We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 20421-20430 van de 47908 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-205/DB/ZWB

    Verweerder heeft onvoldoende met klager gecommuniceerd over de te voeren strategie, de procedurele gang van zaken, de inhoud van het verweerschrift en hij heeft onvoldoende juridische inspanning geleverd. Ook heeft verweerder onvoldoende met de wederpartij van klager gecommuniceerd. Verweerder heeft voorts onvoldoende nauwgezetheid betracht in de financiële afspraken met klager en niet het complete dossier overgedragen aan de opvolgend advocaat. Aan verweerder wordt een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-635/DB/ZWB

    Klacht ingediend nadat de in artikel 46g lid 1 Advocatenwet is verstreken. Klacht niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/51

    Klacht tegen huisarts. Klager wendde zich in april 2018 tot de huisartsenpost, waar verweerder op dat moment dienst had, met pijn in zijn knie en lies als gevolg van een botsing in de botsauto’s op de kermis. Verweerder heeft onderzoek gedaan, pijnstilling gegeven en klager geadviseerd bij aanhoudende klachten naar zijn eigen huisarts te gaan. Volgens klager heeft verweerder op deze wijze niet adequaat gehandeld. Hierdoor heeft verweerder de inwendige bloeduitstorting gemist die de volgende dag bij klager werd geconstateerd, toen klager zich met buikpijn tot een andere arts wendde. Klager moest hiervoor een operatie ondergaan. Het college volgt daarentegen verweerder in zijn verweer dat er tijdens het bewuste consult nog geen signalen aanwezig waren die wezen op de later ontstane en geconstateerde inwendige bloeduitstorting. De pijnklachten die tot nader onderzoek aanleiding gaven zijn ook pas ontstaan op de dag na het consult met verweerder. Het betreft hier overigens een zeldzame complicatie. Verweerder mocht volstaan met de behandeling die hij heeft ingezet. Dat er de volgende dag naar aanleiding van nieuw ontstane pijnklachten een inwendige bloeduitstorting werd geconstateerd, maakt het voorgaande niet anders. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/58

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is sinds 2016 ziek voor eigen werk vanwege diverse lichamelijke en psychische klachten. In 2017 is zijn Ziektewetuitkering stopgezet, omdat hij niet langer voor meer dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit oordeel is in bezwaar en beroep in stand gebleven. Klager kan zich hier niet in vinden. Volgens hem heeft verweerster, die klager meerdere keren heeft gezien, zijn benutbare mogelijkheden veel te positief ingeschat. Ook verwijt klager verweerster dat zij niet bereid was haar beoordeling aan te passen op basis van zijn telefonische reactie daarop. Voorts zou verweerster ten onrechte hebben gezegd dat er geen second opinion mogelijk was. Het college beoordeelt verweersters rapportage aan de hand van de criteria waaraan deze volgens vaste jurisprudentie dient te voldoen. Nu de rapportage hieraan voldoet, dient de klacht ten aanzien van de inhoud en de totstandkoming van de rapportage te worden afgewezen. Dat verweerster niet bereid was de rapportage naderhand aan te passen op verzoek van klager kan evenmin tot een tuchtrechtelijk verwijt leiden. En het verwijt dat verweerster gezegd zou hebben dat een second opinion niet mogelijk was, mist feitelijke grondslag nu verweerster dit betwist en dit ook niet uit de stukken blijkt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:66 Accountantskamer Zwolle 16/2883 en 16/2884 Wtra AK

    Klacht over controles post royalty’s (die ten goede kwamen aan een trust gevestigd op Cyprus) in jaarrekeningen gegrond. De truststructuur is opgezet door belastingadviseurs die zijn verbonden aan dezelfde organisatie als de betrokken accountants. Begunstigde van de trust is onder andere de natuurlijke persoon die (indirect) directeur/grootaandeelhouder is van de entiteit die de royalty’s betaalde. Betrokkenen (de controlerend accountant en de leider van het controleteam die naar eigen zeggen niet deskundig waren op het gebied van trusts) hadden bij de controles niet uitsluitend mogen steunen op informatie van deze fiscalisten, omdat niet is voldaan aan de vereisten van de NVCOS voor het gebruik maken van de werkzaamheden van deskundigen. De informatie waarover de fiscalisten en betrokkenen beschikten betreffende het zakelijke karakter van de overeenkomst op grond waarvan de royalty’s werden betaald en het ontbreken van zeggenschap van de directeur/grootaandeelhouder over het uitkeringsbeleid van de trust was immers (zoals blijkt uit de opdrachtbevestiging voor het opzetten van de truststructuur) louter gebaseerd op mededelingen aan de fiscalisten van die directeur/grootaandeelhouder zelf. Vanwege de tekortschietende controles van de post royalty’s berusten de goedkeurende verklaringen bij de jaarrekeningen op een ondeugdelijke grondslag. Betrokkenen hadden tegen deze achtergrond het aangaan van de licentieovereenkomst en het opzetten van de truststructuur moeten aanmerken als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wwft en die transactie op grond van de wet moeten melden. Klacht dat dit ten onrechte niet is gebeurd is eveneens gegrond. Tuchtrechtelijke procedure op grond van de Wtra valt niet te kwalificeren als een criminal charge in de zin van het EVRM en daarom is er geen sprake van ne bis in idem wat betreft de klacht dat betrokkene (2) omschrijvingen in facturen heeft aangepast. Ook die klacht is gegrond omdat dit handelen strijd oplevert met het fundamentele beginsel van integriteit. Bij het opleggen van een maatregel is ten voordele van betrokkenen meegewogen dat zij lange tijd in onzekerheid hebben verkeerd over de uitkomst van de tuchtprocedure.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:67 Accountantskamer Zwolle 18/292 Wtra AK

    Uitgevoerde onderzoeksopdracht waarbij betrokkene zowel conceptversies als een eindversie in het rechtsverkeer brengt. Betrokkene had in de conceptrapportages een verspreidingsverbod moeten opnemen. Het is van diverse in de conceptrapportages voorkomende meningen en conclusies onduidelijk van wie die zijn; dat is onzorgvuldig. Voorts ontbeert het definitieve rapport ter zake meerdere door betrokkene getrokken conclusies een deugdelijke grondslag. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB

    Herstelbeslissing. Verzet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard omdat is uitgegaan van verkeerde datum verzending beslissing. Alsnog ontvankelijk, verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-65

    Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) moet een notaris cliëntenonderzoek doen en moet hij, in een voorkomend geval, een (voorgenomen) ongebruikelijke transactie melden bij FIU-Nederland. De notaris dient deze gegevens daarnaast op toegankelijke wijze vast te leggen. Op grond van de Wna heeft de notaris onder meer een zorg- en onderzoeksplicht, ministerieplicht en weigeringsplicht en is hij gehouden partijen voldoende te informeren op grond van zijn Belehrungspflicht.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-23

    Ingevolge artikel 110, eerste lid en volgende van de Wet op het notarisambt (Wna) heeft klaagster op 10 november 2016 een bijzonder onderzoek verricht naar de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving door de notaris. Het onderzoek zag op de door de notaris verrichte werkzaamheden bij zes aandelenoverdrachten uit 2014, waarbij dezelfde persoon [A] (hierna te noemen: [A]) betrokken was. Op 21 november 2017 was de definitieve rapportage gereed. Het onderzoek betrof de onderzoeks- en rechercheplicht, de informatieplicht, de wilscontrole, onafhankelijkheid en onpartijdigheid, de ministerieplicht en de plicht tot dienstweigering alsmede naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft).

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180065

    Wrakingsverzoek afgewezen. 1. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien en ter zitting zijn hoger beroep nader te onderbouwen. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Geen reden voor schending fair hearingbeginsel (art. 6 EVRM). 2. Gewraakte voorzitter maakte in een andere zaak van verzoeker tegen een andere advocaat deel uit van de kamer: op zichzelf onvoldoende voor toewijzing wrakingsverzoek. 3. Ter zitting meteen een standpunt willen vernemen is miskenning van de wijze waarop klachten volgens de tuchtrechtspraak worden behandeld (openbare zitting – raadkamer – (tussen-) beslissing – uitspraak in het openbaar). Geen reden tot wraking. 4. De laatste grond is pas bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Onbesproken gelaten. Vgls. art. 513 lid 3 Sv moeten alle omstandigheden en feiten die ten grondslag liggen aan een wrakingsverzoek tegelijk worden voorgedragen.