Zoekresultaten 19631-19640 van de 48283 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 265/2018
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 25-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:37
Klacht tegen verpleegkundige. Verweerster werd in de bereikbaarheidsdienst gebeld voor een benauwde patiënte in het verpleeghuis die daar ter overbrugging naar huis na ontslag uit het ziekenhuis werd opgenomen. De klacht houdt in dat verweerster de zaak onjuist heeft gepresenteerd aan de huisarts van de huisartsenpost, toeredenerend naar haar diagnose maagklachten terwijl er sprake was van ernstige benauwdheidklachten. De volgende ochtend is patiënte wel ingezonden naar het ziekenhuis. De klacht is kennelijk ongegrond, ook wat betreft het verwijt dat verweerster niet heeft aangedrongen op een spoedvisite.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:15 Accountantskamer Zwolle 18/1091 en 18/1092 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 25-02-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:15
Klacht over rapport uitgebracht op verzoek curator over overname van een (later gefailleerde) onderneming. Rapport wordt gebruikt (in weerwil van verbod om het aan derden ter beschikking te stellen) in civiele procedure ter onderbouwing vordering tegen verkoper onderneming. Over inhoud en wijze van totstandkoming rapport wordt te laat geklaagd. Klacht dat betrokkenen eerdere fouten niet hebben gecorrigeerd is tijdig ingediend en gegrond. Betrokkenen hebben niet onderkend dat zij een persoonsgericht onderzoek hebben verricht. Zij hadden daarom de verkoper van de onderneming moeten horen alvorens het rapport op te stellen. Bevindingen betrokkenen in rapport berusten niet op deugdelijke grondslag. Grondslag moet uit rapport zelf blijken. In het rapport wordt omschreven welke beoordelingsmaatstaf betrokkenen hebben aangelegd bij het onderbouwen van hun bevindingen en hun conclusie. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:223 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/636093 / DW RK 17/968
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:223
Beslissing op verzet. De klacht betreft het vermelden van een verkeerd bedrag in de dagvaarding, de dagvaarding betekenen op een geheim adres, de postbezorging op dat adres en het niet gebruiken van een bekend e-mailadres. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:217 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 636162
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 05-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:217
Tuchtrechter kan niet oordelen of vordering terecht is. Proces-verbaal inbeslagname: de inhoud daarvan staat vast.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 324/2018
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 25-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:38
Klacht tegen collega bedrijfsarts-verzekeringsarts die andere mening heeft. Niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:211 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 628232
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:211
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond: voorzitter heeft terecht geoordeeld dat er sprake was van een executiegeschil, waarin tuchtrechter niet bevoegd is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/402
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 19-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:22
Klager verwijt de huisarts van zijn echtgenote, met wie hij van tafel-en–bed gescheiden is, dat hij ten onrechte geen ‘bemoeizorg’ verleent aan zijn echtgenote. De echtgenote van klager is zorgmijdend en volgens klager wilsonbekwaam. Volgens verweerder is de echtgenote van klager wilsbekwaam en kiest zij er zelf voor geen zorg te willen ontvangen. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 213/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:32
Klacht tegen verzekeringsarts bezwaar en beroep UWV. De klacht houdt in dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep klager niet heeft onderzocht en gehoord over zijn (toegenomen) klachten en beperkingen en een onjuist rapport heeft uitgebracht. Het college verklaart klager niet-ontvankelijk, voor zover de klacht is gericht tegen de rapportage van de arbeidsdeskundige, en verklaart de klachten voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:10 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646282/ DW RK 18/194 en C/13/646289 / DW RK 18/195
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:10
Klacht van de belangenvereniging van gerechtsdeurwaarders over participatie van een derde in gerechtsdeurwaardersorganisaties. De gerechtsdeurwaarders wordt samengevat verweten dat zij niet voldoen aan het bepaalde in de Verordening onafhankelijkheid 2010. Bij constructies waarin de derde weliswaar voor 49% minderheidsaandeelhouder is, maar door preferentie op de aandelen een winstrecht heeft van bijna 100%, is er geen sprake van (slechts) ‘enige’ vorm van betrokkenheid. In de praktijk zal het optreden van de gerechtsdeurwaarders blootstaan aan de invloed van deze grote particuliere belangen. Daarnaast wordt de gerechtsdeurwaarders verweten dat zij handelen in strijd met de indirecte opdrachtgeversregeling. De derde is zowel grootaandeelhouder als opdrachtgever. De door de gerechtsdeurwaarders gevoerde (ontvankelijkheids-) verweren, dat de gerechtsdeurwaarders in loondienst zijn en geen zeggenschap hebben over de structuur van de onderneming, de klacht is ingediend buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn van drie jaar, de vereniging geen eigen belang heeft bij de klacht, de gerechtsdeurwaarders mochten vertrouwen op eerder goedgekeurde ondernemingsplannen en de indirecte opdrachtgeversregeling als opgenomen in de Verordening 2010 in strijd is met het Unierecht en de mededingingswet, worden allemaal verworpen. De klacht wordt gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd vanwege het feit dat het een principiële procedure betreft, waarbij voor de eerste keer een inhoudelijk tuchtrechtelijk oordeel wordt gegeven over de participatie van derden in gerechtsdeurwaarderskantoren. De kern van de beslissing berust op de grond dat de wetgever zich van meet af aan op het standpunt heeft gesteld dat (financiële) participatie van derden (anderen dan gerechtsdeurwaarders) in gerechtsdeurwaarderskantoren op gespannen voet staat met de onafhankelijke positie van de gerechtsdeurwaarder. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat in de Gerechtsdeurwaarderswet een verbod is opgenomen om ambtshandelingen te verrichten voor rechtspersonen waarmee een te nauwe persoonlijke band bestaat en in artikel 12 a van de Gerechtsdeurwaarderswet een algemene norm is opgenomen inzake de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder. Participatie in gerechtsdeurwaarderskantoren door anderen dan gerechtsdeurwaarders zou als hoofdregel moeten worden uitgesloten omdat deelname van participanten die indirect bij opdrachten aan het kantoor betrokken zijn, zich niet verhoudt tot de positie van de gerechtsdeurwaarder en zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:212 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 632286
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:212
verzet te laat ingediend. Geen bijzondere omstandigheden gebleken.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1963
- Pagina: 1964
- Pagina: 1965
- ...
- Pagina: 4829
- Volgende pagina zoekresultaten