Zoekresultaten 311-320 van de 48024 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8580
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:103
Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft de zoon van klaagster gezien vanwege klachten die zij geduid heeft als sinusitis. De zoon van klaagster is twee dagen nadat de huisarts hem voor het laatst zag opgenomen in het ziekenhuis.Daar is hij enige tijd later overleden aan de gevolgen van een doorgebroken sinusitis die heeft geleid tot intracerebrale abcessen en uiteindelijk een uitgebreid beeld van cerebritis. Het college begrijpt goed dat klaagster met de kennis van nu het gevoel heeft dat zij en haar zoon ten tijde van het consult door de huisarts niet serieus genomen zijn. Maar het college moet het handelen van verweerster beoordelen op basis van de informatie die toen beschikbaar was. Verweerster naar het oordeel van het college voldoende onderzoek gedaan en zij kon op basis van haar bevindingen tot haar diagnose en beleid komen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8715
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:104
Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een anesthesioloog. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar een ruggenprik wilde opdringen in plaats van de door haar gewenste algehele anesthesie
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:56 Accountantskamer Zwolle 24/4360 en 25/2229 Wtra AK
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:56
Betrokkene is accountant geweest van een onderneming (een recreatiepark), die bestaat uit verschillende vennootschappen. Hij had de opdracht om (onder andere) de jaarrekeningen samen te stellen en de belastingaangiften te verzorgen. Klagers verwijten betrokkene dat hij fouten heeft gemaakt bij de bevestiging van de opdracht, het samenstellen en deponeren van de jaarrekeningen en de belastingaangiften. Betrokkene heeft zich ook bemoeid met aanvragen en procedures met betrekking tot coronasteunmaatregelen. Volgens klagers zijn daarbij eveneens fouten door betrokkene gemaakt. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, betrokkene krijgt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9185
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145
Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). De PA was regiebehandelaar van een patiënt met dementie (de vader van klager). Klager en zijn zus zijn beiden mentor. Klager verwijt de PA dat de paracetamol is gestopt zonder hem hierover te informeren, waardoor de patiënt volgens hem onnodig pijn heeft geleden. Volgens de PA is klager niet-ontvankelijk, omdat hij tweede contactpersoon was. Het college oordeelt dat klager wel bevoegd is een klacht in te dienen, aangezien hij en zijn zus mentor zijn en de patiënt wilsonbekwaam is. Het college stelt vast dat zorgvuldig is beoordeeld of de pijnmedicatie kon worden gestopt en dat de pijnklachten voldoende zijn geëvalueerd. Het informeren over de stopdatum lag bij de dienstdoende arts, niet bij de PA. De PA heeft aan haar zorgplicht voldaan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z20256/9524
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105
kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts over het niet/onvoldoende verlenen van zorg aan patiënte met wondroos. Patiënte is overleden. Zij heeft voor haar overlijden een kennis gemachtigd. Nu er zich geen nabestaande heeft gemeld die de klacht wil voortzetten, staakt het college de behandeling van de klacht’.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:57 Accountantskamer Zwolle 26/121 Wtra AK
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:57
Mondelinge uitspraak van de Accountantskamer. De klacht over de kantoorhertoetsing is gegrond, ook omdat betrokkene er geen inhoudelijk verweer tegen heeft gevoerd. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van 18 maanden.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2026:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/11
- Datum publicatie: 26-06-2026
- Datum uitspraak: 26-06-2026
- ECLI:NL:TDIVBC:2026:5
klacht van een diereigenaar tegen een dierenarts over de behandeling van een kat, die uiteindelijk is overleden. De klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster komt in beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:144
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-353/DH/DH
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:145
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over een contractuele boete. Hoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerders cliënt in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld, betekent dit niet automatisch dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden om de belangen van klaagster te schaden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939
- Datum publicatie: 24-06-2026
- Datum uitspraak: 24-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:130
Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.