Zoekresultaten 9821-9830 van de 48335 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-156/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:200
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-321/DH/DH
- Datum publicatie: 22-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:201
Verweerder heeft nagelaten om de inhoud van een overeenkomst waarbij klager partij was te verifiëren voordat hij zijn paraaf en kantoorstempel op dat contract plaatste. Verweerder heeft bovendien verzuimd om klager een exemplaar van de door klager en de vrouw ondertekende en door verweerder geparafeerde overeenkomst te verstrekken. Dit is onzorgvuldig en niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt en mitsdien tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder is eerder tuchtrechtelijk aangesproken, laatstelijk in 2015. Gelet op het tijdsverloop zal de raad dit niet als verzwarend meenemen bij het bepalen van een op te leggen maatregel. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-276/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:202
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij ongegrond. Volgens klager heeft verweerder de voorzieningenrechter verkeerd geïnformeerd over (het moment van) toezending van de dagvaarding. De raad stelt vast dat verweerder een onjuiste verklaring heeft afgelegd. Er was echter geen opzet in het spel. Dit gegeven in samenhang met de omstandigheid dat klager niet in zijn belangen is geschaad leidt tot ongegrondheid van de klacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-015/DB/OB
- Datum publicatie: 22-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:161
Schriftelijke vastlegging van de financiële afspraken door advocaat was onvoldoende duidelijk. De enkele toezending van een link met verwijzing naar de website van het kantoor is onvoldoende om te kwalificeren als een afspraak over de bij ‘winst’ verschuldigde incasso fee. Advocaat heeft zonder expliciete toestemming van zijn cliënt derdengelden verrekend met zijn declaratie. Expliciete instemming van de cliënt met verrekening van derdengelden kan plaatsvinden bij aanvang van de dienstverlening, maar kan niet op grond van algemene voorwaarden van de advocaat of het kantoor worden verondersteld. Klacht gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-274/DH/DH
- Datum publicatie: 22-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:203
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij ongegrond. Verweerder heeft een brief rechtstreeks naar klager gestuurd. Het was beter geweest als de brief ook naar de advocaat van klager was gestuurd. Het verzuim is echter van onvoldoende gewicht om te leiden tot gegrondheid van de klacht. Redengevend is dat klager begreep of kon begrijpen wat tot de brief had geleid. De raad twijfelt er niet aan dat klager de inhoud en consequenties van de brief kon begrijpen. Klager had daarnaast al snel na ontvangst van de brief contact met zijn advocaat. Klager is aldus door de gang van zaken niet in zijn belangen geschaad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:162 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-017/DB/OB 22-018/DB/OB
- Datum publicatie: 22-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:162
Advocaten hebben in hun hoedanigheid van bestuurder van de stichting derdengelden een verrekening van een declaratie met derdengelden, waarvoor door de cliënt geen toestemming was verleend, geaccordeerd. Strijd met artikelen 6.19 lid 4 en 6.23 Verordening op de advocatuur.Gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-204/DB/OB
- Datum publicatie: 21-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:159
Het ligt op de weg van een advocaat om, indien er sprake is van bewijsmateriaal wat in het nadeel van zijn cliënt is, zijn cliënt, die ontkent de hem tenlastegelegde strafbare feiten te hebben gepleegd, te wijzen op de kansen en risico’s in die strafrechtprocedure. Onvoldoende gebleken dat advocaat dit heeft gedaan.Klacht gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle |2022/4164
- Datum publicatie: 21-11-2022
- Datum uitspraak: 18-11-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:153
Klacht tegen tandarts. Klaagster was patiënte van de aangeklaagde tandarts. Nadat zij betrokken was geweest bij een ruzie waarbij ook de dochter van de tandarts betrokken was, heeft de tandarts per direct de behandelingsovereenkomst met haar beëindigd. Ook stuurde hij hierover een e-mail naar de moeder van klaagster. Klaagster verwijt de tandarts dat deze haar zorg heeft onthouden en de behandelingsovereenkomst niet op de juiste wijze heeft beëindigd. Ook verwijt klaagster de tandarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de inhoud van het e-mailbericht aan haar moeder. Het college verklaart de klacht geheel gegrond en legt hiervoor een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-471/DB/LI 22-549/DB/LI/D
- Datum publicatie: 21-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:160
Door advocaat te laat ingediend bezwaar is vanwege termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Advocaat heeft zijn cliënt gedurende 16 maanden niet geïnformeerd over de beslissing op bezwaar en zonder overleg met zijn cliënt namens die cliënt beroepsprocedures gevoerd. Advocaat heeft zijn beroepsfout pas 16 maanden nadat hij deze had opgemerkt bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar gemeld. Klacht en dekenbezwaar gegrond, voorwaardelijke schorsing 6 weken, proeftijd 2 jaar.Termijn ex artikel 8a lid 3 Advocatenwet verkort tot twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3924
- Datum publicatie: 18-11-2022
- Datum uitspraak: 18-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:167
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager stelt dat de verpleegkundige zijn beroepsgeheim heeft geschonden door met de psychiater – die klager heeft gezien in verband met een psychiatrisch onderzoek bij het CBR – te spreken over zijn alcoholgebruik. Klager heeft een toestemmingsformulier getekend maar was in de veronderstelling dat er enkel gesproken zou worden over de behandeling van zijn psychiatrische diagnose en niet over zijn alcoholgebruik. Het college overweegt dat er een door klager getekend toestemmingsformulier aanwezig is in de stukken. Dit toestemmingsformulier geeft de verpleegkundige toestemming om medische gegevens uit te wisselen aan de keurende psychiater. Het college volgt het verweer van de verpleegkundige dat alcoholconsumptie een onderdeel is van de psychiatrische diagnose en behandeling. Nu er sprake was van toestemming van klager, heeft de verpleegkundige zijn beroepsgeheim niet geschonden door te spreken over de alcoholconsumptie van klager. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond