Zoekresultaten 20121-20130 van de 48204 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:243 Raad van Discipline Amsterdam 18-869/A/A
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 18-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:243
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 214/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:190
Klacht tegen huisarts. De huisarts was als dienstdoende arts bij klaagster op huisbezoek geweest omdat zij klachten had van pijn op de borst. De huisarts ging na onderzoek uit van aspecifieke thoraxpijn en schreef morfine voor. Achteraf bleek (na bezoek van klaagster aan het ziekenhuis de volgende dag) dat zij een hartinfarct had gehad. De huisarts heeft daarna geprobeerd excuses aan te bieden en heeft een excuusbrief gestuurd. Een half jaar later heeft klaagster opnieuw contact opgenomen met de huisartsenpost wegens hevige buikpijn en intermenstrueel bloedverlies. De huisarts had visitedienst en heeft opnieuw een huisbezoek afgelegd. Hij heeft bij klaagster de anamnese afgenomen, lichamelijk onderzoek (waaronder inwendig onderzoek) verricht, een diagnose gesteld en zijn bevindingen met klaagster besproken. Omdat hij het idee had dat klaagster hem niet meer herkende, heeft hij ter sprake gebracht dat hij de arts was die een half jaar eerder de diagnose had gemist. Klaagster was daarna erg overstuur. Zij verwijt de huisarts bij het eerste huisbezoek niet adequaat te hebben gehandeld en bij het tweede huisbezoek misbruik te hebben gemaakt van zijn machtspositie door niet weg te blijven en onzorgvuldig en onethisch te hebben gehandeld. Het eerste klachtonderdeel is voor de zitting ingetrokken. Het college stelt vast dat de gang van zaken tijdens het tweede huisbezoek voor klaagster hoogst ongelukkig is geweest. Het college ziet echter geen grond voor het oordeel dat de huisarts daarbij onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 643262/NT18-7
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:23
De notaris kan in tuchtrechtelijke zin geen verwijt worden gemaakt, nu hij niet betrokken is geweest bij de werkzaamheden betreffende de akte van rectificatie van 20 november 2017 en hij deze akte ook niet zelf heeft gepasseerd. Weliswaar draagt een notaris verantwoordelijkheid voor door medewerkers, waaronder kandidaat-notarissen, verrichte werkzaamheden of voor hun gedragingen en nalaten in de functie-uitoefening, maar deze gaat niet zover dat de notaris ook in tuchtrechtelijke zin voor iedere (vermeende) tekortkoming van met name kandidaat-notarissen aansprakelijk is. Dit geldt temeer nu kandidaat-notarissen zelf tuchtrechtelijk kunnen worden aangesproken voor hun handelen of nalaten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 086/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:191
Klaagster is bekend met osteogenesis imperfecta (O.I.) Klacht tegen verpleegkundig specialist, coördinator O.I. centrum. De klacht betreft de (coordinatie van de) zorg voor klaagster en de verslaglegging. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 647786/NT18-20
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:24
Vast staat dat de kandidaat-notaris de bewaringspositie niet heeft gecontroleerd op momenten dat dit wel had gemoeten, maar niet dat de bewaringspositie op enig moment tijdens de waarneming negatief is geweest. Ook staat vast dat de kandidaat-notaris bekend was met het feit dat op het notariskantoor twee uit het ambt ontzette notarissen werkzaam waren. Hij had niet mogen vertrouwen op de mededeling van de notaris dat sprake was van een gedogen van het BFT. Berisping. De gang van zaken met de notaris heeft de kandidaat-notaris zodanig aangegrepen dat hij momenteel niet in staat is om te werken. Aldus is ook de kandidaat-notaris slachtoffer geworden van het handelen van de notaris. De kamer ziet hierin aanleiding om de kandidaat-notaris niet te veroordelen in de kosten voor de behandeling van de klacht.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335083 KL RK 18-41
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:48
De Wna biedt geen mogelijkheid voor voeging en/of tussenkomst, zoals door [X] verzocht. De bepalingen in de Awb maken dit niet anders.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 085/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:192
Klaagster heeft haar klacht van 6 juni 2017 ter zitting van 6 februari 2018 ingetrokken en vrijwel dezelfde klacht nadien ingediend. Als uitgangspunt geldt dat, wanneer een klachtprocedure definitief is geëindigd door intrekking van de klacht (en dus geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing voorligt), dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een dergelijke opnieuw ingediende klacht is echter geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Van dergelijk misbruik is sprake indien omstandigheden meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn indien een klager na intrekking van een klacht alsnog een inhoudelijk oordeel kan vragen over hetzelfde handelen of nalaten als waarop de ingetrokken klacht zag. In dit geval geen misbruik van bevoegdheid.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650230/NT18-29
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:25
De kandidaat-notaris had klaagster en haar echtgenoot moeten wijzen op de gevolgen van het finale verrekenbeding voor de te heffen erfbelasting indien klaagsters echtgenoot als eerste zou komen te overlijden. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 138/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:193
Klacht tegen KNO-arts. Klaagster heeft na een door verweerster uitgevoerde trommelvliessluiting een toegenomen gehoorverlies. Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet-informeren van klaagster over het risico op toegenomen gehoorvlies wordt deze gegrond verklaard. Hoewel het hier geen ingreep aan de gehoorbeenketen betreft kan mogelijk een (in)directe manipulatie van de deels tegen het trommelvlies gelegen gehoorbeenketen plaatsvinden. Dit betekent dat (ook) dit type operatie aan het oor een risico op blijvend gehoorverlies met zich brengt. Mede gelet op de ingrijpende gevolgen die een (toename van) gehoorverlies (van welke aard dan ook) voor een patiënt kunnen hebben, is de omstandigheid dat het risico daarop zeer gering is, geen reden dit risico geen onderdeel te laten zijn van het informed consent. Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet-informeren van klaagster over het risico op toegenomen gehoorverlies wordt deze gegrond verklaard en volgt een waarschuwing. Het toegenomen gehoorverlies betekent niet dat bij de operatie een fout is gemaakt of dat deze anderszins onzorgvuldig is uitgevoerd. Het verslag van de operatie beschrijft een normaal uitgevoerde trommelvliessluiting, zonder dat zich daarbij bijzonderheden hebben voorgedaan. Enige aanwijzing dat verweerster een fout heeft gemaakt bij de uitvoering van de operatie ontbreekt. Het klachtonderdeel dat hierop is gericht slaagt niet.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650257/NT18-30 650258/NT18-31
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:26
De klacht tegen de notaris is ongegrond. De kamer is van oordeel dat haar in tuchtrechtelijke zin geen verwijt kan worden gemaakt, nu zij niet betrokken is geweest bij de behandeling van het dossier en niet is gebleken dat de handelwijze van de kandidaat-notaris meer was dan een incident binnen het kantoor van de notaris. De kandidaat-notaris was immers behandelaar van het dossier en heeft, als (ruim) ervaren kandidaat-notaris, de hypotheekakte als waarnemer van de notaris gepasseerd. De klacht tegen de kandidaat-notaris is gegrond. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris zich ten onrechte verschuilt achter de Belehrungspflicht van notaris [A]. Zij had zelf (ook) de plicht om zich van de instemming van klager tot het vestigen van de hypotheek te vergewissen. Zij is immers niet benaderd door klager zelf maar door zijn zoon, die een eigen belang had bij de hypothecaire lening. Er werd een hypotheek gevestigd op het huis van klager in [plaats], terwijl een deel van het geleende bedrag, groot € 25.000, op de rekening van de zoon van klager gestort moest worden. De kandidaat-notaris heeft klager niet in persoon gezien of gesproken en hij zou bij het tekenen van de akte niet aanwezig zijn. Waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2012
- Pagina: 2013
- Pagina: 2014
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten