Zoekresultaten 1-10 van de 46530 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 250130
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:22
Verweerder trad in zijn hoedanigheid van advocaat op als contactpersoon voor een gemeente. De Raad van Discipline heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder bij de invulling van zijn rol als contactpersoon verder is gegaan dan het zijn van (slechts) aanspreekpunt. Verweerder heeft over de invulling van zijn beide rollen helder gecommuniceerd. De raad ziet geen reden waarom verweerder als advocaat, naast het zijn van contactpersoon voor de gemeente, in dit geval niet ook als procesadvocaat van de gemeente tegen klager had mogen optreden. Naar het oordeel van de raad conflicteren deze twee hoedanigheden in dit geval niet met elkaar en is van belangenverstrengeling geen sprake. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:18
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 240373
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:23
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klagers bijgestaan in fiscaal-strafrechtelijke procedures. De raad heeft geoordeeld dat verweerder niet met de zorgvuldigheid heeft gehandeld die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Voor ogenschijnlijk beperkte inspanningen, waarbij de inhoudelijke werkzaamheden vooral door een collega-advocaat lijken te zijn verricht, heeft verweerder forse declaraties aan klagers gestuurd. Ook heeft verweerder onvoldoende laten zien over de (strafrechtelijke) vakkundige kennis te beschikken die noodzakelijk was voor een goede behandeling van de zaken. Verder is niet gebleken dat verweerder klagers op enig moment heeft geadviseerd over hun positie in de betreffende procedures of over hun procedurele kansen en risico’s. Tot slot heeft verweerder niet transparant gedeclareerd. De raad heeft de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en heeft als maatregel een voorwaardelijke schorsing van vier weken, met kostenveroordeling, passend geacht. Het hof verklaart het hoger beroep tegen het door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel c) -inhoudende dat verweerder op de zitting van 20 oktober 2022 een ongeïnteresseerde en niet-actieve houding heeft getoond- gegrond en legt als maatregel een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken op.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-747/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:19
Raadsbeslissing. Ingetrokken klacht. De klacht gaat over de door verweerster verleende bijstand aan klager in een arbeidsgeschil en de afwikkeling en overdracht van het dossier. In de klacht maakt klager verweerster verwijten ten aanzien van de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand, de financiële gang van zaken, de communicatie en het overdragen van het dossier aan de opvolgend advocaat. Nadat klager de raad had bericht de klacht te willen intrekken, hebben de deken en verweerster de raad bericht dat er in hun visie geen redenen van algemeen belang zijn om de behandeling van de klacht voort te zetten. Gelet op de tussen partijen bestaande familierelatie en het feit dat de klacht (grotendeels) ziet op een (vermeende) schending van de kernwaarde deskundigheid, is de raad van oordeel dat er geen redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klacht voort te zetten. De behandeling van de klacht zal worden gestaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 240370
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:24
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat en daarom in het algemeen niet gehouden is een advocaat aan te wijzen. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. De aan te wijzen advocaat heeft hierin een eigen afweging te maken. Daarnaast is het uitgangspunt dat in beginsel slechts één keer een advocaat wordt aangewezen. De omstandigheid dat klager het niet eens is met het procesadvies van de hem toegewezen advocaat brengt niet zonder meer mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen. Van bijzondere omstandigheden die daartoe is deze zaak wel aanleiding zouden moeten geven, is naar het oordeel van het hof geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-431/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:20
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De klagers, twee advocaten, klagen over de advocaat van een voormalig cliënt van hun kantoor. De raad oordeelt dat de klacht ongegrond is en dat de raad zich niet aan de indruk kan onttrekken dat klagers lichtvaardig tot het indienen van een klacht zijn overgegaan. Het in een spoedeisende kwestie als de onderhavige verzenden van een e-mail, waarin een onjuiste term wordt gebruikt en een korte reactietermijn wordt gegeven, vormt naar het oordeel van de raad in de gegeven omstandigheden namelijk onvoldoende aanleiding voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. Klagers worden namelijk als juridisch professionals geacht de inhoud van de gewraakte e-mail op de juiste waarde te kunnen schatten. Anders dan klagers hebben gesteld is naar het oordeel van de raad uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht bovendien geenszins gebleken dat verweersters cliënt door de inhoud van verweersters e-mail ertoe is aangezet om tegen klagers te blijven ageren, noch dat door toedoen van verweerster de belangen van klagers anderszins onnodig of op een ontoelaatbare manier zijn geschaad. Klagers hebben betoogd dat zij veel belang hechten aan de door advocaten onderling te betrachten welwillendheid en dat zij verweerster verwijten in strijd met de te betrachten welwillendheid te hebben gehandeld. Dat betoog laat zich maar moeilijk rijmen met het feit dat klagers direct na ontvangst van het gewraakte e-mailbericht de indiening van een tuchtklacht hebben aangekondigd, de uitnodiging van de deken voor een bemiddelingsgesprek zonder gerechtvaardigde reden hebben afgeslagen en om onverwijlde doorzending van de klacht aan de raad hebben verzocht, zonder dat daaraan de gebruikelijke tweede schriftelijke ronde was voorafgegaan. De raad kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat klagers in de onderhavige kwestie lichtvaardig tot indiening van een tuchtklacht zijn overgegaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-831/AL/NN 25-833/AL/NN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:22
Voorzittersbeslissing in twee identieke klachten van een advocaat (in loondienst) en het bedrijf (klager 2) tegen dezelfde verweerder. De cliënt van verweerder heeft per abuis onder een e-mail aan klager 2 een lint van e-mails meegestuurd. Die e-mails zijn daarna ook bij klager 1 bekend geworden. Een van die mails betrof correspondentie tussen die cliënt en verweerder. Het is evident niet de bedoeling geweest dat die e-mail bij klagers terechtkwam, zodat in die zin geen sprake is van een opzettelijke belediging. Die vertrouwelijke cliënt-advocaat e-mail kan naar het oordeel van de voorzitter, zonder toestemming van verweerder of bemiddeling door de deken, niet ten grondslag liggen aan de klachten. Hoewel de gewraakte opmerking zeker grievend is, hadden klagers daarvan geen kennis mogen nemen of had dit anderszins openbaar gemaakt mogen worden. Naar het verdere oordeel van de voorzitter is verweerder niet verantwoordelijk voor de e-mails van zijn cliënt. Dat verweerder daarop inhoud heeft uitgeoefend en heeft geprobeerd om via die weg zijn tuchtklacht van tafel te krijgen, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Overige verwijten zijn niet vast te stellen. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7402
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde ongegrond. Geen sprake van te zware sedatie van de patiënte, nalatigheid ten aanzien van het algemeen welzijn van patiënte wat betreft inname voeding, toedienen insuline en het wel/niet toedienen van andere medicijnen. Niet gebleken dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geweigerd mee te werken aan klachten/verzoeken/bezwaren van familieleden of in bepaalde bewoordingen aan de familie heeft medegedeeld dat patiënte snel zou overlijden en dat de bemoeienissen van de familie haar overlijdensproces alleen maar bemoeilijkten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:23
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7510
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19
Deels gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is onvoldoende geïnformeerd over inhoud Individueel Behandelplan (IBP). Geen sprake van gezamenlijke besluitvorming. College heeft niet kunnen vaststellen dat de gz-psycholoog de handtekening van klaagster op het toestemmingsformulier zou hebben vervalst. Geen maatregel.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 4653
- Volgende pagina zoekresultaten