Zoekresultaten 20631-20640 van de 46684 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:14 Accountantskamer Zwolle 17/1784 en 17/1785 Wtra AK

    De maten van het kantoor van betrokkenen, waaronder betrokkenen zelf, zijn verwikkeld in een civiele procedure met hun voormalige kantoordirecteur over de door deze gevorderde bonus. Het kantoor neemt bij de civiele rechter bepaalde standpunten in over de jaarrekeningen waarop de bonus is gebaseerd. De voormalige kantoordirecteur verliest in twee instanties bij de civiele rechter, maar dient toch een tuchtklacht in. De Accountantskamer toetst de klacht inhoudelijk. Het door een accountant al dan niet in rechte innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Van zulke bijzondere omstandigheden zou onder meer sprake zijn indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend en dus te kwader trouw blijkt te zijn of, naar zijn aard bezien, moet worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Voorts heeft te gelden dat onder bijzondere omstandigheden ook de fundamentele beginselen van objectiviteit en of vakbekwaamheid en zorgvuldigheid kunnen zijn geschonden en dat dit ook het geval kan zijn indien de betrokken accountant weliswaar niet bewust onjuist of misleidend een standpunt heeft ingenomen, maar hem wel in sterke mate kan worden verweten dat hij een onjuist of misleidend standpunt heeft ingenomen of doen innemen. De klacht wordt ongegrond verklaard nu van voormelde bijzondere omstandigheden niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1151/DB/LI 16-1152/DB/LI 17-042/DB/LI

    De termijn waarbinnen het griffierecht dient te worden betaald betreft geen fatale termijn, in die zin dat overschrijding van deze termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook de omstandigheid dat klager op een eerdere intrekking van de klacht bij de deken is teruggekomen en alsnog om doorzending van de klacht heeft gevraagd leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de klacht. Enkel een klacht waarop door de tuchtrechter is beslist kan niet voor een tweede maal aan de tuchtrechter worden voorgelegd. Klager heeft geen eigen belang bij klachten die zijn echtgenote betreffen. Leidt tot niet-ontvankelijkheid van deze klachten. Uit de overgelegde stukken valt niet eenduidig op te maken dat advocaat voor het verstrijken van de termijn opdracht had gekregen bezwaar tegen de CIZ-indicatie in te dienen. Het staat een advocaat vrij om van zijn cliënt verkregen kennis in het belang van zijn cliënt aan de wederpartij van die cliënt te berichten, voorzover de cliënt daartegen geen bezwaar heeft geuit en voor zover dit in overeenstemming is met een goede beroepsuitoefening,

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.356

    Klacht tegen kinderarts die melding heeft gedaan over zoon klaagster bij Veilig Thuis. Volgens klaagster is niet gehandeld conform stap 1 van de meldcode van de KNMG en is onvoldoende onderzoek gedaan voordat tot melding is overgegaan. Volgens klaagster is er bij haar zoon geen sprake van toegebracht letsel, maar van letsel dat al bij de geboorde is ontstaan. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en is van oordeel dat voldoende onderzoek is gedaan voordat tot melding is overgegaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.342

    Klacht tegen chirurg. De klacht heeft betrekking op de inmiddels overleden echtgenote van klager (hierna: patiënte). Bij patiënte is anuskanker geconstateerd. Na het aanleggen van een stoma en behandeling met chemo- en radiotherapie leek sprake van complete remissie. Vervolgens heeft patiënte toch verschillende klachten ontwikkeld. De chirurg heeft op enig moment een operatieve drainage verricht onder spinaal anesthesie. Drie maanden nadien is patiënte overleden. Klager verwijt de chirurg onder meer dat hij patiënte heeft geopereerd in bestraald gebied en dat hij haar heeft geopereerd zonder met haar en klager te overleggen en zonder haar of klager op de gevolgen te wijzen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de chirurg niet heeft voldaan aan de op hem rustende dossierplicht als bedoeld in artikel 7:454 BW, acht de klacht in zoverre gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1149/DB/LI 17-043/DB/LI

    De termijn waarbinnen het griffierecht dient te worden betaald betreft geen fatale termijn, in die zin dat overschrijding van deze termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook de omstandigheid dat klager op een eerdere intrekking van de klacht bij de deken is teruggekomen en alsnog om doorzending van de klacht heeft gevraagd leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de klacht. Enkel een klacht waarop door de tuchtrechter is beslist kan niet voor een tweede maal aan de tuchtrechter worden voorgelegd. Klacht is voor zover deze betrekking heeft op feiten die meer dan drie jaar voor indiening van de klacht hebben plaatsgevonden niet-ontvankelijk. Aan klager is tijdig aangekondigd dat hij tijdens een hoorzitting door de beklaagde advocaat zou worden bijgestaan, waarop door klager niet is gereageerd. Ondermaatse rechtsbijstand tijdens de hoorzitting is niet komen vast te staan. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.357

    Klacht tegen kinderarts die door een collega-kinderarts als aandachtsfunctionaris kindermishandeling is geconsulteerd over een melding bij Veilig Thuis. De collega-kinderarts heeft uiteindelijk een melding gedaan over de zoon van klaagster. Volgens klaagster is niet gehandeld conform stap 1 van de meldcode van de KNMG en is onvoldoende onderzoek gedaan voordat tot melding is overgegaan. Volgens klaagster is er bij haar zoon geen sprake van toegebracht letsel, maar van letsel dat al bij de geboorde is ontstaan. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en is van oordeel dat voldoende onderzoek is gedaan voordat tot melding is overgegaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.363

    Anders dan klagers betogen is in beroep niet gebleken dat aan betrokkene bij zijn ziekenhuisopname andere medicatie werd verstrekt dan bij zijn ontslag. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.411

    Klacht tegen psychiater. Tijdens haar verblijf in een TBS-kliniek heeft er een incident plaatsgevonden tussen klaagster en een mede-patiënt. Klaagster verwijt verweerder dat hij daar, als directeur behandelzaken, niet adequaat op heeft gereageerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet in haar klacht ontvangen nu er geen sprake was van handelen of nalaten dat betrekking heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt anders en ontvangt klaagster in haar klacht maar acht die ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.399

    Het enkele feit dat een beklaagde arts en een lid van het Regionaal Tuchtcollege ongeveer in dezelfde tijd aan dezelfde faculteit hebben gestudeerd, vormt onvoldoende grond voor het bestaan van de schijn van partijdigheid. Het is gebruikelijk dat de ontslagbrief (mede) wordt ondertekend door de laatst aanwezige supervisor, ook als deze niet de gehele opnameperiode verantwoordelijk was voor de patiënt. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-588/DB/OB

    Niet is gebleken dat verweerster haar cliënten en / of derden heeft aangezet tot antedateren, verdraaien, vervalsen of het plegen van meineed. Verzet ongegrond.