Zoekresultaten 42541-42550 van de 47183 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-158
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1159
Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar onvoldoende heeft onderzocht, geen kweek heeft afgenomen en klaagster te laat heeft doorverwezen naar de specialist. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/270
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1153
Klaagster verwijt de huisarts, kort samengevat, dat hij inadequaat heeft gereageerd op haar rugklachten en haar niet heeft verwezen voor nader onderzoek. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-102
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1160
Klaagster verwijt de arts grensoverschrijdend gedrag, het houden van een chaotisch en slecht leesbaar dossier en het nalaten van doorverwijzing van klaagster naar de specialist. 2 van de 3 klachtonderdelen gegrond. Schorsing voor zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/024
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1154
Zowel klagers als de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben zelfstandig een klacht tegen de gynaecoloog en de verloskundige ingediend. Beide klachten, die gezamenlijk worden behandeld, houden –kort samengevat- in dat de gynaecoloog en de verloskundige tijdens de bevalling van klaagster zijn tekortgeschoten in de zorg die zij van hen mocht verwachten. Bij klaagster is een uterusruptuur opgetreden als gevolg waarvan de dochter van klagers is overleden. De gynaecoloog is berispt en de verloskundige gewaarschuwd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0121 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2811
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0121
Betreft het het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stal. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. De verordening stelt minimumeisen aan de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, opdat het welzijn van de dieren is gewaarborgd. Daarmee komt de sector tegemoet aan maatschappelijke en politieke opvattingen over de minimale standaard voor pluimvee in de reproductiesector. De minimumeisen met betrekking tot de huisvesting zijn opgesteld conform de normen die door de Dierenbescherming en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) in hun gezamenlijke brief van 28 september 2000 aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn geadviseerd. Artikel 4 aanhef en onder a. van de verordening schrijft voor dat per dier 1300 cm2 beschikbaar moet zijn. In dit geval blijkt dat gemiddeld per vleeskuikenouderdier 1.241 cm2 beschikbaar was in de stallen 1, 2 en 3. Dit betekent concreet dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 59 cm2 per dier. De pluimveehouder hield dus teveel dieren op de beschikbare ruimte in de stal. Er waren ongeveer 21.511 dieren opgezet. Dat is een overschrijding van de norm met 4,5%. Door te veel dieren te bestellen met het oog op mogelijke uitval in de eerste weken na de opzet neemt betrokkene het risico dat bij een geringe uitval de welzijnsnormen zullen worden overschreden. Dat risico komt voor zijn rekening. Met de overtreding van deze welzijnsnorm heeft betrokkene mogelijk economisch voordeel gehad. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0128 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3411
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0128
Pluimveehouders in Nederland moeten op regelmatige basis bloedonderzoek laten uitvoeren op de eventuele aanwezigheid van antistoffen tegen aviaire influenza (AI). Nalaten van dit onderzoek ondermijnt het noodzakelijke inzicht in de gezondheidssituatie van de Nederlandse pluimveestapel en creëert daarmee een potentieel risico voor de Nederlandse pluimveesector. Het nalaten van monitoring is een zeer ernstige overtreding. Betrokkene erkent dat in het tweede en het derde kwartaal van 2010 niet is voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen AI. De gestelde oorzaak, de drukte rond het zelf verbouwen van een stal, neemt de verwijtbaarheid voor het nalaten van de essentiële werkzaamheden, zoals bloedonderzoek, op een pluimveehouderij niet weg. Het Tuchtgerecht heeft niet de indruk dat het bedrijf van betrokkene voor het overige onzorgvuldig zou worden uitgeoefend. Het lijkt om twee incidenten te gaan. Geldboete, rekening houdend met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van gemiddelde omvang en deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0619 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/978
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 25-05-2011
- ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0619
De notaris was naar het oordeel van de Kamer onvoldoende duidelijk over de persoon van zijn opdrachtgever. Voorts heeft de notaris onvoldoende zorgvuldig gehandeld bij het aanvragen van onderbewindstelling/mentorschap van moeder van klaagsters. Slechts één van de kinderen, die de notaris reeds kende, was daarbij betrokken. Klaagsters zijn niet op het aanvraagformulier vermeld. De notaris was bekend met de gecompliceerde familiverhoudingen. Er was geen medische verklaring beschikbaar. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/190
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1155
Zowel klagers als de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben zelfstandig een klacht tegen de gynaecoloog en de verloskundige ingediend. Beide klachten, die gezamenlijk worden behandeld, houden –kort samengevat- in dat de gynaecoloog en de verloskundige tijdens de bevalling van klaagster zijn tekortgeschoten in de zorg die zij van hen mocht verwachten. Bij klaagster is een uterusruptuur opgetreden als gevolg waarvan de dochter van klagers is overleden. De gynaecoloog is berispt en de verloskundige gewaarschuwd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0122 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2611
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0122
Betreft het het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stal. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. De verordening stelt minimumeisen aan de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, opdat het welzijn van de dieren is gewaarborgd. Daarmee komt de sector tegemoet aan maatschappelijke en politieke opvattingen over de minimale standaard voor pluimvee in de reproductiesector. De minimumeisen met betrekking tot de huisvesting zijn opgesteld conform de normen die door de Dierenbescherming en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) in hun gezamenlijke brief van 28 september 2000 aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn geadviseerd. Artikel 4 aanhef en onder a. van de verordening schrijft voor dat per dier 1300 cm2 beschikbaar moet zijn. In dit geval blijkt dat gemiddeld per vleeskuikenouderdier 1.265 cm2 beschikbaar was. Dit betekent concreet dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 35 cm2 per dier. De pluimveehouder hield dus teveel dieren op de beschikbare ruimte in de stal. Er waren ongeveer 11.000 dieren opgezet. Dat is een overschrijding van de norm met 2,8%. Met de overtreding van deze welzijnsnorm heeft betrokkene mogelijk economisch voordeel gehad. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
-
ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0129 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE3211
- Datum publicatie: 07-06-2011
- Datum uitspraak: 07-06-2011
- ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0129
Pluimveehouders in Nederland moeten op regelmatige basis bloedonderzoek laten uitvoeren op de eventuele aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza (AI). Nalaten van dit onderzoek ondermijnt het noodzakelijke inzicht in de gezondheidssituatie van de Nederlandse pluimveestapel en creëert daarmee een potentieel risico voor de Nederlandse pluimveesector. Het nalaten van monitoring is een zeer ernstige overtreding. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. Vast is komen te staan dat in het derde kwartaal van 2010 niet is voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van antistoffen tegen AI. Betrokkene heeft direct na de waarschuwingsbrief van het PPE d.d. 1 december 2010 alsnog een bloedonderzoek AI laten uitvoeren. Dat doet niet af aan de verwijtbaarheid, maar betrokkene heeft daarmee naar het oordeel van het Tuchtgerecht naar de omstandigheden adequaat gehandeld. Het lijkt om een incident te gaan. Geldboete, rekening houdend met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van relatief kleine omvang en deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4254
- Pagina: 4255
- Pagina: 4256
- ...
- Pagina: 4719
- Volgende pagina zoekresultaten