Zoekresultaten 301-310 van de 48024 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:188 Hof van Discipline 's Gravenhage 260058
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 25-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:188
Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Klager heeft toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen en heeft geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om zijn klacht schriftelijk toe te lichten. Daarom staat tegen de beslissing niet de mogelijkheid van verzet open.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 260089
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:189
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klaagster ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die zij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waarom de deken heeft verzocht, te verstrekken. Dat heeft klaagster niet gedaan. Het hof heeft uit de stukken niet kunnen afleiden wat het geschil is waarvoor klaagster een advocaat nodig heeft. Het hof is daarom met de deken van oordeel dat klaagster haar verzoek niet voldoende heeft onderbouwd. Het is het hof voorts niet gebleken dat de deken de inspanningsverplichting om zelf een advocaat te vinden verkeerd heeft uitgelegd. Uit het dossier blijkt niet dat klaagster voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. De aanwijzingsbevoegdheid van de deken is een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:190 Hof van Discipline 's Gravenhage 260069
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:190
Verzet ongegrond. In verzet heeft klager de gronden die hij aan de klacht ten grondslag heeft gelegd herhaald. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat een klacht tegen een deken niet is bedoeld om de inhoud van een dekenvisie ter discussie te stellen of een andere procedurele beslissing van de deken (niet-doorzending van de klacht) aan te vechten. Door het klachtrecht daarvoor in te zetten wordt op een oneigenlijke wijze gebruik gemaakt van het klachtrecht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:230 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 VZ
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 02-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:230
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:127 Raad van Discipline Amsterdam 25-378/A/A
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:127
Raadsbeslissing; klager die jarenlang gedetineerd was in de Verenigde Staten en onlangs naar Nederland is overgebracht heeft een klacht ingediend over verweerder die geadviseerd heeft over zijn terugkeer naar Nederland. Dit is niet de eerste klacht die klager over verweerder heeft ingediend. In een eerdere klachtprocedure heeft klager verweerder verweten dat hij zich schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling door eerst betrokken te zijn bij de zaak van klager en later het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) te adviseren. Over deze klacht heeft de raad in zijn beslissing van 11 december 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:233, geoordeeld dat klager en BuZa hetzelfde, gemeenschappelijke belang hadden, namelijk het terughalen van klager naar Nederland en verweerder daarom met zijn advisering aan klager en BuZa geen tegenstrijdige belangen had gediend. Het Hof van Discipline heeft de beslissing van de raad op 27 september 2024 bekrachtigd (ECLI:NL:TAHVD:2024:249). In onderhavige klachtprocedure is de advisering van verweerder aan klager en daarna aan BuZa opnieuw aan de orde gesteld. Na een Woo-procedure zijn volgens klager documenten vrijgekomen die een ander licht werpen op de zaak. De raad is van oordeel dat de door klager naar voren gebrachte omstandigheden geen hernieuwde beoordeling van de aan verweerder verweten belangenverstrengeling rechtvaardigen. De klacht hierover is daarom niet-ontvankelijk. Verder is het de raad niet gebleken dat verweerder in de vorige klachtprocedure bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn bijstand aan klager. De klacht hierover is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/50
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 08-06-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:18
Afwikkeling nalatenschap. De klager is executeur-afwikkelingsbewindvoerder en bevoegd om de verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen. Zijn broer en zus – die allebei in het buitenland wonen – waren het ermee eens dat de nagelaten woning aan de klager werd toegedeeld. De kandidaat-notaris wilde eerst controleren of de broer en de zus bevoegd waren om de nalatenschap te aanvaarden, voordat zij de akte van verdeling wilde passeren. Daarom heeft zij een volmacht aan de broer en de zus gestuurd, maar volgens de klager was dat niet nodig. Klacht gedeeltelijk gegrond (zonder oplegging van een maatregel) omdat de kandidaat-notaris duidelijker met de klager had moeten communiceren. Overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 Verzet
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:133
Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond. De samenstelling van het college onder het dictum is bij beslissing van 19 mei 2026 hersteld. Deze herstelbeslissing is opgenomen achter de beslissing op het verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8716
- Datum publicatie: 29-06-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:101
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij ten onrechte heeft gekozen voor een halve knieprothese, tijdens de operatie door moeheid slordig heeft gewerkt, niet aanspreekbaar was op het tegenvallende resultaat en zijn fouten niet heeft erkend. Het college oordeelt dat de keuze voor een halve knieprothese navolgbaar was. Er zijn geen aanwijzingen dat de prothese onjuist is geplaatst of dat verweerder door vermoeidheid onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook heeft verweerder de klachten van klaagster serieus genomen door vervolgonderzoek en een second opinion te organiseren. Dat later elders een gehele knieprothese is geplaatst, maakt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2026:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/12
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TDIVBC:2026:6
klacht van een diereigenaar tegen een dierenarts over de behandeling van een hond. De klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard, klaagster komt in beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9438
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:102
Klacht tegen een chirurg kennelijk ongegrond. Klager zijn onderbeen werd geamputeerd. Klager verwijt de chirurg, die operateur was, dat tegen zijn zin in een te groot deel van zijn onderbeen is geamputeerd waardoor hij nu ernstige klachten heeft. Het college oordeelt dat de chirurg conform de richtlijn heeft gehandeld en niet een te groot deel van het onderbeen heeft geamputeerd.