Zoekresultaten 20131-20140 van de 47591 resultaten

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:8 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-08 "2018.V1 – Stavjord"

    Op maandag 13 november 2017 ontving ILT de melding dat het Nederlandse schip Stavfjord die dag omstreeks 07.10 BT aan de grond was gelopen bij het eiland Nólsoy, Faeröer.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:10 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-10 "2018.V5 Aragonborg"

    Omtrent een ongeval met een losse stalen hijskabel aan boord van het zeeschip Aragonborg.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:9 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-09 "2018.V4 – Zillertal"

    Inzake een aanvaring op woensdag 10 januari 2018 tussen het Nederlandse zeeschip Zillertal en het onder de vlag van Cook Island varende zeeschip Edmy.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 014/2018

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Mondeling uitspraak ter zitting. Verweerder heeft naar het oordeel van het college gelet op zijn eigen bevindingen in de contacten met de patiënt, waaronder ook gesprekken onder vier ogen, en de door verweerder verzochte beoordeling van de klinisch geriater, uit mogen gaan van de wilsbekwaamheid van patiënt ten aanzien van zijn behandeling. Patiënt heeft ondubbelzinnig en bij herhaling te kennen gegeven dat hij niet wenst te klagen tegen verweerder. Het college is dan ook van oordeel dat gelet op het voorgaande de indienster van de klacht niet-ontvankelijk is met betrekking tot de ingediende klacht. Zij is geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van de artikel 65, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-050

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. Klager mocht erop vertrouwen dat door het ondertekenen van het behandelplan en de betalingsvoorwaarde een behandelovereenkomst tot stand was gekomen die in beginsel niet eenzijdig verbroken kon worden. De tandarts heeft de indruk gewekt in staat en bereid te zijn dit behandelplan uit te voeren. Zij heeft nagelaten voor de ondertekening door klager duidelijk te vertellen dat het slechts een voorlopig plan was en dat de wax-up en OPG moest worden afgewacht voor een definitief oordeel over de mogelijkheden. Gebrek aan expertise vormt een zwaarwichtige omstandigheid om een behandelovereenkomst te verbreken, maar deze verbreking wordt tuchtrechtelijk verwijtbaar geacht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:65 Accountantskamer Zwolle 18/1402 Wtra AK

    Met toepassing van art. 39, eerste lid Wtra is de klacht door de Voorzitter kennelijk ongegrond verklaard, nu de klacht niet betreft werkzaamheden en gedragingen waarvoor betrokkene de tuchtrechtelijke (eind)verantwoordelijkheid draagt, terwijl tegen de uitvoerders van die werkzaamheden (fiscalisten) een klacht kan worden ingediend bij een andere tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB

    Verzet niet-ontvankelijk omdat verzetschrift is ingediend na verstrijken verzettermijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-052

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Niet vast komt te staan dat de behandeling niet in overeenstemming met de beroepsnormen is uitgevoerd. Het College stelt wel vast dat de dossiervorming summier is, maar acht dit klachtonderdeel niet van dien aard dat er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen aanwijzingen dat hetgeen door de tandarts in het journaal is genoteerd onjuist is. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1042/DB/LI

    Verzoek tot herstel afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-484

    Voorzittersbeslissing: op basis van de vastgestelde feiten en gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder klager niet naar behoren heeft bijgestaan door onvoldoende voortvarend en adequaat te handelen. Niet is gebleken dat klager op enig moment aan verweerder opdracht heeft gegeven om een kort geding te starten. In de geschetste situatie bestond voor verweerder ook geen noodzaak om een dergelijke procedure aan klager te adviseren. Als onweersproken heeft verweerder in dit kader nog aangevoerd dat de insteek van klager was om zijn accountant weer snel aan het werk te krijgen, niet om tijdrovend te procederen. Daarbij komt dat, zoals blijkt uit zijn e-mails van december 2017 en januari 2018, het juist klager was die meermaals aan verweerder heeft gevraagd om zijn werkzaamheden op te schorten, voordat klager heeft besloten om zijn opdracht bij verweerder eind januari 2018 in te trekken. Onder deze omstandigheid kan klager niet achteraf verweerder verwijten dat hij niet al in januari 2018 resultaat had bereikt met zijn werkzaamheden, zoals verweerder dat eerder tijdens de intake in november 2017 met klager had besproken. Geen sprake van een tuchtrechtelijk verwijt met betrekking tot de communicatie, nu klager door eenmalig niet-reageren door verweerder niet in zijn belangen is geschaad. Kennelijk ongegrond.