Zoekresultaten 111-120 van de 48147 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 260170
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:247
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Nu duidelijk is dat klaagster het griffierecht voor een te voeren procedure en de eigen bijdrage van een toevoeging niet kan betalen, heeft de deken het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat zij van een advocaat niet kan verlangen dat hij/zij voor klaagster het griffierecht betaalt en afziet van de eigen bijdrage.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 260156
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:248
Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is met de deken van oordeel dat klager onvoldoende bewijzen heeft overgelegd waaruit is gebleken dat hij recent advocaten heeft benaderd. Verder maakt het hof uit het dossier op dat klager in de loop der tijd door verschillende advocaten is bijgestaan maar dat die hun werkzaamheden kennelijk hebben neergelegd omdat klager het door de WAM-verzekeraar gedane bod ondanks het advies van de advocaten, niet heeft geaccepteerd. Ook andere benaderde advocaten geven na bestudering van het dossier en het aanwezige bewijs aan dat zij geen redelijke kans zien om een ander percentage aansprakelijkheid dan reeds erkend te bewerkstelligen dan wel om een hogere schadevergoeding voor klager te realiseren. Het hof is dan ook met de deken van oordeel dat de procedure waarvoor klager een advocaat wil (een hoger percentage aansprakelijkheid en een hogere schadevergoeding) geen redelijke kans van slagen heeft. Ook op die grond die de deken weliswaar ten overvloede aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd, is terecht het verzoek afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-759/AL/MN
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:166
De raad heeft geoordeeld dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over – onder meer – de kosten van zijn diensten. Ook heeft verweerder een termijn voor het indienen van een verweerschrift gemist en klaagster daarover niet geïnformeerd. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragsregels en de kernwaarde deskundigheid. De raad rekent dit verweerder aan. Bij het bepalen van de maatregel weegt de raad het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar mee. Verweer is meermalen door de tuchtrechter veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof van discipline heeft recent een beslissing van de raad van discipline bekrachtigd, waarin hem een voorwaardelijke schorsing was opgelegd ter zake van (onder meer) het niet helder communiceren in de richting van zijn cliënt over de door hem in rekening te brengen werkzaamheden. Vanwege de ernst van het handelen en nalaten van verweerder en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan een onvoorwaardelijke schorsing. De raad legt aan verweerder de maatregel van schorsing in de praktijkoefening op voor de duur van vier weken op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:166 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:166
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:249
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:167 Raad van Discipline Amsterdam 26-457/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:167
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bindend adviseur. Voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat. Het advocatentuchtrecht is volledig van toepassing. Niet gebleken dat verweerder voor de adviesaanvraag relevante informatie heeft genegeerd. Het advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld in zijn rol van bindend adviseur. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:168 Raad van Discipline Amsterdam 26-557/A/NH
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:168
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Vertrouwensbreuk. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. Vertrouwensbreuk is aan klager te wijten. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 260155
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:250
Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond was voor aanwijzing van een advocaat omdat klaagster op het moment van het verzoek de bijstand van een advocaat had. Het feit dat de advocaat van klaagster zich heeft onttrokken, heeft de deken terecht geen reden gegeven om zijn standpunt te herzien. De deken heeft er met juistheid op gewezen dat de advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding heeft en dat het -mede- aan de opstelling van klaagster te danken is dat de advocaat zich heeft onttrokken. De deken heeft in dit verband er terecht op gewezen dat artikel 13 Advocatenwet een aanvullende voorziening betreft en niet een remedie is voor een verschil van inzicht over de professionele beoordeling van de zaak. (zie bijvoorbeeld HvD 30 oktober 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:202).
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-319/DH/RO
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:169
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft antwoord gegeven op klagers vragen en bij het verkrijgen van een schade-uitkering gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 260151
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:245
Beroep niet-ontvankelijk. Het hof ziet in hetgeen klager heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager had, zoals hij zelf ook aangeeft, het beroepschrift tijdig per e-mail kunnen indienen. In de beslissing van de raad staat ook expliciet het e-mailadres van de griffie van het hof van discipline vermeld waar het beroepschrift naar toe kan worden gestuurd. Dat klager in plaats daarvan ervoor heeft gekozen om het beroepschrift uitsluitend per post in te dienen en degene die dit voor hem heeft verzorgd het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, ligt in de risicosfeer van klager. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend en het hof klager in zijn beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.