Zoekresultaten 21581-21590 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.272

    K lager werkt als tandarts. Verweerder, ook tandarts, werkt als tandheelkundig adviseur in loondienst bij een zorgverzekeraar. Als tandheelkundig adviseur werkt hij mee aan de formele en materiële controles van tandartspraktijken. Deze controles hebben tot doel de rechtmatigheid van de in rekening gebrachte prestaties en de doelmatigheid van de geleverde zorg na te gaan. Verweerder is betrokken bij een materiële controle van de praktijk van klager. Er is besloten tot een detailcontrole in verband met geconstateerde afwijkingen met betrekking tot de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door klager vervaardigde röntgenfoto’s. Klager wilde niet meewerken aan de controle. In dit kader is de zorgverzekeraar overgegaan tot het aanschrijven van de individuele verzekerden (ook minderjarigen) met het verzoek om toestemming te geven tot inzage in hun medisch (tandheelkundig) dossier. Klager verwijt verweerder dat hij ten onrechte meent dat het niet aan hem is om zich als tandheelkundig adviseur uit te laten over de wijze waarop zijn werkgever omgaat met medische machtigingen voor minderjarigen en dat hij, indien er fouten zouden zijn gemaakt bij die machtigingen, hierbuiten zou staan. Het Regionaal Tuchtcollege beantwoordt de door klager ingediende klacht niet inhoudelijk, omdat nader is gebleken dat voor de controle in deze zaak geen machtigingen van de patiënten of hun vertegenwoordigers noodzakelijk waren en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege beantwoordt de klacht wel inhoudelijk en komt tot de conclusie dat de door verweerder gebruikte machtigingen niet voldoen aan de uit de artikelen 7:447 en 7:450 BW voortvloeiende vereisten. Ten aanzien van minderjarigen van 16 en 17 jaar volstaat een handtekening van henzelf en is een handtekening van hun wettelijk vertegenwoordiger(s) niet aan de orde. Voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar volgt uit artikel 7:450, tweede lid, BW dat zowel aan de patiënt als aan de wettelijk vertegenwoordiger(s) toestemming dient te worden gevraagd. Ten slotte vloeit uit de rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege voort dat de hulpverlener die een machtiging verstuurt of laat versturen dient te bewaken dat zo’n machtiging voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:77 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170318

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De raad heeft de klacht deels ongegrond en deels gegrond verklaard. Verweerder is in zijn beroep niet-ontvankelijk, omdat het beroep is ontvangen ruim na het verstrijken van de beroepstermijn. Het beroep van klaagster faalt en het oordeel van de raad wordt bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:80 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170296

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij en zijn (latere) kantoorgenoot. Klagers hebben hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bij de beoordeling van het hoger beroep in ogenschouw genomen dat zware beschuldigingen worden geuit aan verweerders, die betwist worden en in rechte niet zijn vastgesteld. Klachtonderdelen die betrekking hebben op gedragingen in periode waarin de advocaat nog geen advocaat was zijn niet-ontvankelijk. Voor het overige zijn de klachten ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170320

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De enkele uitspraak van een lagere rechter in een andere zaak noopte niet tot het doen van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek, laat staan tot het inroepen van de nietigheid van een beding in de samenlevingsovereenkomst. Verweerster heeft evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in reconventie in te stellen en producties zonder toelichting in het geding te brengen. Het behoort tot verweersters vrijheid om de slagingskans van een eis in reconventie in te schatten en in geval van een negatief oordeel daarvan af te zien. Ook in hoger beroep is niet komen vast te staan dat verweerster een ongeoorloofde druk op klager heeft uitgeoefend om akkoord te gaan met de schikking. Klacht ongegrond. Bekrachtiging. Het verzoek van klager tot schadevergoeding en betaling van een voorschot wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614742 / DW RK 16/967

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op e-mailberichten. Klacht gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614817 / DW RK 16/977

    Klaagster maakt bezwaar tegen het bankbeslag en de daarbij in rekening gebrachte kosten. De beslagvrije voet bij het gelegde beslag onder de belastingdienst is ten onrechte op nihil gesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld nadat klaagster hem hierop heeft gewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft in strijd met artikel 8 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders gehandeld. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614732 / DW RK 16/966

    De gerechtsdeurwaarder heeft het gelegde derdenbeslag niet binnen de wettelijke termijn van acht dagen aan klager betekend. Klacht gegrond met maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-03 "2017.V8-Guardian"

    Op donderdag 29 juni 2017 omstreeks 13.21 uur lokale tijd liep de Guardian met een snelheid van ongeveer 14 knopen op een ondiepte nabij het eiland Storfosna in Noorwegen. Het schip raakte daarbij zodanig beschadigd dat in ieder geval de machinekamer en een deel van de accommodatie vol liepen met water en de pompen aan boord niet in staat waren om dit bij te houden. De bemanning heeft uiteindelijk het schip via het reddingsvlot verlaten. Het schip is niet gezonken en later vervoerd naar Nederland. Niemand raakte gewond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621634 / DW RK 17/8

    Verzet. Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen het maken van foto's van haar inboedel tijdens het leggen van beslag. Klaagster stelt dat het betreffende arrest niet executabel is omdat er geen bedrag in het dictum is vermeld. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-04 "2017.V7-Sea Bronco"

    Op 23 december 2016 vond in de haven van Vlissingen aan boord van het schip Sea Bronco een ernstig ongeval plaats, waarbij de eerste stuurman ernstig hoofdletsel opliep. Op het moment van het ongeval was de Sea Bronco aan het afmeren langszij een andere sleepboot, de Sea Bulldog. Een koplijn was reeds vastgemaakt en een bemanningslid was op het achterdek bezig met de achtertros. Betrokkene, kapitein van de Sea Bronco, was vanuit de achterzijde van de brug bezig om een tros, bevestigd aan de sleepdraad, met de sleepwinch strak te trekken. Deze tros was door het latere slachtoffer om de middenbolder van de Sea Bulldog gelegd. Op het moment dat de tros strak kwam te staan, stopte betrokkene niet op tijd met halen op de winch, waardoor de tros brak. Het slachtoffer werd getroffen door het rondzwiepende eind van de gebroken tros.