft gedaan. De belangen van klager zijn daarbij niet op ontoelaatbare wijze geschaad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:73 Accountantskamer Zwolle 16/3002 Wtra AK

    Met onvoldoende diepgang en onvoldoende professioneel kritische instelling uitgevoerde controle naar de juistheid van (Europese) subsidiabele kosten (“subsidieverklaring”). Met onvoldoende diepgang en onvoldoende professioneel kritische instelling uitgevoerde assurancewerkzaamheden in het kader van een NVCOS 3000 rapportage over het bestaan en de waarde van niet in de jaarrekening verwerkte intellectuele activa van zijn cliënt. Ten onrechte adviseren aan cliënt van het opnemen van een voorziening met als doel (al dan niet tijdelijk) een lager bedrag aan vennootschapsbelasting te betalen. Klacht gegrond; maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van 3 maanden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:74 Accountantskamer Zwolle 17/422 Wtra AK

    Geschillen tussen maten bij het beëindigen van het lidmaatschap van betrokkene van een accountantsmaatschap. Betrokkene heeft hem kenbaar zonder deugdelijke grondslag een bepaalde vordering op de maatschap gepretendeerd en het is hem daarom te verwijten dat hij in sterke mate vakonbekwaam heeft gehandeld. De overige klachten stuiten af op de vaste jurisprudentie van de Accountantskamer dat, behoudens bijzondere omstandigheden, het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen al dan niet in rechte innemen van een civielrechtelijk standpunt in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit (artikelen 4 en 6 VGBA) niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt kan leiden. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in dit geval niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:234 Raad van Discipline Amsterdam 17-709/A/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Het valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij geen contact heeft opgenomen met het waarborgfonds. Geen sprake van excessief declareren.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:75 Accountantskamer Zwolle 17/1052 Wtra AK

    Deelklachten niet-ontvankelijk omdat deze tegelijk bij een eerdere klacht hadden moeten worden ingediend. Deelklachten voorts niet-ontvankelijk want te laat ingediend. Deelklacht ongegrond, omdat niet betrokkene doch een andere accountant de gewraakte handeling heeft verricht. Een intrekkingsbrief aan zijn cliënt, die in afschrift is gezonden aan de civiele tegenpartij van de cliënt, is een adequate waarborg om te voorkomen dat de beslissende rechter ten onrechte waarde hecht aan de in een eerdere brief van de accountant door hem ingenomen standpunten. Bij de tuchtrechter kan niet geklaagd worden over het nalaten van betaling van schadevergoeding, indien daar al een civielrechtelijke grondslag voor zou zijn. De Accountantskamer kan voorts zelf geen schadevergoeding opleggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:235 Raad van Discipline Amsterdam 17-619/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Van enigerlei tekortschieten van verweerster is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-737/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Door het intrekken van hun klacht hebben klagers hun recht om opnieuw over hetzelfde feitencomplex te klagen, prijsgegeven. Een intrekking van een klacht betreft immers een definitieve rechtshandeling waarop niet meer kan worden teruggekomen. Dat klagers klaarblijkelijk spijt hebben gekregen van de intrekking van de klacht maakt dit niet anders. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1794

    De bedrijfsarts wordt verweten dat hij bij zijn oordeel over passende werkzaamheden is uitgegaan van onjuiste informatie en dat hij geen deugdelijke probleemanalyse heeft opgesteld. Niet gebleken dat hij zorgvuldig onderzoek heeft verricht. Geen deugdelijke anamnese. Te beperkte taakopvatting gehanteerd en te snel conclusies getrokken: hij had klaagsters psychische klachten beter moeten uitvragen en aan de hand daarvan òfwel enkel klaagsters beperkingen moeten formuleren òfwel – als hij de concrete vraag van de werkgever wilde beantwoorden – zich een duidelijker beeld moeten vormen van de functieomschrijving van de beoogde nieuwe functie voor klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-640/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Het ne bis in idem-beginsel verzet zich ertegen dat, nadat een klacht over een bepaald feitencomplex is beoordeeld en daarop is beslist, de klager zich later opnieuw en met een andere klacht naar aanleiding van dat feitencomplex over de advocaat beklaagt. De ten opzichte van de eerste klacht thans ‘nieuw’ aangevoerde stellingen en argumenten vallen naar het oordeel van de voorzitter - in de kern bezien - onder hetzelfde feitencomplex als waarop de eerste klacht betrekking had. Nieuwe feiten zijn gesteld noch gebleken. Voor zover klaagster in de eerste klachtprocedure niet alle klachten ten aanzien van verweerders bijstand in genoemd geschil naar voren heeft gebracht, komt dat voor haar rekening. Nieuwe klachten die daarop betrekking hebben worden alleen in behandeling genomen als het onmogelijk was deze in de eerdere procedure al mee te nemen. Daarvan is niet gebleken. Klacht in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-698

    Voorzittersbeslissing over klacht tegen toenmalige deken. Verweerder heeft op grond van de voor hem geldende regelingen, zowel in de Advocatenwet als in de leidraad dekenale klachtbehandeling, op zorgvuldige en doelmatige wijze gehandeld en klager ruim voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn klachten toe te lichten en aan te vullen. Verweerder heeft binnen de hem toekomende grote vrijheid gehandeld jegens klager. Verweerder heeft met zijn handelen zoals hij heeft gedaan geenszins het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:311 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.208

    Klacht tegen sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Aan klaagster werd in het kader van bemoeizorg door een FACT-team hulp geboden. Verweerder is daarbij als coördinerend behandelaar opgetreden en heeft in dat verband meerdere huisbezoeken bij klaagster afgelegd. Klaagster verwijt verweerder dat hij zonder legitimatiebewijs en zonder zich voor te stellen haar huis is binnengedrongen, zonder toestemming heeft geprobeerd waardevolle spullen van klaagster mee te nemen, klaagsters huis heeft leeggehaald, ervoor heeft gezorgd dat klaagster geen uitkering meer kreeg en allerlei leugens heeft verteld, alles van klaagster heeft afgepakt en dat klaagster als zij over dat alles wil klagen, van hem geen klacht mag indienen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:306 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.326

    Klager is (voormalig) collega en medebehandelaar van de patiënt. Niet is gebleken dat klager een concreet aan de individuele gezondheidszorg gerelateerd eigen belang heeft op grond waarvan hij als (voormalig) collega rechtstreeks belanghebbende is uit hoofde van artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:307 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.327

    Klager is (voormalig) collega en medebehandelaar van de patiënt. Niet is gebleken dat klager een concreet aan de individuele gezondheidszorg gerelateerd eigen belang heeft op grond waarvan hij als (voormalig) collega rechtstreeks belanghebbende is uit hoofde van artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:169 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/618435 / DW RK 16/1214

    Beslag op huurpenningen van het appartement dat volgens het kadaster in eigendom is van [x]. Niet gebleken of onderbouwd is dat de gerechtsdeurwaarder eerder dan na het gelegde beslag op de hoogte is gebracht van de omstandigheid dat niet [x] maar klager de verhuurder van het appartement was. Klager heeft niet onderbouwd dat de huurder onevenredig en onbeschoft onder druk is gezet door de gerechtsdeurwaarder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:308 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.328

    Klager is (voormalig) collega en medebehandelaar van de patiënt. Wat betreft de eerste tuchtnorm is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat niet is gebleken dat klager een concreet aan de individuele gezondheidszorg gerelateerd eigen belang heeft op grond waarvan hij als (voormalig) collega rechtstreeks belanghebbende. Wat betreft de tweede tuchtnorm is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het belang van klager niet anders kan worden uitgelegd als een (afgeleid) financieel belang. Klager was daarom niet klachtgerechtigd . Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:185 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-007/DB/OB

    Geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot ander oordeel leiden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:223 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-309 DB / LI 17-470 DB / LI 17-471 DB / LI

    Klacht over kwaliteit van dienstverlening van verweersters in alle onderdelen ongegrond. Voor een deel van de klachtonderdelen geldt dat ten overstaan van de deken een schikking is getroffen, voor een ander deel van de klachtonderdelen geldt dat deze een doublure vormen van de klachtonderdelen waarover een schikking is getroffen en voor het overige deel van de klachtonderdelen geldt dat de feitelijke grondslag ontbreekt.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17132

    Klacht tegen chirurg over onkundige en niet correcte behandeling ongegrond. Restloos herstel na gecompliceerde polsfractuur niet zeker. Advies om te oefenen terecht gegeven. Verweerder was bereid tot verwijzing en heeft klaagster serieus genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:309 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.157

    Ne bis in idem. Anders dan klager stelt, betreft de onderhavige klacht hetzelfde feitencomplex als een eerder ter beoordeling voorgelegde klacht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:186 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-496/DB/ZWB

    Niet komen vast te staan dat verweerder klager op onbehoorlijke wijze heeft bejegend of zich onnodig grievend heeft uitgelaten tijdens een telefoongesprek dat begin 2016 plaatsvond. Verweerder heeft zich wel nodeloos grieven uitgetalen met de passage in een brief aan klager: “U wil alleen meewerken als uw zoon bij u komt wonen. Ik begrijp dat uw zoon wisselgeld is. Maar is dat, wat uw kind voor u betekent? Gebruikt u hem daarvoor? Is hij niet meer waard?” Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-697

    Voorzittersbeslissing: klacht tegen voormalig deken. Voorzitter oordeelt dat een deken ook na indiening van klacht tegen hem de klachten tegen de beklaagde advocaten mag blijven behandelen. Gevolg van het wettelijk systeem. Doorverwijzing naar andere deken staat volledig ter vrije beoordeling van de deken zelf. In deze klachtzaken heeft verweerder vanaf de indiening van de klacht tegen hem, vanaf 3 augustus 2016, de afhandeling van de klachten van klager aan zijn toenmalig waarnemend deken overgedragen. Daarmee is verweerder aan de wens van klager tegemoet gekomen. Dat de naam van verweerder onder het dekenstandpunt van de waarnemend deken is gezet, is een administratieve omissie gebleken. Alleen dat is niet voldoende om daaruit af te leiden dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:310 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.303

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is in 2006 en 2015 gedwongen opgenomen geweest in een psychiatrisch centrum waar verweerster als sociaal psychiatrisch verpleegkundige werkzaam is. Tevens is verweerster lid van een FACT-team. De klacht betreft de gedwongen opnamen van klaagster en die van haar partner en een kennis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in de klacht over de opname in 2006 vanwege verjaring en ten aanzien van de klacht over de opname van haar partner en een kennis omdat klaagster bij deze zorg geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige heeft het Regionaal Tuchtcollege de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.