Zoekresultaten 20431-20440 van de 46679 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:224 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-269
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 13-03-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:224
Tussenbeslissing. Na de tussenbeslissing van 3 oktober 2016, met daarin een onderzoeksopdracht aan de deken, heeft de oorspronkelijk klaagster op 22 december 2016 haar klacht ingetrokken. De raad is, na het horen van de deken en verweerder, van oordeel dat in dit geval van de bevoegdheid op grond van artikel 47a lid 3 Advocatenwet gebruik moet worden gemaakt om de behandeling van de klachtzaak voort te zetten om redenen aan het algemeen belang ontleend omdat de klacht raakt aan de kernwaarden van de advocatuur, te weten die van onafhankelijkheid en (financiële) integriteit. Verweerder wordt verweten 1) op te treden als advocaat van de vennootschap terwijl hij tevens op dat moment bestuurder van die vennootschap was, zonder dat vooraf kenbaar te maken, 2) niet duidelijk te zijn over zijn hoedanigheid en daarmee in strijd handelt met gedragsregel 29, 3) zijn medewerking te verlenen aan het opzetten van een aantal schijnconstructies met als vooropgezet doel de verhaalsmogelijkheden van onder meer klaagster illusoir te maken. Voorts is verweerder ter zitting verweten te handelen in strijd met de Wwft en het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de aard van de verweten gedragingen, alsmede de mate waarin mogelijkerwijs de kernwaarden zijn geschonden, bestaat er naar het oordeel van de raad een noodzaak om de behandeling voort te zetten in de stand waarin de zaak zich bevond. De deken wordt in deze tussenbeslissing opgedragen om het hem eerder opgedragen onderzoek (verder) te verrichten en daarvan verslag te doen aan de raad, waarna een voortgezette mondelinge behandeling zal worden bepaald.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-696
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:82
Klager verwijt verweerder dat er onvoldoende voortgang zat in de behandeling van de letselschadezaak en dat hij hem onvoldoende heeft geïnformeerd. Uit de diverse brieven in het dossier is de raad gebleken dat er geen sprake van gebrek aan voortvarendheid aan de zijde van verweerder noch van een gebrek aan informatie daarover. Dit verwijt is daarom onterecht. Ook klaagt klager over de financiële gang van zaken in deze kwestie. In onderhavige zaak heeft verweerder naar het oordeel van de raad klager inderdaad onvoldoende inzicht gegeven in de door verweerder gewenste wijze van betaling voor zijn werkzaamheden. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond. Klager meent ook dat verweerder ten onrechte beweerde dat hij op grond van de gesloten opdrachtovereenkomst gerechtigd was voorschotten van de verzekeraar van de wederpartij te verrekenen met openstaande kosten waaronder zijn declaratie. Klager heeft daarin gelijk. Uit de vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline blijkt dat de voorgeschreven instemming van de cliënt met verrekening van derdengelden in het algemeen niet vooraf kan worden verkregen. Verweerder heeft voorts gedreigd om zijn werkzaamheden voor klager te staken indien klager de declaratie niet zou betalen c.q. niet zou instemmen met verrekening van de ontvangen voorschotten met zijn declaraties. Door zo te handelen heeft verweerder niet op de zorgvuldige manier gehandeld als betamelijk is. Dit deel van de klacht is daarom gegrond. Het verwijt van klager dat verweerder het dossier ten onrechte onder zich zou hebben gehouden toen een andere advocaat de behandeling van de letselschadezaak overnam is niet juist. Verweerder heeft hierover de deken ingeschakeld en conform diens aanwijzingen vervolgens gehandeld. Ook stelt klager dat de door verweerder toegezonden declaratie geen factuur is omdat er geen factuurnummer is vermeld. Dat is juist en naar het oordeel van de raad in strijd met de zorgvuldigheid die advocaten in financiële aangelegenheden dienen te betrachten. Verweerder krijgt een voorwaardelijke schorsing van 4 weken opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:49 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-143/DB/LI
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 06-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:49
Geen advocaat-cliënt relatie tot stand gekomen. Advocaat was derhalve niet gehouden de belangen van klager te behartigen. Een niet verleende opdracht kan niet onrechtmatig worden beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2018:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-66
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 21-03-2018
- ECLI:NL:TNORDHA:2018:6
Klager verwijt de notaris het volgende: 1. de notaris heeft klager niet gekend in de uitgebrachte dagvaarding en het vonnis van 22 maart 2017. Ook heeft er geen hoor-en wederhoor plaatsgevonden inzake deze dagvaarding. De notaris heeft klager niet geïnformeerd als belanghebbende en beslaglegger. Klager is door de notaris niet in de gelegenheid gesteld te reageren; 2. de notaris heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering van [X]. De notaris was verplicht om klager op de hoogte te stellen van de dagvaarding, omdat klager een procedure heeft lopen bij de Rechtbank Limburg en bij de Rechtbank in Tongeren tegen de ongewilde executie; 3. de notaris heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een notaris mag worden verwacht. De notaris heeft in zijn handelen gefaald en de belangen van klager uit het oog verloren; 4. klager is niet gekend in de akte houdende verklaring van betaling inzake het Object die door de notaris is opgesteld; 5. er was al zoveel tijd verstreken tussen de executie op 11 oktober 2011 en 2 augustus 2016, toen de notaris door [X]werd gedagvaard, dat de belangen die er speelden hadden moeten leiden om tegen de leveringshandeling in verweer te komen waardoor de vordering van [X] niet zou worden toegewezen. Dat heeft de notaris nagelaten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 047/2018
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:85
Drie samenhangende klachten tegen psychiaters. Aan klager is een eerder aanvulling op de klacht terug gestuurd wegens onacceptabel (seksueel getint) taalgebruik. Klager stuurt een nieuwe aanvulling op de klacht. Naar het oordeel van het college moet een (onder)grens worden getrokken aan hetgeen als acceptabel woordgebruik is te beschouwen. En deze moet van meet af aan duidelijk zijn. Het woordgebruik in de gewijzigde aanvulling op de klacht nog steeds onacceptabel. Klager wordt daarom in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 159/2017
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:79
Klacht tegen neuroloog. Verweerder deed het eerste consult. Patiënt kreeg uiteindelijk de diagnose tethered cord. Achteraf bleek een osteosarcoom met uitzaaïngen, waaraan patiënt is overleden. Verweerder heeft, hoewel hij verschijnselen heeft genoteerd die konden passen bij een maligniteit, de oorzaak van de klachten op goede gronden in een andere richting mogen zoeken. Daarbij heeft hij een open blik gehouden. Hij heeft aanvullend onderzoek met contrast aangevraagd en is verder niet meer betrokken geweest bij de behandeling van patiënt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-194
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:83
Belangenconflict. Vaststaat dat verweerder aanvankelijk voor klaagster en haar toenmalige (2e) echtgenoot is opgetreden als advocaat. Verweerder is daarna de belangen van haar 2e echtgenoot gaan behartigen in diens echtscheidingsprocedure tegen klaagster, onder meer vanwege persoonlijke betrokkenheid bij hem. Verweerder beroept zich daarbij op daartoe verkregen toestemming van klaagster. Naar het oordeel van de raad had verweerder, ondanks de toestemming van klaagster om (alleen) in de echtscheidingsprocedure tegen haar op te mogen treden, ook toen al zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat moeten nemen door niet de belangen van de 2e echtgenoot van klaagster te gaan behartigen, juist omdat hij al eerder in familierechtelijke sfeer voor hen samen had opgetreden. Verweerder had zich in elk geval in de procedures ná de echtscheidingsprocedure tegen klaagster als advocaat van zijn cliënt moeten terugtrekken omdat hij, zoals hiervoor uiteengezet, naar het oordeel van de raad daartoe niet al op voorhand toestemming van klaagster heeft gekregen zoals bedoeld in lid 6 van gedragsregel 7. Geen sprake van de uitzonderingssituaties als bedoeld in lid 5 van gedragsregel 7. Alhoewel verweerder heeft betwist vertrouwelijke informatie, waarover hij beschikte, ook tegen klaagster te hebben gebruikt, had de omstandigheid dat hij daarover beschikte hem ervan moeten weerhouden om voor de 2e echtgenoot op te treden tegen klaagster. Klacht in zoverre gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 158/2017
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:80
Klacht tegen arts in opleiding tot neurochirurg. Patiënt kreeg de diagnose tethered cord. Achteraf bleek een osteosarcoom met uitzaaïngen, waaraan patiënt is overleden. Aangezien de klachten ook konden passen bij een tethered cord en de conclusie van divers beeldvormend materiaal was dat er geen sprake was van een maligniteit, is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 157/2017
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:81
Klacht tegen neurochirurg. Patiënt kreeg de diagnose tethered cord. Achteraf bleek een osteosarcoom met uitzaaïngen, waaraan patiënt is overleden. Aangezien de klachten ook konden passen bij een tethered cord en de conclusie van divers beeldvormend materiaal was dat er geen sprake was van een maligniteit, is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2016:316 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-269
- Datum publicatie: 13-04-2018
- Datum uitspraak: 03-10-2016
- ECLI:NL:TADRARL:2016:316
Tussenbeslissing. Advocaat wederpartij wordt verweten mee te werken aan diverse constructies, onder meer via stromannen, om verhaalsmogelijkheden van klaagster illusoir te maken op vermogen van (inmiddels) ex-cliënt van verweerder. Onduidelijkheid over rol van verweerder als bestuurder van een aantal vennootschappen van die ex-cliënt. Sprake van strijd met de Wwft? Beroep door verweerder op zijn geheimhoudingsplicht jegens ex-cliënt maakt voor raad nader onderzoek door deken noodzakelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2043
- Pagina: 2044
- Pagina: 2045
- ...
- Pagina: 4668
- Volgende pagina zoekresultaten