Zoekresultaten 36051-36060 van de 46428 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2013:YG3007 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 120/2013

    Klacht tegen de voorzitter van de beroepsvereniging van oogartsen (NOG) betreffende het onbeantwoord laten van door de Inspectie voor de Gezondheidszorg gestelde vragen. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:YA4428 Raad van Discipline Arnhem 13-98

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Geklaagd wordt over een handelen in 1999 en het optreden van verweerder in de periode 2004-2007. Dat is zo lang geleden dat dit klachtonderdeel kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen redelijke verklaring voor het feit dat klagers deze kwestie zo lang hebben laten rusten. Uitlatingen verweerder niet grievend. Klachten kennelijk niet ontvankelijk althans kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:YA4429 Raad van Discipline Arnhem 12-241

    Klacht: verweerder heeft klagers vordering tot schadevergoeding voor de in bewaring doorgebrachte periode ten onrechte bij de bestuursrechter ingediend in plaats van bij de civiele rechter. Raad: verweerder heeft met recht kunnen menen dat ter verkrijging van schadevergoeding de gang naar de bestuursrechter het meest voor de hand lag. Dat die gang op dat moment geen soulaas meer zou kunnen bieden – omdat jaren eerder al bij opheffing van de bewaring omtrent een eventuele aanspraak op schadevergoeding had moeten worden beslist – kon verweerder eind 2010 toen hij bij de IND het verzoek indiende nog niet weten. Geen grond om aan te nemen dat de civiele rechter anders zou hebben beslist en aan klager wel een schadevergoeding zou hebben kunnen toekennen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:YA4430 Raad van Discipline Arnhem 12-248

    Klacht dat de declaraties van verweerder niet in verhouding stonden tot de nota’s van hun boekhoudster waartegen zij bezwaar hadden gemaakt; voorts dat verweerder klagers’ bezwaren tegen de kwaliteit van het werk van hun boekhoudster onvoldoende aan de rechter uiteen heeft gezet. Belang van klagers was afgifte van hun administratie. Klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat het feit dat de kosten zo zijn opgelopen aan verweerder te verwijten valt. Dat en waarom klagers de facturen betwistten heeft verweerder in zijn sommaties, processtukken en pleidooi voldoende naar voren gebracht. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG3004 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 12186

    Klaagster stelt dat orthopedisch chirurg een onjuiste inschatting heeft gemaakt van het letsel en een onjuiste behandeling is gestart en voorts dat er onvoldoende met haar is gecommuniceerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:YA4431 Raad van Discipline Arnhem 12-250

    Belangrijkste verwijt is dat verweerder klager rechtstreeks, buiten zijn advocaat om, heeft aangeschreven. De raad is van oordeel dat verweerder daarmee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De brief betrof immers een sommatie, die rechtstreeks naar de wederpartij – klager - gezonden kan worden. Dat verweerder heeft verzuimd deze brief ook aan de advocaat van klager te zenden, is in dit specifieke geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klager was als oud advocaat goed thuis in procesrechtelijke aangelegenheden, hij trad zelf als letselschadespecialist /gemachtigde op in gerechtelijke procedures. Hij was in de desbetreffende procedure zelf zonder bijstand van zijn advocaat ter comparitie van partijen verschenen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2013:YG3005 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 12201

    Psychiater wordt verweten dat hij klager ten onrechte dwangmedicatie heeft willen toedienen. College oordeelt dat verweerder - gelet op zijn inschatting van de geestestoestand van klager op dat moment - juist gehandeld heeft door het voornemen over te zullen gaan tot dwangmedicatie aan klager kenbaar te maken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:YA4432 Raad van Discipline Arnhem 12-252

    Niet is gebleken dat klager met verrekening van declaraties met voor hem ontvangen derdengelden heeft ingestemd. Die instemming is wel voorwaarde voor verrekening. Volgens verweerster is in een gesprek over de hoogte van de declaraties verrekening afgesproken en heeft zij die afspraak schriftelijk aan klager bevestigd. Klager ontkent de afspraak en ontkent die brief te hebben ontvangen. De omstandigheid dat de brief mogelijk niet bij klager is aangekomen komt voor risico van verweerster. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Gezien de hoeveelheid in korte tijd in vier procedures verrichte werkzaamheden bestaat geen aanleiding om te veronderstellen dat sprake is van excessief declareren. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2013:YG3006 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 119/2013

    Klacht tegen de voorzitter van de beroepsvereniging van oogartsen (NOG) betreffende het onbeantwoord laten van door de Inspectie voor de Gezondheidszorg gestelde vragen. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARN:2013:YA4427 Raad van Discipline Arnhem 13-26

    Klager verwijt verweerster dat zij hem ten onrechte niet heeft geadviseerd (ook) op het punt van de afschrijvingen, die de rechtbank bij zijn bedrijfsresultaat heeft opgeteld, hoger beroep aan te tekenen. Verweerster heeft de alimentatieberekening die zij voornemens was aan het hof te sturen, in concept aan klager toegestuurd met het advies de berekening te bespreken met zijn accountant. Aldus heeft zij zorgvuldig gehandeld jegens klager en kan haar er geen verwijt van worden gemaakt dat zij klager heeft geadviseerd het hoger beroep niet door te zetten, ook niet op het punt van de afschrijvingen die de rechtbank bij het bedrijfsresultaat heeft opgeteld.