Zoekresultaten 20421-20430 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1891

    Ondanks dat twee documenten niet expliciet vermeld zijn bij het onderzoekskader in de medische rapportage van de verzekeringsarts is voldoende duidelijk gemaakt dat de inhoud meegewogen is in de beoordeling. Er is voldoende aandacht geschonken aan de door klager ervaren beperkingen. Het is inherent aan haar werk als verzekeringsarts dat verweerster een interpretatie geeft aan rapporten, aangezien de belastbaarheid die verweerster moet beoordelen niet als zodanig expliciet in de rapporten te lezen is. Het is voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid verzekeringsgeneeskundig enkel relevant welke beperkingen iemand heeft en niet welke ziekte daaraan ten grondslag ligt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:288 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.090

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager deels niet-ontvankelijk in zijn beroep vanwege voor het eerst in beroep geformuleerde klachten en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:289 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.091

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager alsnog ontvankelijk in alle onderdelen van zijn klacht, verklaart één klachtonderdeel alsnog ongegrond en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:290 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.092

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager deels niet-ontvankelijk in zijn beroep vanwege voor het eerst in beroep geformuleerde klachten en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:291 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.230

    Klacht tegen radioloog. Klaagster en verweerder zijn broer en zus van elkaar en zijn verwikkeld in een civielrechtelijke procedure. Het Regionaal Tuchtcollege heeft een eerdere klacht van klaagster tegen haar broer gegrond verklaard, onder meer op de grond dat verweerder met gebruikmaking van zijn functie en positie van arts een medische verklaring heeft verkregen van een collega-hoogleraar op basis van misleidende informatie. Klaagster verwijt verweerder nu dat hij in weerwil van deze eerdere beslissing wederom met gebruikmaking van zijn artsentitel, met misleidende informatie, aan twee hoogleraren informatie heeft verschaft ter verkrijging van rapportages en deze rapportages heeft ingebracht bij het Centraal Tuchtcollege en in een civielrechtelijke procedure tussen partijen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:285 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.529

    Klacht tegen gz-psycholoog. In opdracht van het Gerechtshof is over klager een Pro Justitia rapportage uitgebracht door een psychiater en een gz-psycholoog. Verweerster, gz‑psycholoog, is in verband met haar deskundigheid op het gebied van autisme spectrum stoornissen verzocht klager te onderzoeken en haar bevindingen zijn in de Pro Justitia rapportage over klager verwerkt. De klacht houdt in dat verweerster: 1. zich niet bereikbaar heeft opgesteld op de eerste twee momenten waarop klager contact met haar had gezocht in verband met de opvraag van de deelrapportage; 2. geen afschrift van het extern psychologisch rapport heeft verstrekt op de eerste twee momenten waarop klager haar dit persoonlijk had gevraagd; 3. de door haar opgemaakte deelrapportage naderhand op een aantal punten heeft gewijzigd, mede ter afstemming met de wijze waarop haar rapportages was verwerkt in de PBC-rapportage; 4. is meegegaan in de leugen van het PBC dat haar rapportage voor een (groot) deel uit ruwe testgegevens zou bestaan; 5. zich door de wijze van uitvoer van het onderzoek onvoldoende zelfstandig/onafhankelijk heeft opgesteld; 6. Buiten haar onderzoeksopdracht heeft gehandeld. Het RTG Amsterdam heeft de klacht afgewezen. Klager komt in beroep tegen de beslissing van het RTG over de klachtonderdelen 1 t/m 5. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor zover deze klachtonderdeel 2 betreft, omdat de gz-psycholoog aan klager een te beperkte versie van het rapport heeft gestuurd. Aan de gz-psycholoog wordt ter zake de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het beroep wordt voor het overige verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:286 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.088

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager alsnog ontvankelijk in alle onderdelen van zijn klacht, verklaart twee klachtonderdelen alsnog ongegrond en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:287 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.089

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager deels niet-ontvankelijk in zijn beroep vanwege voor het eerst in beroep geformuleerde klachten en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:151 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-764/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder onwaarheden heeft gedebiteerd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:152 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-584/DB/LI

    Niet gebleken dat vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.