Zoekresultaten 19451-19460 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:21 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 628169

    Termijn vaststellen beslagvrije voet een maand en vijf dagen na ontvangst van de juiste gegevens is te lang. Klacht is terecht voorgesteld. Ook de klacht over de reactie op interne klacht na twee maanden, terwijl was toegezegd dat binnen 30 dagen gereageerd zou worden, is terecht voorgesteld.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:236 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 642769

    beslissing op verzet. Klager heeft in verzet aangevoerd waarom de hoogte van de vordering niet juist is. Ter beoordeling staat echter de vraag of de beslissing van de voorzitter op juiste gronden is genomen. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.352

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/353

    Verweerster was de behandelaar van de ex-partner van klager. Bij het beëindigen van die behandelrelatie heeft verweerster een overdrachtsbrief gestuurd aan de huisarts van de ex-partner. Klager verwijt verweerster dat zij in die brief waardeoordelen heeft over klager als persoon en als vader. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329304 / KL RK 17-185

    De klacht betreft het hebben van een negatieve kantoorsolvabiliteit en een negatieve privésolvabiliteit, waardoor de notaris redelijkerwijs moet verwachten dat dit ertoe kan leiden dat hij (te eniger tijd) niet zal kunnen voldoen aan zijn financiële verplichtingen. De kamer overweegt dat vanwege de geconstateerde negatieve solvabiliteit in de periode waar de klacht op ziet naar het oordeel van de kamer de vrees dat daardoor de notariële onafhankelijkheid verloren ging geenszins denkbeeldig was. Er was sprake van een situatie waarin in redelijkheid kon worden verwacht dat de notaris op enig moment niet aan zijn financiële verplichtingen had kunnen voldoen en een faillissement niet kon worden uitgesloten. De kamer overweegt verder dat vanwege het feit dat de Rabobank coulant is geweest en een hoge vordering heeft kwijtgescholden, het financiële tij is gekeerd en ergere financiële problemen zijn voorkomen. Zonder afbreuk te willen doen aan de inspanningen van de notaris om de financiële situatie alsnog ten goede te keren, verwijt de kamer de notaris dat hij onverantwoorde risico’s heeft genomen. De notaris moet te allen tijde voorzichtig zijn met geleend geld, ook in goede marktomstandigheden. Door dit niet te doen, heeft de notaris zichzelf in een zeer kwetsbare positie gebracht en is er langdurig sprake van een negatieve solvabiliteit. Dit acht de kamer verwijtbaar. De klacht is derhalve gegrond. Gelet op de ernst en verwijtbaarheid enerzijds en de door de notaris getroffen inspanningen om zijn positie te verbeteren anderzijds, acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:58 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338433 KL RK 18 - 76

    In een eerdere beslissing tussen partijen heeft de kamer geoordeeld dat de notaris op grond van artikel 55 Wna gehouden is een urenspecificatie te overleggen. In onderhavige zaak beklaagt klaagster zich over het feit dat de notaris, ondanks de eerdere kamerbeslissing, nog steeds geen urenspecificatie wenst over te leggen. Ook reageert de notaris niet op e-mails en heeft hij de gemachtigde van klaagsters telefonisch onheus te woord gestaan. De kamer is van oordeel dat het, gezien de beslissing van de kamer van 8 mei 2018 en de verzoeken van klager van 1 juni 2018 en 8 juni 2018, op de weg van de notaris had gelegen om zo spoedig mogelijk de specificatie als bedoeld in artikel 55 Wna aan de gemachtigde van klager te verstrekken. Door dit na te laten, althans ontwijkend te antwoorden op bedoelde verzoeken van klager om een urenspecificatie en om naleving van de beslissing van de kamer, heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld. De kamer weegt daarbij mee dat de notaris pas na de aanmaning van de advocaat van de gemachtigde van klaagster een specificatie heeft verstrekt. Deze specificatie van werkzaamheden heeft de notaris bovendien niet rechtstreeks aan klaagster, maar aan de kamer verstrekt. Van belang is verder dat de notaris niet heeft toegelicht hoeveel tijd hij aan welke werkzaamheid heeft besteed. Hij heeft ten onrechte volstaan met een opgave van het tot aan aantal aan de zaak bestede uren. Blijkens het overzicht heeft hij daarbij ook nog eens de tijd in rekening gebracht voor de behandeling van de eerdere klacht van klaagster. Deze tijd komt echter, gelet op de vaste rechtspraak en naar bij de notaris bekend mag worden verondersteld, niet in aanmerking voor declaratie bij klaagster. De kamer is daarom van oordeel dat de klacht op al haar onderdelen gegrond is en dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De kamer legt de notaris de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339157 / KL RK 18 - 85

    Klager verwijt de notaris allereerst dat sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie. Verder verwijt klager de notaris dat hij zich tijdens zijn schorsing niet heeft gedragen zoals van een geschorst notaris verwacht mag worden. Tot slot heeft klager bij de notaris op kantoor vijf akten aangetroffen die zijn gepasseerd maar niet waren ingeschreven in het repertorium, niet ter registratie waren aangeboden, niet waren ingebonden en ook niet waren opgeslagen in de kantoorkluis. De kamer heeft klachtonderdeel een en twee ongegrond verklaard. Het derde klachtonderdeel is door de kamer gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336214 / KL RK 18 - 56

    Klager stelt dat de notaris, gelet op artikel 138 lid 2 BW, niet had mogen meewerken aan de verkoop van de woning door de voorwaardelijke erfgenamen. Door dit toch te doen heeft de notaris het aanzien van de beroepsgroep geschaad. Verder verwijt klager de notaris dat hij met zijn handelen klager in een kwaad daglicht heeft gezet, aangezien klager als notaris zelf eerder zijn medewerking aan de verkoop weigerde vanwege de voorwaardelijke positie van de aspirant verkopers. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335580 / KL RK 18 - 45

    Tussen klagers en X bestond een samenwerkingsverband. In het kader van die samenwerking heeft de (oud)notaris diverse akten opgesteld. Klagers verwijten de (oud)notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld, waarbij de klacht is onderverdeeld in verschillende klachtonderdelen. De kamer verklaart de klacht grotendeels niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de klachttermijn. Voor het overige heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339924 / KL RK 18-95

    De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen: - Overtredingen van de risicoprofilering, cliëntmonitoring en het verscherpt cliëntenonderzoek ex artikel 3 jo 8 WWft - Schending van de onderzoeksplicht ex artikel 17 Wna - Schending van de weigeringsplicht ex artikel 21 Wna - Overtreding van de meldingsplicht ex artikel 16 Wwft. - Ontbreken van procedures Wwft en niet voldoen aan opleidingsverplichting ex artikel 35 Wwft. De oud-notaris heeft zowel in zijn verweerschrift als tijdens de zitting de verwijten van klager erkend. De kamer stelt vast dat de oud-notaris onvoldoende heeft voldaan aan de eisen die aan hem werden gesteld, zowel op grond van de Wwft als de Wna. De oud-notaris heeft door onvoldoende onderzoek te doen, de dienstverlening niet op te schorten en onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen op grond van de Wwft, zijn poortwachtersrol niet waargemaakt. Een notaris dient te allen tijde en ongeacht de omstandigheden, waarin hij en/of zijn notariskantoor zich bevinden, de op hem rustende wettelijke verplichtingen na te komen. Nu de oud-notaris dit heeft nagelaten, acht de kamer dit tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daarom heeft de kamer de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard. De oud-notaris heeft laakbaar gehandeld. De gegronde klachtonderdelen raken de kern van het notariaat. Daarbij komt dat ze niet zien op één akte, maar op tien akten van aandelenoverdrachten. De conclusie is gerechtvaardigd dat de oud-notaris de ondernemingsrechtelijke afdeling van zijn kantoor onvoldoende onder controle had. Zowel in aard als in aantal betreffen het ernstige kwesties, die in de notariële praktijk niet mogen voorkomen. Gelet op de ernst van de gemaakte verwijten zou in beginsel een schorsing van enige duur op zijn plaats zijn. De oud-notaris heeft aangevoerd dat tussen de start van het onderzoek door klager in mei 2016 en het indienen van de klacht zesentwintig maanden zijn verstreken. Tussen het afronden van het onderzoek door klager en het indienen van de klacht zijn elf maanden verstreken. De oud-notaris heeft de kamer verzocht om bij de beoordeling van de klacht en bij het eventueel bepalen van de strafmaatregel rekening te houden met deze lange duur. De kamer gaat aan dit verzoek voorbij omdat klager de klacht binnen de geldende klachttermijn van artikel 99 lid 21 Wna heeft ingediend. De oud-notaris heeft verder in zijn verweerschrift aangevoerd dat hij naar aanleiding van het onderzoek van klager het kantoorbeleid heeft bijgewerkt en aangescherpt. Ook hebben de oud-notaris en zijn medewerkers verschillende opleidingen op het gebied van de Wwft gevolgd. Hieruit blijkt naar het oordeel van de kamer dat de oud-notaris zich heeft ingespannen om herhaling van deze kwalijke kwesties te voorkomen. Voorts houdt de kamer rekening met het feit dat aan de oud-notaris nog niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Gelet op de aard en de ernst van de onzorgvuldigheid enerzijds en het feit dat de oud-notaris thans geen notarispraktijk meer voert en ook geen notariële werkzaamheden meer verricht als kandidaat-notaris anderzijds, acht de kamer de maatregel van berisping in combinatie met een geldboete van € 15.000,- passend en geboden.