Zoekresultaten 21591-21600 van de 46636 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:320 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.029
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:320
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster was zwanger van haar zevende kind. De twee kinderen van haar twee voorgaande zwangerschappen zijn een dag na de geboorte respectievelijk intrauterien overleden. Klaagster is na een (hoge) kunstverlossing bevallen van haar zevende kind. De baby is na de bevalling onderzocht door een kinderarts en geobserveerd door de kraamafdeling. Klaagster en haar baby zijn na onderzoek door een kinderarts ontslagen. Drie dagen later is geconstateerd dat de baby ten gevolge van een kernicterus (een hersenbeschadiging ten gevolge van te hoog billuribinegehalte) gehandicapt is geraakt. Klaagster verwijt verweerster (gynaecoloog) dat gezien de voorgeschiedenis veel eerder besloten had moeten worden tot een keizersnede, zoals met klaagster afgesproken. Er is niet goed naar haar geluisterd. Aangezien, in strijd met hetgeen gebruikelijk is, niet drie maanden voor de uitgerekende bevallingsdatum maar korter voor de bevalling is gestopt met Acetylsalicylzuur, moet ervan worden uitgegaan dat het bloed van de baby tijdens de bevalling verdund was. Verweerster heeft klaagster ten onrechte een uur laten persen. Met name wordt verweerster verweten dat zij niet direct een sectio heeft gedaan. Volgens klaagster had zij daarvoor getekend. En zij verwijt verweerster dat zij teveel risico heeft genomen door klaagster vaginaal te laten bevallen. Zij heeft vijfmaal (vergeefs) een vacuümextractie geprobeerd, en daarna nog een keer een extractie met de forceps. Dit terwijl reeds in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 19 augustus 2001 een artikel was verschenen met de titel “De hoge vacuümextractie: terecht obsoleet gezien de risico’s voor het kind” met als citaat uit het handboek ‘Williams Obstretics’: “hoge extractie, hetzij door een tangverlossing, hetzij door vacuümverlossing, heeft geen plaats in de moderne verloskunde.” Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle heeft de klacht ongegrond verklaard en deze afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft dit oordeel en neemt dit over.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:314 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.348
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:314
Klacht tegen gynaecoloog na niet-succesvolle IUI behandeling. Klagers hebben vier klachten ingediend, die door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond zijn verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Klagers verwijten de gynaecoloog allereerst dat hij hen eerst IUI-behandeling heeft geboden en niet direct voor IVF/ICSI gekozen heeft, ondanks de leeftijd van klaagster (41 jaar). In de gegeven situatie bestonden geen contra-indicaties voor IUI en de gynaecoloog heeft met het gekozen beleid geen onjuiste behandeling ingezet. Er was bij klagers ook sprake van informed consent ten aanzien van de IUI-behandeling. Tevens verwijten klagers de gynaecoloog dat hij onnodig en niet lege artis een cyste heeft verwijderd. Een onnodige en niet lege artis verrichte ingreep is niet aan de orde geweest. De ingreep, waarbij de cyste transvaginaal is aangeprikt en leeggezogen, heeft zoals gebruikelijk, zonder verdoving plaatsgevonden. Dit is met klaagster besproken en levert geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Daarnaast verwijten klagers de gynaecoloog dat hij een deel van de behandeling (het legen van een spuitje bij één van de IUI-behandelingen) aan klager heeft overgelaten en dat er sprake was van een onheuse bejegening. Standpunten van partijen hierover lopen uiteen en het medisch dossier biedt geen steun voor de stellingen van klagers hieromtrent.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-645/DH/DH
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 15-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:226
Voorzittersbeslissing. Gelet op de stukken komt de voorzitter tot het oordeel dat niet is gebleken dat verweerster klaagster in april 2014 ten onrechte een negatief cassatieadvies heeft gegeven. Dat zij in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden van de advocatuur volgt evenmin uit het dossier. Ook overigens is de voorzitter niet gebleken dat verweerster tekort is geschoten ten opzichte van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:321 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.030
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:321
Klacht tegen gynaecoloog en een kinderarts. Klaagster was zwanger van haar zevende kind. De twee kinderen van haar twee voorgaande zwangerschappen zijn een dag na de geboorte respectievelijk intrauterien overleden. Klaagster is na een (hoge) kunstverlossing bevallen van haar zevende kind. De baby is na de bevalling onderzocht door een kinderarts en geobserveerd door de kraamafdeling. Op 10 maart 2006 zijn klaagster en haar baby na onderzoek door een kinderarts ontslagen. Drie dagen later is geconstateerd dat de baby ten gevolge van een kernicterus (een hersenbeschadiging ten gevolge van te hoog billuribinegehalte) gehandicapt is geraakt. Verweerder was de supervisor van de kinderarts. Klaagster verwijt verweerder (kinderarts): a. dat de baby op 10 maart 2006 ten onrechte en na onvoldoende onderzoek naar huis is gestuurd; verweerder had haar toen zelf moeten onderzoeken. Bij dupliek stelt klaagster dat de baby bij de uitdrijving hersenletsel heeft opgelopen, vandaar de subdurale bloedingen; b. dat de zwelling op haar achterhoofd ten onrechte is aangezien voor oedeem en niet als een groot cefaal hematoom; c. dat verweerder onvoldoende alert is geweest op de mogelijkheid van hyperbilirubinaemie ten gevolg van een groot cefaal hematoom. Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle heeft de klacht ongegrond verklaard en deze afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft dit oordeel en neemt dit over.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:315 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.026
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:315
Klacht tegen kno-arts. Klager had ernstige problemen met zijn gehoor en bij hem is door verweerder een Cochleair Implantaat geplaatst. Klager verwijt verweerder onder meer onvoldoende voorlichting en onvoldoende voor- en nazorg. Voorts klaagt klager er over dat de operatie niet door verweerder zelf maar door een leerling is verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-522/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 19-10-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:227
Voorzittersbeslissing. Klacht over onjuiste en onnodig grievende uitlatingen door advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:322 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.187
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:322
Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts a) Onjuiste verslaglegging b) Niet adequaat doorverwijzen c) Grensoverschrijdend gedrag d) Overdracht medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, de huisarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht wat betreft het eerste deel van klachtonderdeel d. (overdracht medisch dossier) gegrond. Het Regionaal Tuchtcollege is tot hetzelfde oordeel gekomen. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege acht het Centraal Tuchtcollege de klacht voor het overige (waaronder klachtonderdeel b.) ongegrond. Hoewel dus in (incidenteel) beroep minder klachtonderdelen gegrond worden bevonden dan in eerste aanleg, acht het Centraal Tuchtcollege, met eenparigheid van stemmen (artikel 74 lid 5 Wet BIG), het opleggen van de maatregel van waarschuwing gepast en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2017:316 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.027
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 21-11-2017
- ECLI:NL:TGZCTG:2017:316
Klacht tegen voorzitter Raad van Bestuur, tevens mdl-arts. Klager had ernstige problemen met zijn gehoor en bij hem is door een kno-arts uit het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is een Cochleair Implantaat geplaatst. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij niet correct gehandeld heeft door niet op de brieven van klager te antwoorden en zijn eigen belang boven dat van de patiënt te stellen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat uit het beroepschrift van klager niet, althans onvoldoende, blijkt wat de gronden van zijn beroep zijn en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-664/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 01-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:228
Voorzittersbeslissing. Niet is gebleken dat verweerder in zijn hoedanigheid van bijzonder curator (over de dochter van klaagster) onverdedigbare of onbegrijpelijke afwegingen heeft gemaakt dan wel anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-747/DH/RO
- Datum publicatie: 22-11-2017
- Datum uitspraak: 15-11-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:222
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2159
- Pagina: 2160
- Pagina: 2161
- ...
- Pagina: 4664
- Volgende pagina zoekresultaten