We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 36981-36990 van de 47654 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2013:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW628.2012

    Naar het oordeel van de Kamer had de gerechtsdeurwaarder wel sneller kunnen reageren, maar de termijn gelegen tussen 16 juni 2012 en 3 juli 2012 is niet dermate lang dat kan worden geoordeeld dat er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Dat klaagster niet op de hoogte is gesteld van het onder de belastingdienst gelegde beslag staat op grond van de inhoud van de brief van 3 juli 2012 vast. In die brief neemt de gerechtsdeurwaarder het standpunt in dat hij in verband met het vermijden van onnodige kosten na een beslaglegging pleegt te wachten met de betekening van het proces-verbaal van het gelegde beslag tot hij weet of het beslag effect heeft gehad. Bij beslissing van de Kamer van 8 mei 2012, gegeven naar aanleiding van een eerdere tegen de gerechtsdeurwaarder ingediende klacht, is deze werkwijze als tuchtrechtelijk laakbaar aangemerkt. Dit klachtonderdeel is gegrond. Geen maatregel omdat de gerechtsdeurwaarder zijn werkwijze heeft aangepast en in deze zaak het beslag is gelegd vóór de uitspraak van de Kamer.

  • ECLI:NL:TGDKG:2013:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDWverzet957.2012

    Beslissing op verzet. In de oorspronkelijke klacht beklaagt klager zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte een notariële akte ten uitvoer tracht te leggen. Nu de besloten vennootschap failliet is verklaard en de curator niet kenbaar heeft gemaakt de onderhavige klachtprocedure te willen voortzetten kan niet meer worden vastgesteld welke eigen belangen klaagster nog heeft om als belanghebbende in de tuchtprocedure te kunnen worden aangemerkt. Evenmin kan de gemachtigde van klaagster de tuchtprocedure op zijn naam voortzetten. Gelet op de feiten richten de ambtshandelingen van de gerechtsdeurwaarder zich tegen de besloten vennootschap en niet tegen de enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschap in persoon. Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard

  • ECLI:NL:TADRAMS:2013:24 Raad van Discipline Amsterdam 12-283A

    Verzetbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4078/12.212-A

    Een kantoorgenote van verweerder heeft tegen de cliënte van klager een faillissementsverzoek ingediend. Verweerder is betrokken bij de correspondentie. Na vragen van klager over de in het rekest genoemde steunvordering wordt het verzoek door de kantoorgenote van verweerder ingetrokken. Verweerder deelt dit later op de dag aan klager mee. Klacht omtrent de gang van zaken rond het intrekken van het faillissementsrekest en het sturen van de correspondentie daarover met de rechtbank aan klager ongegrond, daar verweerder daarmee geen bemoeienis heeft gehad. Klacht ook overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4064/12.198

    Verweerder heeft de tegen hem ingediende klachtonderdelen ter zitting bij de raad erkend. De raad oordeelt dat verweerder niet gehandeld heeft zoals een behoorlijk advocaat betaamt en in de op hem rustende zorgplicht jegens klager tekort is geschoten. Doordat verweerder vele malen op diverse fronten tekort geschoten is in zijn zorgplicht jegens klager en de belangen van klager ernstige schade heeft toegebracht, heeft verweerder niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. De raad verklaart de klachtonderdelen gegrond en legt verweerder de maatregel van een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van 4 weken met een proeftijd van 2 jaar. De raad heeft daarbij van belang geacht dat verweerder in zijn praktijk maatregelen heeft getroffen die herhaling zullen voorkomen en die voor de deken aanleiding zijn geweest om geen verder onderzoek te doen naar de praktijkvoering door verweerder.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4187/13.94

    Nu verweerster in opdracht van de rechtsbijstandverzekeraar van klager werkte, heeft verweerster geen inbreuk gemaakt op haar beroepsgeheim door aan die rechtsbijstandverzekeraar te berichten dat de samenwerking met klager niet goed verliep en dat er een onwerkbare situatie dreigde te ontstaan. Van een intentie om klager te pesten of zwart te maken is niet gebleken. De gekozen bewoordingen van verweerster geven daarvoor geen indicatie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2013:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW849.2012

    Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet op haar e-mail heeft gereageerd; b: de gerechtsdeurwaarder de verkeerde beslagvrije voet heeft toegepast en de door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten niet in verhouding staan tot de hoofdsom. Het feit dat de gerechtsdeurwaarder per abuis niet op een enkele e-mail heeft gereageerd is in het algemeen niet zonder meer tuchtrechtelijk laakbaar. Ten aanzien van de beslagvrije voet geldt dat de gerechtsdeurwaarder, zodra klaagster de gevraagde gegevens had verstrekt, binnen een redelijke termijn op haar verzoek tot aanpassing heeft gereageerd en de beslagvrije voet met terugwerkende kracht heeft aangepast. Met betrekking tot de verhouding tussen de kosten geldt dat het niet gaat om de vraag of de gemaakte kosten in verhouding staan tot de hoofdsom. Immers, de executiekosten zijn vaste, op het Besluit ambtshandelingen tarieven gerechtsdeurwaarders, berustende bedragen en bij kleine vorderingen al snel hoger dan de oorspronkelijke hoofdsom. Deze kosten worden niet hoger of lager wanneer de hoofdsom hoger of lager is. Het gaat om de beoordeling van de vraag of de kosten onnodig zijn gemaakt. Dat kan uit de klacht en de overgelegde producties niet worden opgemaakt. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4109/13.16

    Verweerder heeft klager bijgestaan in een geschil met een aannemer in verband met gebreken aan een aangekochte, nog te bouwen, woning en garage. Niet is komen vast te staan dat verweerder tijdens een terechtzitting klagers belangen onvoldoende of niet zou hebben behartigd. In het kader van onderhandelingen is een concept vaststellingsovereenkomst opgesteld. Klager heeft, uiteindelijk, deze overeenkomst ondertekend. In deze overeenkomst was niet eerder opgenomen boeteclausule vermeld. Klager betwist dat verweerder met hem gesproken heeft over deze boeteclausule en het feit dat de wederpartij een dergelijke clausule niet wenste te accepteren. Het had op de weg van verweerder gelegen om klager te informeren dat deze clausule niet door de wederpartij werd aanvaard en derhalve niet was opgenomen in de te tekenen overeenkomst, alsmede over de consequenties daarvan. Nu verweerder dit heeft nagelaten, heeft verweerder niet de nodige zorg ten opzichte van klager in acht genomen. Van enige schriftelijke vaststelling is niet gebleken. Verweerder heeft zijn salariskosten verrekend met een aan klager toekomend bedrag dat gestort was op de derdengeldenrekening van het kantoor van verweerder. Een advocaat mag slechts gelden, die zich bevinden op zijn derdengeldenrekening gebruiken voor het voldoen van zijn declaratie als hij daartoe de uitdrukkelijke, ondubbelzinnige toestemming heeft van zijn cliënt. Deze instemming dient schriftelijk te worden vastgelegd waarbij tevens de declaratie en de hoogte van het bedrag vermeld dienen te worden. Verweerder heeft nagelaten de door hem gestelde instemming van klager schriftelijk vast te leggen. Gelet op de betwisting van klager, heeft verweerder gehandeld in strijd met de aan hem opgelegde verplichting zoals neergelegd in de Vordering op de Administratie en de Financiële Integriteit in artikel 6 lid 5. Drie van de zes klachtonderdelen worden gegrond verklaard. Hiervoor legt de raad verweerder de maatregel op van enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4201/13.108

    Verweerder heeft gesteld dat het hem vrijstaat door of namens hem verzonden brieven door één van zijn medewerkers te laten ondertekenen. Deze werkwijze is geoorloofd en valt binnen de beleidsvrijheid van verweerder in zijn hoedanigheid van deken. Een dergelijke werkwijze brengt niet met zich dat sprake is van een valselijk opgemaakt geschrift. De wijze waarop verweerder onderzoek heeft gedaan naar een tuchtrechtelijke klacht over een advocaat valt binnen zijn beleidsvrijheid als deken. De klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2013:24 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDWverzet1028.2012

    Beslissing op verzet. In de oorspronkelijke klacht beklaagt klager beklaagt zich er samengevat over dat er geen rechtsgrond aanwezig is voor het leggen van beslag roerende zaken en er sprake is van ongeoorloofde intimidatie van de zijde van de gerechtsdeurwaarder. Klager stelt zich op het standpunt dat het pand en de roerende goederen zijn eigendom zijn en niet in eigendom aan zijn zoon toebehoren. Daarop mag geen beslag worden gelegd, aldus klager. De voorzitter heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De Kamer overweegt dat anders dan klager heeft aangevoerd er een geldige titel aanwezig was voor het aangekondigde beslag, namelijk een ten nadele van de zoon van klager gewezen vonnis. Wanneer een gerechtsdeurwaarder aankondigt beslag te komen leggen op zaken waarvan een derde stelt eigenaar te zijn, noopt die enkele aanspraak de gerechtsdeurwaarder niet om op voorhand van het beslag af te zien. In dit geval was daarvoor des te minder reden, omdat - zoals klager ter zitting heeft erkend - roerende zaken van de zoon van klager op zijn adres aanwezig waren. Het verzet wordt, met aanvulling van de motivering, ongegrond verklaard.