Zoekresultaten 20251-20300 van de 47538 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-027a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een oogarts. Klaagster is geopereerd door de oogarts, een arts in opleiding tot oogarts heeft geassisteerd tijdens de operatie. Onduidelijk is gebleven of tijdens het preoperatieve gesprek onbetwistbaar is besproken dat klaagster niet door een leerling geopereerd wilde worden en dat zij ook geen leerlingen aan haar wilde. Hierover verschillen partijen van mening. Het ontbreken van verslaglegging van het preoperatieve gesprek levert in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-789/DH/RO

    Klacht over kwaliteit van dienstverlening ongegrond. Klacht dat verweerder klager onvoldoende op de hoogte heeft gehouden van de bij de rechtsbijstandsverzekeraar ingediende declaraties gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:142 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180079

    Een advocaat van een partij die wordt geconfronteerd met een derdenbeslag dat hij onjuist acht, dient zich te wenden tot de (advocaat van de) beslaglegger om in overleg de (on)juistheid van het beslag vast te stellen en, indien dat overleg niet tot overeenstemming leidt, kan de advocaat een procedure aanhangig maken jegens de beslaglegger. Verweerster had zich daarom moeten verstaan met de advocaat van de beslaglegger in plaats van met klaagster als derde-beslagene. Verweerster heeft bovendien de belangen van klaagster verontachtzaamd door klaagster er herhaaldelijk en in dwingende bewoordingen toe aan te zetten de eerder afgelegde derdenverklaring te herroepen en de beslagen goederen vrij te geven, zonder klaagster te wijzen op de risico's die dat voor klaagster zou meebrengen. Het hof verhoogt de door de raad opgelegde maatregel tot een berisping. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 645467 / NT 18-17

    De kamer overweegt het volgende. In het samenlevingscontract zijn klager en zijn ex-partner overeengekomen dat zij - als gevolg van ieders aandeel naar evenredigheid in de woning - een vordering (gelijk aan het meerdere) op elkaar verkrijgen, indien blijkt dat de ander meer heeft bijgedragen dan waartoe hij of zij op grond van dat aandeel gehouden is. Uit de door klager overgelegde stukken blijkt dat door hem in 2013 een vraag is gesteld aan de notaris met betrekking tot de mogelijke aanpassing van dit samenlevingscontract. Wat de precieze inhoud van die vraag is geweest, is evenwel niet duidelijk geworden. Evenmin kan op basis van de door klager overgelegde stukken worden vastgesteld dat klager (en zijn ex-partner) ter zake een opdracht aan de kandidaat-notaris hebben verstrekt. Daarbij is van belang dat de kandidaat-notaris per 1 maart 2016 is gedefungeerd als zogenoemde ‘zware waarnemer’ van het protocol van oud-notaris mr. [B] en dat hij sinds die datum daarom ook geen toegang tot de administratie meer heeft. Ter zitting heeft de kandidaat-notaris, net als tegenover de rechtbank, verklaard geen concrete herinnering aan deze zaak te hebben, wat de kamer, anders dan klager, niet onaannemelijk voorkomt. Niet kan dan ook worden vastgesteld dat de kandidaat-notaris (onjuist) heeft geadviseerd, nog daargelaten de vraag of de door klager gewenste wijzigingen ook conform de wens van de ex-partner van klager waren. Immers, uit de door klager overgelegde stukken blijkt niet van door zijn ex-partner zelf uitgesproken wens om het bedrag van € 50.000,- te schenken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:156 Raad van Discipline Amsterdam 18-309/A/A

    Ongegronde klacht over advocaat wederpartij. Het stond verweerster vrij om binnen de (tweede) betaaltermijn van de factuur beslag te leggen. Klaagster verkeerde immers al in verzuim doordat de (eerste) betalingstermijn van de factuur waarvoor beslag is gelegd was verstreken althans zij de overeenkomst met de cliënte van verweerster had ontbonden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:157 Raad van Discipline Amsterdam 18-110/A/NH

    Deels gegrond verzet. Verweerster heeft in de gegeven omstandigheden niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt door voor de minderjarige als rechtsbijstandverlener op te treden onder de in de uitspraak geschetste omstandigheden. Het verzet tegen klachtonderd elen a) en c) is gegrond en klachtonderdelen a) en c) zijn gegrond. Het verzet tegen de overige klachtonderdelen is ongegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:170 Raad van Discipline Amsterdam 18-201/A/NN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-401/DB/OB

    Klacht deels niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn art. 46g en deels kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder in zijn hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:171 Raad van Discipline Amsterdam 18-178/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-438 DB /OB

    Grenzen van de aan verweerster, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid, niet overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2018/01

    Een klacht over de wijze van communiceren ten tijde van een tandartsbehandeling. Het college kan de feiten niet vaststellen nu de verklaringen partijen tegenover elkaar staan. Wel kan worden vastgesteld dat de communicatie stroef en met wederzijdse spanning is verlopen. De behandeling had beter gekund. Dit is echter onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. De klacht wordt in al haar onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-372/DB/LI

    Niet gebleken dat advocaat-cliënt relatie tot stand is gekomen. Vertrouwen in advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:234 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.539

    Klacht tegen anesthesioloog. Klager is door een neuroloog verwezen naar verweerster voor een wortelblokkadebehandeling. Bij deze ingreep loopt klager een dwarslaesie op. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft ingelicht over de risico’s van de wortelblokkadebehandeling, dat zij onvoldoende onderzoek heeft verricht voorafgaand aan de behandeling en dat zij na de wortelblokkadebehandeling niet heeft ingegrepen en op geen enkel moment contact heeft opgenomen met het ziekenhuis om te horen hoe het met klager ging. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de anesthesioloog uiterlijk tijdens het tweede contactmoment na de ingreep nader onderzoek had moeten verrichten, dat zij het verpleegkundig personeel, in deze ongebruikelijke situatie, niet toereikend heeft geïnstrueerd en heeft nagelaten het verloop en de contactmomenten in het dossier vast te leggen en verklaart daarmee het derde klachtonderdeel gegrond. A an de anesthesioloog wordt de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de beslissing wordt gelast. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart alleen het deel van de klacht gegrond dat betrekking heeft op het nalaten van het doen van onderzoek bij het tweede contactmoment en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:235 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.051

    Klacht tegen psychiater die als hoofdbehandelaar is opgetreden voor klaagster, die een veelvoud van psychiatrische aandoeningen heeft. De klacht is gedeeltelijk gegrond verklaard door het RTG met oplegging van de maatregel van waarschuwing. De psychiater komt tegen de gedeeltelijke gegrondverklaring en de maatregel in beroep. Concreet verwijt de klaagster de psychiater dat zij onvoldoende alert is geweest en heeft ingegrepen, toen de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) in de behandeling van de patiënte de professionele distantie niet meer in acht nam. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt, anders dat het RTG, dat de psychiater als hoofdbehandelaar voldoende heeft gestuurd, maar door het gebrek aan informatie door de SPV niet een compleet en correct beeld heeft gehad van de situatie. Dit is de SPV aan te rekenen – in een beslissing van het RTG is hem een berisping voor dit verwijt opgelegd - . De psychiater mocht onder de omstandigheden afgaan op de informatie die zij van de patiënte en de SPV kreeg. De gegrondverklaarde onderdelen worden alsnog ongegrond verklaard; de maatregel vervalt.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-014a(1)

    Klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen tegen de psychiater die betrekking hebben op zijn zoon (patiënt). De curator is – nu patiënt door de ondercuratelestelling in beginsel onbekwaam is om rechtshandelingen te verrichten – de geëigende persoon om namens patiënt klachten in te dienen, dan wel om patiënt toestemming te verlenen om dit zelf te doen. Klager is dus geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 onder a van de Wet BIG. Klager is voor het overige wel ontvankelijk omdat deze betrekking hebben op het handelen van de psychiater jegens klager zelf. Het is juist dat de psychiater het contact over de behandeling van patiënt via de curator heeft laten lopen. Klager deels niet-ontvankelijk, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:168 Raad van Discipline Amsterdam 18-102/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-014a(2)

    Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een psychiater. Voor de ontvankelijkheid is in ieder geval vereist dat de curator van klager – als zijn vertegenwoordiger – in rechte schriftelijk heeft ingestemd met het door klager indienen van onderhavige klacht. Voorts heeft klager geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan klager toch in zijn klacht zou moeten worden ontvangen. Niet gebleken dat klager wilsbekwaam is. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/11F

    Klager is onder behandeling geweest bij de fysiopraktijk waar verweerder werkt. Klager verwijt verweerder een slecht behandelplan, ondeskundige behandeling en een slechte communicatie. Tevens verwijt klager hem zeer onprofessioneel gedrag door informatie op Facebook te plaatsen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:169 Raad van Discipline Amsterdam 18-111/A/NH

    Gegrond verzet. De klacht heeft betrekking op kwaliteit van dienstverlening. De raad is, anders dan voorzitter, van oordeel dat klacht van klager in licht van toetsingskader niet kennelijk ongegrond is. Het verzet is derhalve gegrond. Nu verweerder niet ter zitting is verschenen en de raad het voor de beoordeling van de klacht van belang vindt dat hij bij de behandeling daarvan aanwezig is, zal een nieuwe datum worden bepaald voor de behandeling van de klacht van klager. De raad houdt iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/087F

    Klaagster is bij verweerder (fysiotherapeut) geweest voor behandelingen tegen pijn in haar nek. Na de tweede behandeling is klaagster in het ziekenhuis opgenomen met een scheur in haar slagader, die tot een beroerte heeft geleid. Klaagster verwijt verweerder het stellen van een verkeerde diagnose. Tevens verwijt ze verweerder een onjuiste behandeling en onprofessionele en ongeschikte medische zorg. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-058

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een huisarts. Zij is geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG, omdat zij geen bij een handeling op het gebeid van de individuele gezondheidszorg betrokken belang heeft, maar een afgeleid (financieel) belang. Klaagster niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-261

    Ongegronde klacht tegen een neuroloog. De behandeling voor Bellse parese met prednison was juist. De neuroloog heeft klager niet hoeven wijzen op de bijwerking , dit betreft een zeer zeldzame bijwerking. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-060

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een anesthesioloog. Zij is geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG, omdat zij geen bij een handeling op het gebeid van de individuele gezondheidszorg betrokken belang heeft, maar een afgeleid (financieel) belang. Klaagster niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-084

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. In het geval van klager was er geen sprake van een spoedverwijzing. Dat de opname medisch geïndiceerd was, betekent niet dat deze met spoed moest plaatsvinden. Niet gebleken dat de psychiater heeft geweigerd klager op te nemen, het is de eigen keuze van klager geweest om de gesprekken niet voort te zetten. De door de psychiater tijdens het intakegesprek gestelde vragen waren niet onredelijk. Ook is niet vast komen te staan dat de psychiater klager onheus heeft bejegend. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-042

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft zijn aanvankelijke diagnose, nadat hij de lage saturatie en de hoge ademhalingsfrequentie tot zich had laten doordringen, onmiddellijk herzien. Er zijn geen aanwijzingen dat de huisarts zich door klaagster in zijn medisch handelen heeft laten leiden. Evenmin is gebleken dat verweerder anders heeft gehandeld omdat klaagster daarop heeft aangedrongen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-290

    Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft niet onjuist gehandeld door in de rapportage aan de Raad voor de Kinderbescherming te rapporteren over een periode waarin zij niet betrokken was bij het gezin van klager. Het rapport was opgesteld mede namens haar collega’s. Bovendien is de reikwijdte van de gegeven machtiging tot opvragen van informatie niet beperkt tot alleen de periode dat de arts betrokken was bij de dochter van klager. Het rapport bevat een professioneel oordeel van de arts. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/141GZP

    Klager verwijt verweerster (GZ-psycholoog) dat zij heeft gesteld dat hij psychotisch is en zijn kinderen ontvoerd zou hebben. Zij heeft dit gemeld aan Veilig Thuis zonder hem gezien te hebben en zonder diagnose. Op basis van deze informatie heeft klager zijn kinderen twee maanden niet gezien. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:167 Raad van Discipline Amsterdam 18-492/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster mocht afgaan op het feitenmateriaal dat haar clienten haar hebben verschaft. Geen sprake van chantage.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-803/DH/RO

    Klacht gegrond, waarschuwing. Verweerder is stelselmatig tekortgeschoten in duidelijk communicatie met zijn cliënt. Verder is hij onvoldoende voortvarend te werk gegaan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/136

    Klaagster heeft een relatie gehad met verweerder (arts in opleiding tot orthopedisch chirurg). Klaagster verwijt hem het onrechtmatig inzien van haar elektronisch patiëntendossier terwijl er geen behandelovereenkomst bestaat. Tevens verwijt zij de arts over het verspreiden van informatie over klaagster met derden, zonder dat zij daar toestemming voor heeft gegeven. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:160 Raad van Discipline Amsterdam 18-032/A/A 18-033/A/A

    Klacht over advocaten wederpartij in alle onderdelen ongegrond. Anders dan klagers stellen zijn verweerders niet direct gebonden aan de richtlijnen die gelden voor de betrokken verzekeraar (de cliënte van verweerders) en de verzekerde.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:165 Raad van Discipline Amsterdam 18-088/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:166 Raad van Discipline Amsterdam 18-298/A/A

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Het kan verweerder in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verweten worden dat hij de ten behoeve van klager ontvangen derdengelden (nog) niet aan klager heeft doorbetaald. Het is verder aan de civiele rechter om hierover te oordelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/031

    Klaagster dient een klacht in tegen verweerder, omdat hij medische en psychologische diagnoses heeft gesteld zonder medisch contact te hebben gehad. Deze verklaringen zijn ingediend als verklaring in een officiële echtscheidingsprocedure. Tevens verwijt ze verweerder dat hij heeft meegewerkt aan een ontvoering van haar zoon door haar ex-echtgenoot. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/085

    Klaagster dient een klacht in tegen de drie zorgverleners die hebben meegewerkt aan een rapportage over haar geestelijk welzijn, naar aanleiding van een aangifte. Klaagster verwijt de psychiater dat hij klaagster niet geïnformeerd over de inhoud van de aangifte, terwijl hij dit wel stelt in de rapportage. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/086

    Klaagster dient een klacht in tegen de drie zorgverleners die hebben meegewerkt aan een rapportage over haar geestelijk welzijn, naar aanleiding van een aangifte. Klaagster verwijt de psychiater dat hij klaagster niet geïnformeerd over de inhoud van de aangifte, terwijl hij dit wel stelt in de rapportage. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/090GZP

    Klaagster dient een klacht in tegen de drie zorgverleners die hebben meegewerkt aan een rapportage over haar geestelijk welzijn, naar aanleiding van een aangifte. Klaagster verwijt de GZ-psycholoog dat zij een onjuist advies heeft gegeven. Tevens heeft zij klaagster niet geïnformeerd over de inhoud van de aangifte, terwijl zij dit wel stelt in haar rapportage. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/28

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij in een periode van twee jaren diverse diagnoses heeft gemist en medisch onjuist en/of onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook verwijt klager verweerster dat zij hem niet actief vervolgd heeft om eventueel nadere diagnostiek te verrichten. Verweerster heeft de klachtonderdelen gemotiveerd betwist. Haar weergave van de gebeurtenissen vindt, voor zover die onverenigbaar is met die van klager, steun in het medisch dossier. Het college concludeert voorts dat de verwijten met betrekking tot medisch handelen onterecht zijn. Wat het niet actief vervolgen van een patiënt betreft, is het college van oordeel dat dat onder de gegeven omstandigheden evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klacht wordt geheel ongegrond verklaard. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerk G2018/27 en G2018/29.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-104/DB/OB

    Klacht terecht door voorzitter niet-ontvankelijk verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/27

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij in een periode van twee jaren diverse diagnoses heeft gemist en medisch onjuist en/of onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook heeft zij hem met tegenzin op zijn verzoek verwezen naar een specialist, dan wel zonder eerst zelf medisch onderzoek te doen. Voorts verwijt klager verweerster dat zij hem niet actief vervolgd heeft om eventueel nadere diagnostiek te verrichten. Verweerster heeft de klachtonderdelen gemotiveerd betwist. Haar weergave van de gebeurtenissen vindt, voor zover die onverenigbaar is met die van klager, steun in het medisch dossier. Het college concludeert voorts dat de verwijten met betrekking tot medisch handelen onterecht zijn. Wat het niet actief vervolgen van een patiënt betreft, is het college van oordeel dat dat onder de gegeven omstandigheden evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klacht wordt geheel ongegrond verklaard. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerk G2018/28 en G2018/29.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-005

    Deels gegronde klacht tegen een klinisch psycholoog. De klinisch psycholoog heeft erkend dat voor klager niet duidelijk is geweest dat hij zich beperkte tot diagnostiek en hij had klager gerichter moeten verwijzen voor hulp bij de alcoholverslaving. De klinisch psycholoog heeft als hoofdbehandelaar onvoldoende de regie genomen en geen duidelijkheid gegeven over zijn rol. Het door de klinisch psycholoog bijgehouden dossier voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de overdracht na het vertrek van de klinisch psycholoog was niet voldoende. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1043/DB/LI

    Voorzitter heeft terecht geoordeeld dat klacht kennelijk ongegrond is omdat verweerder niet gehouden was om een procedure aanhangig te maken en de vrijheid had zich terug te trekken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/29

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij hem onheus bejegend heeft, dat zij onvoldoende medische kennis heeft en onhygiënisch handelt door onder meer geen handschoenen te dragen tijdens het verrichten van medische handelingen. Wat betreft de onheuse bejegening geldt dat de lezingen van partijen uiteen lopen en het college niet kan vaststellen welke de juiste is. Voor het verwijt dat verweerster onvoldoende medische kennis heeft geldt dat dit evenmin is komen vast te staan. Het niet dragen van handschoenen tijdens het verrichten van bepaalde medische handelingen is echter niet in lijn met de huidige inzichten op het gebied van een verantwoorde infectiepreventie en kan verweerster tuchtrechtelijk verweten worden. De klacht is gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerk G2018/27 en G2018/28.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-023

    Ongegronde klacht tegen een (destijds) verpleegkundige. Klager is niet-ontvankelijk in twee klachtonderdelen, daar het College daarover reeds een onherroepelijke beslissing heeft genomen. Negatieve uitlatingen van de verpleegkundige tegen de psychiater over patiënt komen niet vast te staan. Onduidelijk is gebleven of de negatieve uitlating door de verpleegkundige over een behandelaar daadwerkelijk de behandelrelatie met patiënt in nadelige zin heeft beïnvloed. Klager deels niet-ontvankelijk, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-400/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerster druk heeft uitgeoefend, noch dat zij zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-334/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerder met een truc heeft geprobeerd om toestemming voor lang uitstel te ontfutselen. Niet gebleken dat verweerder onwaarheden of zelf gefabriceerde stellingen heeft geponeerd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-064a

    Deels gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klagers zijn de ouders van een patiënte in behandeling bij de psychotherapeut. De psychotherapeut heeft gebruikt gemaakt van een beschrijvende diagnose en behandelmethode volgens de normen binnen de beroepsgroep. Zij heeft redelijkerwijs kunnen menen dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor de diagnose autismespectrumstoornis. Voor het versturen van een brief had gerichte instemming van de ouders moeten zijn, hierop is de klacht deels gegrond. Niet gebleken dat onterecht gevoelige informatie is verstrekt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-203/DB/OB

    Advocaat heeft geciteerd uit confraternele correspondentie (email van 26 januari 2017) en mededeling gedaan over de inhoud van een schikkingsvoorstel, wat de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen (gedragsregels 12 en 13). Dat de advocaat op 6 juli 2017 aan de deken om advies heeft gevraagd om de email van klager van 26 januari 2017 in het geding te brengen en hiervan na een negatief advies van de deken achterwege heeft afgezien, maakt dit niet anders, nu de advocaat in de memorie van antwoord reeds uit die brief had geciteerd. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-965/DB/OB

    Dat verweerster zonder overleg met klaagster processtukken heeft ingediend is niet gebleken. Het behoort in dat verband tot de beleidsvrijheid van de advocaat om te bepalen welke stukken wel en welke stukken niet in het geding worden gebracht. Niet gebleken dat verweerster het dossier onvolledig of te laat heeft overgedragen, noch dat zij zonder toestemming van klaagster met derden heeft gecommuniceerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-998/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerster de rechtbank willens en wetens onjuist heeft geïnformeerd, noch dat zij in strijd met Gedragsregel 7 heeft gehandeld. Ongegrond