Zoekresultaten 13791-13800 van de 46847 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264d

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. In deze zaak staat ter toetsing of beklaagde binnen de gestelde tijd voor spoedoperaties aanwezig was in het ziekenhuis. Het College is van oordeel dat niet is gebleken van onvolkomenheden in het handelen van beklaagde. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264a

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klagers klagen in het bijzonder over onvoldoende begeleiding door beklaagde van de hoge bloeddruk van klaagster tijdens de zwangerschap. Klaagsters bloeddruk is terecht gekwalificeerd als matige zwangerschapshypertensie. Beklaagde heeft hierop gehandeld conform het protocol van het ziekenhuis en de NVOG-richtlijn “Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap”. Dit protocol vermeldt bij matige zwangerschapshypertensie: “Afhankelijk van de bloeddruk en foetale parameters klinische of frequente poliklinische controle”. Dat beklaagde voor het laatste heeft gekozen valt naar het oordeel van het College binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264g

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Gebleken is dat door beklaagde de nodige onderzoeken zijn verricht en dat er geen aanwijzingen zijn dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld. Het College komt tot het oordeel dat beklaagde adequaat en zorgvuldig heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264f

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Voor wat betreft de opname overweegt het college dat beklaagde heeft gehandeld conform het protocol van het ziekenhuis en de NVOG-richtlijn “Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap”. Dit protocol vermeldt bij matige zwangerschapshypertensie: “Afhankelijk van de bloeddruk en foetale parameters klinische of frequente poliklinische controle”. Dat beklaagde voor het eerste (de opname) heeft gekozen valt naar het oordeel van het College binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264i

    Klacht kennelijk niet-ontvankelijk tegen een verloskundige. In het klaagschrift hebben klagers in diverse, verschillende, klachten tegen verschillende zorgverleners van het ziekenhuis geuit. Wat klagers echter in dit verband precies van beklaagde hadden verwacht of wat volgens klagers de (verwijtbare) rol van beklaagde hierin is geweest, is uit het klaagschrift niet duidelijk geworden. Beklaagde kan zich hiertegen onvoldoende verweren. Het klaagschrift voldoet daarom niet aan de eisen van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 4 van het Tuchtrechtbesluit BIG. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264b

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Gezien het feit dat de bloeddruk op 15 december 2018 lager was in vergelijking met die van 5 dagen ervoor, was er voor beklaagde geen reden om klaagster op te nemen. Hoewel er een discrepantie lijkt te zijn tussen het niet opnemen van klaagster terwijl de medicatie wel is verhoogd, is er geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen; de behandeling was er in de dagen ervoor op gericht de bloeddruk te verlagen. In korte tijd is met het ophogen van de medicatie een lagere bloeddruk gerealiseerd. Het College acht de beslissing van beklaagde om klaagster niet op te nemen verdedigbaar. Verder zijn er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat beklaagde de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen. Ook in het natraject is hier niet van gebleken, voor zover klagers daarover hebben geklaagd. Beklaagde heeft waar nodig steeds uitleg gegeven en heeft klagers begeleid in het natraject. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-046

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Vaststaat dat beklaagde het medisch dossier van klager heeft ingezien terwijl zij geen behandelrelatie met hem had en klager haar daartoe ook geen toestemming had verleend. Zij had dus geen recht op inzage in het patiëntendossier van klager. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Omdat b eklaagde ter zitting inzicht heeft getoond in het laakbare van haar handelen door haar werkgever disciplinair is gestraft , wordt geen maatregel opgelegd. Publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2019/02

    Met het Veterinair Tuchtcollege is het College van oordeel dat, gelet op de klachten waarmee de hond werd aangeboden in combinatie met de door de dierenarts beschreven bevindingen, het veterinair handelen van de dierenarts nog binnen de grenzen van de redelijke bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264c

    Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde is slechts kort bij de behandeling van klagers betrokken. Er zijn geen aanwijzingen dat beklaagde niet overeenkomstig de professionele standaard heeft gehandeld dan wel anderszins verwijtbaar nalatig is geweest. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-071

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Beklaagde heeft zich gedurende een aantal maanden geldbedragen van aan zijn zorg toevertrouwde cliënten op onrechtmatige wijze toegeëigend. Het College is van oordeel dat beklaagde door zich wederrechtelijk geld van kwetsbare en van hem afhankelijke cliënten toe te eigenen, ver buiten de professionele grenzen is gegaan die hij als verpleegkundige/persoonlijk begeleider in acht had te nemen. Nu beklaagde niet ter zitting is verschenen, heeft hij niet kunnen toelichten wat de stand van zaken is omtrent behandeling van zijn psychische problematiek. Informatie aan de hand waarvan het College in staat wordt gesteld de kans op herhaling in te schatten en te beoordelen in welke mate beklaagde inzicht toont in de laakbaarheid van zijn gedrag en de gevolgen van dat gedrag voor de benadeelde cliënten, ontbreekt. Onder deze omstandigheden acht het College het niet verantwoord om beklaagde na enige tijd terug te laten keren in zijn beroep als verpleegkundige. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register en publicatie van de beslissing.