Zoekresultaten 21781-21800 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-173

    Klacht betreft het niet tijdig in het geding brengen van producties. Klager verwijt zijn advocaat dat hij pas één dag voor de mondelinge behandeling nog achttien producties heeft overgelegd met als gevolg dat de rechtbank deze producties wegens het late tijdstip van overlegging buiten beschouwing heeft gelaten. Klacht ongegrond. De achttien producties zijn ingebracht naar aanleiding van het verweerschrift van de verzekeraar, dat eerst kort voor de mondelinge behandeling werd ontvangen. Niet, althans onvoldoende, is door klager weersproken, dat een deel van de achttien producties niet eerder dan in de week voorafgaande aan de mondelinge behandeling en een aantal daarvan niet eerder dan twee dagen voor de mondelinge behandeling ter beschikking van verweerder zijn gekomen. Voorts is niet, althans onvoldoende, door klager weersproken dat oorspronkelijk was afgesproken dat de stukken betreffende het arbeidsverleden van klager niet in het geding gebracht zou worden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-671

    Klacht tussen advocaten. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 12 zonder toestemming van klager en zonder overleg met de deken een confraternele brief in het geding heeft gebracht. De vraag die voorligt is of de brief in kwestie beschouwd moet worden als een brief waarop genoemde gedragsregels van toepassing zijn. Het belang van de gedragsregels 12 en 13 is het waarborgen van de vrijheid van advocaten om in de fase van overleg en onderhandelingen om een minnelijke schikking te bereiken een standpunt in te nemen zonder het risico dat dit standpunt hun later door de rechter zal worden tegengeworpen, mocht een minnelijke schikking niet tot stand komen. De brief in kwestie is ondertekend door klager, die in de procedure procespartij en niet de behandelend advocaat was. De brief bevat een inhoudelijke toelichting van klager op zijn declaraties, die het onderwerp van de procedure waren. Het is dus een partijbrief en geen confraternele brief waardoor reeds hierdoor van een schending van de hiervoor vermelde gedragsregels geen sprake is. Bovendien is het een brief die in het kader van de procedures is gewisseld en waarnaar de kantoorgenoot van klager, die als advocaat optrad, al in zijn processtukken verwijst zodat ook niet valt in te zien in welke zin sprake is van een schending van de bij artikel 12 en 13 betrokken belangen zoals hiervoor beschreven.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-228

    Gegronde klacht tegen een (waarnemend) huisarts. Enkele verschijnselen, zoals onder meer de heftige hoofdpijn gedurende vijf dagen, het gevoelde knapje in het achterhoofd, de dronkemansgang en het wazig zien, hadden, in onderlinge samenhang bezien, aanleiding moeten zijn om ofwel klager in te sturen naar het ziekenhuis voor nader onderzoek, ofwel uitdrukkelijker instructies te geven ten behoeve van de arts die klager de volgende dag zou consulteren, of dat nu de eigen huisarts van klager zou zijn of ook weer een waarnemend arts. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-606

    Klacht over niet bespreken van de financiële draagkracht van klaagster en ten onrechte geen toevoeging aan vragen door de eigen advocaat met als gevolg dat klaagster hoge kosten voor de werkzaamheden van verweerster heeft moeten voldoen. Klacht ongegrond. De toepasselijke gedragsregel is ingegeven door het belang dat goed wordt gecommuniceerd over de kosten die de advocaat voor zijn werkzaamheden in rekening brengt en over het systeem van door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand, waaraan een advocaat niet verplicht behoeft deel te nemen. Oorspronkelijk heeft klaagster de voorschotnota en de tussentijdse nota’s van verweerster voldaan en nadat verweerster alsnog voor klaagster een toevoeging had aangevraagd is verweerster nog twee jaar lang voor klaagster blijven optreden. Kennelijk vormden de tot dan toe door verweerster verzonden en grotendeels door klaagster betaalde nota’s daarvoor geen belemmering en had klaagster in die periode niet de behoefte om deze nader aan de orde te stellen c.q. daarover te klagen. Daaruit moet worden afgeleid dat klaagster er ook op dat moment nog van uit ging dat zij de kosten van verweerster uit hetgeen zij uit de boedelscheiding zou ontvangen zou kunnen betalen

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/300

    De klacht houdt samengevat in dat de vertrouwensarts in het samenstellen van haar rapportages en berichtgeving over klagers zoontje onzorgvuldig jegens klagers heeft gehandeld. Klagers verwijten verweerster onder andere dat zij in deze rapportage een beeld van klagers schetst (danwel tracht te schetsen) dat overeenkomt met haar uitgangspunt dat er sprake is van PCF bij klagers zoontje. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-352

    Verweerders staan een aantal vennootschappen bij. Klagers zijn certificaathouders van 2 daaraan gelieerde vennootschappen. De raad stelt vast dat het advocatenkantoor /verweerder met medeweten van de Nederlandse Orde van Advocaten een strategische alliantie heeft gesloten met de fiscale partners van Mazars. De raad ziet niet in in welke zin verweerders binnen dat samenwerkingsverband verweten kan worden dat zij over en weer vertrouwelijke informatie hebben uitgewisseld, temeer daar hun cliënten hen daarvoor toestemming hebben gegeven. Voor zover klagers stellen dat verweerders door hun samenwerking met Mazars ook toegang hebben gehad tot financiële (privé)informatie van één van klagers waarover Mazars beschikte zal die klager zich dienen te wenden tot Mazars; niet tot verweerders. Dat die persoonlijke informatie is uitgewisseld is de raad overigens niet gebleken. De raad begrijpt dat klagers een financieel belang hebben in hun geschil met hun vader en de aan hem gelieerde vennootschappen, maar daarvoor staan andere (juridische) wegen open. Op grond van het vorenstaande is de raad van oordeel dat verweerders met hun handelen in de kwestie van klagers het vertrouwen in de advocatuur niet hebben geschaad en voorts van oordeel dat verweerders daarbij op onafhankelijke en integere wijze zijn opgetreden. Ongegrond. Klagers worden in hun andere klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard. Klagers hebben geen toereikend (rechtstreeks) belang daarbij omdat zij certificaathouders zijn van 2 vennootschappen en geen aandeelhouders met de daaraan gekoppelde rechten. Het in dit klachtonderdeel gemaakte verwijt betreft klagers niet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:40 Raad van Discipline Amsterdam 18-007/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de zaak van de echtgenoot van klaagster niet onredelijk laat overgedragen. Dat verweerster vertrouwelijke informatie over klaagster, afkomstig van mr. B, met de huidige advocaat van de echtgenoot van klaagster heeft gedeeld, heeft klaagster onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 218/2018

    Klacht tegen UWV-arts in verband met beoordeling na één jaar Ziektewet. Raadkamerbeslissing. Klacht over leugenachtig rapporteren en onvoldoende informatie vragen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:32 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170272

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie. Het hof deelt het oordeel van de raad dat de door de advocaat voorgestane aanpak van de zaak goed verdedigbaar en niet in strijd met de kwaliteitseisen is. Dat een declaratiemaximum van € 10.000 zou zijn afgesproken, is ook in hoger beroep niet komen vast te staan. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 015/2018

    Klacht over door tandarts afgelegde verklaring. Niet kan worden aangenomen dat aangeklaagde de verklaring heeft geschreven in zijn professionele hoedanigheid. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17149a

    Cardioloog. Klacht: Uitsluitend op basis van symptomen gehandeld. Te lang gewacht met gericht optreden (1); eerder aan (peri) myocarditis moeten denken (2), als anders gehandeld, zou moeder van klaagster nog leven en als beter gecommuniceerd had klaagster op andere wijze afscheid kunnen nemen (3); onvoldoende dossiervorming (4), patiënte niet serieus genomen door niet naar haar te luisteren, zoals toen zij vroeg om klaagster en pastoor (5). College: geheel ongegrond. Uit medisch dossier blijkt uitgebreide anamnese en uitgebreid onderzoek. Differentiaaldiagnose op basis van bevindingen bijgesteld. Ingestelde behandeling adequaat. Zorgvuldig gehandeld, juiste onderzoeken verricht en vergaarde gegevens konden conclusie dragen (1 en 2). Het college mag geen oordeel geven over het causaal verband (3). Onvoldoende dossiervorming niet gebleken (4). Cardioloog niet betrokken bij vraag patiënte om pastoor en klaagster (5).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 135/2017

    Klacht tegen gz-psycholoog kennelijk ongegrond. Er is geen rechtsregel die verplicht, en evenmin is voorgeschreven, dat verweerster de stukken per aangetekende post had moeten verzenden. Hoewel het beter ware geweest om kort voor verzending van de stukken nogmaals bij klaagster het adres te verifiëren en wel gebruik te maken van aangetekende verzending, kan het handelen van verweerster de tuchtrechtelijke toets doorstaan. Dat de toenmalige huurbaas de informatie in een andere procedure heeft ingebracht kan niet leiden tot een ander oordeel.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17149b

    Cardioloog. Klacht: Uitsluitend op basis van symptomen gehandeld. Te lang gewacht met gericht optreden (1); eerder aan (peri) myocarditis moeten denken (2), als anders gehandeld, zou moeder van klaagster nog leven en als beter gecommuniceerd had klaagster op andere wijze afscheid kunnen nemen (3); onvoldoende dossiervorming (4), patiënte niet serieus genomen door niet naar haar te luisteren, zoals toen zij vroeg om klaagster en pastoor (5). College: geheel ongegrond. Uit medisch dossier blijkt uitgebreide anamnese en uitgebreid onderzoek. Differentiaaldiagnose op basis van bevindingen bijgesteld. Ingestelde behandeling adequaat. Zorgvuldig gehandeld, juiste onderzoeken verricht en vergaarde gegevens konden conclusie dragen (1 en 2). Het college mag geen oordeel geven over het causaal verband (3). Onvoldoende dossiervorming niet gebleken (4). Cardioloog niet betrokken bij vraag patiënte om pastoor en klaagster (5).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 289/2017

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. De in het pre-operatieve traject afgesproken zijde voor plaatsing van een PAC geldt als voorkeurszijde. Verweerder mocht daarvan afwijken als daar goede redenen voor waren. Dat is hier het geval geweest. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:5 Accountantskamer Zwolle 17/1778 en 17/1779 Wtra AK

    Beperkte opdracht van de accountant die een beoordelingsopdracht uitvoert. Voldoende werkzaamheden uitgevoerd ten aanzien van een verbonden partij. Onjuiste opvatting van klagers dat bij een in de jaarrekening opgenomen reserve of een voorziening groot onderhoud, daarvoor ook voldoende liquide middelen aanwezig moeten zijn.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 137/2017

    Klacht tegen verpleegkundige over het volgens klaagster achter haar rug om pleiten voor een rechtelijke machtiging, geen navraag doen bij toenmalig hulpverleners en het ongevraagd inschakelen van de crisisdienst. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:55 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/319582 KL RK 17-48

    Hoewel gebruikelijk dat een akte van levering letterlijk vermeldt welke erfdienstbaarheden gelden, bestaat daartoe geen verplichting. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om zeer uitgebreid geformuleerde erfdienstbaarheden. Overnemen van de desbetreffende teksten kan bezwaarlijk zijn uit een oogpunt van kostenbeheersing dan wel kan de kans op fouten bij het overnemen doen toenemen. In dat geval kan met een duidelijke verwijzing naar de originele tekst(en) volstaan worden en dienen bedoelde erfdienstbaarheden voor de betrokken partijen kenbaar te zijn door middel van een aan de akte aangehechte kopie.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:6 Accountantskamer Zwolle 17/670 Wtra AK

    Klacht voor een deel niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de driejaarstermijn en voor het overige onvoldoende onderbouwd en dus ongegrond. Ter zitting aangevoerd verwijt is een ontoelaatbare aanvulling van de klacht aangezien betrokkene daardoor onvoldoende gelegenheid heeft gehad om zich tegen dit verwijt te verweren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 149/2017

    Klacht tegen geneesheer directeur. Klaagster heeft niet feitelijk onderbouwd, en het is ook niet gebleken, dat verweerder in zijn toezichthoudende taak als eindverantwoordelijke is tekortgeschoten. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:7 Accountantskamer Zwolle 17/716 Wtra AK

    De eisen van een behoorlijke tuchtprocedure brengen volgens vaste jurisprudentie van de Ack met zich dat een klager klachten die hun grondslag vinden in een bepaald feitencomplex, waarvan klager kennis draagt, zo veel mogelijk tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig maakt althans dat hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling van een eerder ingediende klacht zijn overige klachten over hem bekend handelen of nalaten indient. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk.