Zoekresultaten 20431-20440 van de 47108 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-439/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat tegen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-327/DB/OB

    Verzoek deken tot schorsing van verweerder subsidiair tot het treffen van een voorlopige voorziening. Advocaat wordt verdacht van strafbare feiten die hebben geleid tot voorlopige hechtenis die inmiddels onder voorwaarden is geschorst. Verzoek tot schorsing afgewezen omdat naar het oordeel van de raad geen sprake is van een dusdanig spoedeisend belang dat enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang schorsing met onmiddellijke ingang vergt. Evenmin is gebleken van dusdanige psychische problemen waardoor verweerder niet in staat moet worden geacht zijn praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt toegewezen en bepaald wordt dat verweerder zijn werkzaamheden onder het toezicht van een andere advocaat verricht totdat onherroepelijk op het door de deken in te dienen bezwaar is beslist. De raad draagt de deken op een advocaat aan te wijzen die dit toezicht zal uitoefenen

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.390

    Klacht tegen verzekeringsarts werkzaam voor het UWV. Verweerder is verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in bezwaar. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) een onjuiste verklaring aan de rechtbank heeft verstrekt over de telefoongesprekken met het slaapcentrum, 2) in een rapportage heeft verklaard dat hij zodanig is opgeleid dat hij metingen van slaaponderzoek kan interpreteren, en 3) dat hij in deze rapportage op geen enkele manier aangeeft een inhoudelijke beoordeling te hebben gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:276 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-756/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-817/DB/LI

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:118 Raad van Discipline Amsterdam 18-289/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.391

    Klacht tegen een verpleegkundige. Tegen het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht dat de verpleegkundige door het aangaan van een affectieve en seksuele relatie met een patiënte de professionele grens die hij als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige in acht behoorde te nemen ernstig heeft overschreden en daarmee zeer laakbaar heeft gehandeld, gegrond is, heeft de Inspectie geen grief gericht. Het beroep van de Inspectie is (uitsluitend) gericht tegen de hoogte althans de vorm van de maatregel die door het Regionaal Tuchtcollege aan de verpleegkundige is opgelegd en strekt ertoe dat het Centraal Tuchtcollege een gedeeltelijk onvoorwaardelijke schorsing oplegt dan wel de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde voorwaarden herformuleert. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, doch uitsluitend voor zover deze de formulering betreft van de opgelegde voorwaarden voor tenuitvoerlegging van de maatregel van schorsing voor de duur van zes maanden van de inschrijving van de verpleegkundige in het BIG-register. Het Centraal Tuchtcollege bepaalt dat deze schorsing niet eerder ten uitvoer wordt gelegd dan nadat het Centraal Tuchtcollege zulks heeft gelast op grond van het feit dat de verpleegkundige, binnen de proeftijd die wordt bepaald op twee jaar, de volgende voorwaarden niet is nagekomen: - dat hij zich onder behandeling stelt bij een gz-psycholoog of psychotherapeut, waarbij de behandeling is gericht op bewustwording van het thema overschrijden van persoonlijke en professionele grenzen binnen een behandelrelatie, voor de frequentie en duur die deze behandelaar noodzakelijk acht; - dat hij opgave doet van de persoon van deze behandelaar aan de Inspectie en deze ervan in kennis stelt dat de Inspectie bij de behandelaar informatie kan inwinnen over de aard, globale inhoud, voortgang en frequentie van de behandeling en aan de behandelaar toestemming geeft om deze informatie aan de Inspectie te verstrekken; - dat hij de Inspectie schriftelijk laat weten wanneer de psychologische behandeling met instemming van de gz-psycholoog of psychotherapeut is voltooid, welke brief of verklaring door de gz-psycholoog of psychotherapeut mede ondertekend dient te worden ten bewijze van zijn instemming daarmee; - dat, indien de verpleegkundige de voorwaarden niet volledig en tijdig naleeft, het Centraal Tuchtcollege alsnog de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel kan gelasten, en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:270 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-647/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:112 Raad van Discipline Amsterdam 17-995/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-031/DB/LI

    Klacht over schending gedragsregel 7 niet-ontvankelijk want geen eigen belang. Geschil over openstaande nota’s en verrekenen is onderwerp van civiele procedure, niet aan tuchtrechter hierover te oordelen. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.