Zoekresultaten 1301-1310 van de 46730 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:123
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadeprocedure. Verweerder heeft klaagster na ieder gesprek met de verzekeraar uitvoerig geïnformeerd over wat er is besproken. Verweerder heeft daarbij steeds uitgelegd wat zijn inschatting is van de procedure en heeft dat ook gemotiveerd uitgelegd aan de van de beschikbare medische informatie. Daarmee heeft verweerder gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en handelend advocaat mag worden verwacht. Geen aanleiding om te twijfelen aan klaagsters handelingsbekwaamheid. Verweerder had niet moeten inzien dat klaagster een derde voorstel niet meer zou durven afwijzen. Daarnaast heeft verweerder inzichtelijk gemaakt hoe zijn kosten zouden worden betaald en was hij niet gehouden om het reeds afgesloten dossier ongevraagd aan de gemachtigde van klaagster te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7891
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:214
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van een procedure tot verkrijgen van een inbewaringstelling. Enkele dagen daarvoor was zij door een psychiater in het kader van een crisisbeoordeling gediagnostiseerd met een vermoeden van een manisch toestandsbeeld. De arts heeft op 9 augustus 2019 inlichtingen gegeven aan de rechtbank en vragen beantwoord, toen het verzoek tot voortzetting van de machtiging werd behandeld. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd psychiatrisch onderzoek heeft gedaan en daarbij onzorgvuldige oordeelsvorming. De arts heeft aangegeven dat hij klaagster niet heeft beoordeeld en bij de rechtbank is afgegaan op de informatie uit de overdracht. Het college oordeelt dat de arts bij het geven van de inlichtingen aan de rechtbank correct heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-451/AL/NN
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:197
Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster tijdens een bespreking met klager de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Verweerster heeft klager toen een viergesprek afgeraden. De uitlatingen en houding van klager daarna hebben ertoe geleid dat verweerster zich als advocaat terug trok wegens het ontbreken van een vertrouwensbasis. Dat mocht zij zo doen. Verweerster hoefde de concept-berekening daarna niet aan klager af te geven, ook niet omdat zij daarvoor niets in rekening heeft gebracht. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7546
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Eind 2023 wilde de officier van justitie een verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging indienen bij de rechter. De psychiater werd aangewezen als beoogd zorgverantwoordelijke. Met het oog op het in te dienen verzoekschrift heeft de psychiater klaagster gesproken. Naar aanleiding daarvan vermoedde zij dat sprake was van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat zij haar niet heeft onderzocht, ziektes heeft verzonnen, haar heeft geïntimideerd en heeft gelogen voor de rechtbank. Het college verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7791
- Datum publicatie: 26-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:216
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. In 2014 en 2015 verbleef klager, nadat hij in 2012 een subarachnoïdale bloeding kreeg, in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Klager kreeg eind 2014 in toenemende mate fysieke klachten en verwijt de psychiater dat deze zijn veroorzaakt doordat de psychiater hem zonder zijn medeweten medicatie zou hebben toegediend. Daarnaast zou de psychiater klager nooit lichamelijk hebben onderzocht en zich jegens hem niet respectvol hebben gedragen. Het college komt tot het oordeel de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-339/AL/NN
- Datum publicatie: 25-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:194
Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij. Dat verweerder ongefundeerde beschuldigingen in stukken of op andere momenten over klager heeft gedaan en klakkeloos informatie van zijn cliënte heeft overgenomen, is niet komen vast te staan. Het kan verweerder niet worden verweten dat de dochter van klager, die tijdens de echtscheidingsprocedure meerderjarig werd, een eigen verzoek tot vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud wilde indienen om die bijdrage in rechte te laten vaststellen. De dochter heeft haar moeder, die door verweerder werd bijgestaan, daarvoor gemachtigd. Niet is gebleken dat verweerder de dochter bij haar keuzes onder druk heeft gezet. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:57 Accountantskamer Zwolle 24/4273 Wtra AK 24/4274 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:57
Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkenen krijgen de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Betrokkenen hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek ingesteld en daarover gerapporteerd. Dat rapport, door hen een rapport van feitelijke bevindingen genoemd, heeft geleid tot beslaglegging en een civielrechtelijke procedure. De zorgverleenster, die in deze klacht als klaagster optreedt en tegen wie het onderzoek zich richtte, stelt onder meer dat het rapport geen rapport van feitelijke bevindingen is maar een persoonsgericht onderzoek, dat betrokkenen niet de juiste deskundigen hebben ingeschakeld om een onderzoek te verrichten en onvoldoende hoor en wederhoor hebben toegepast en dat het rapport een deugdelijke grondslag mist. De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond. Betrokkenen hebben in ernstige mate de fundamentele beginselen geschonden en hebben geen maatregelen genomen toen zij eenmaal wisten of behoorden te weten dat hun onderzoek en rapport niet voldeden.
-
ECLI:NL:TSCTS:2025:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2025-05 (2025.V4-VB SEAL)
- Datum publicatie: 22-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TSCTS:2025:5
Op zondagnacht, 23 februari 2025, voer de havensleepboot VB Seal vanuit het Beerkanaal langs de “groene” kant richting de “Maas 5” boei. Het was mistig en de snelheid van de VB Seal was ongeveer 5,5 knopen over de grond. Het plan was om bij de “Maas 5” boei te wachten. Nabij de “Maas 5” boei is een gebruikelijke plaats voor havenslepers om te wachten op binnenkomende schepen. De VB Seal zou samen met een andere sleepboot (VB Schelde) het binnenkomende containerschip Maersk Iowa assisteren. Voor de Maersk Iowa uit voer de olietanker Gulholmen in ballast, zij was bestemd voor de 7e Petroleumhaven.Nabij de “Maas 5” boei haalde de betrokkene de vaart van de VB Seal eraf. De vaart over de grond nam af tot ongeveer 1,5 knoop terwijl de VB Seal wat bakboord uit kwam. Vervolgens kwam deVB Seal achteruit de noord in met een toenemende snelheid tot 2,9 knopen over de grond. Om 01.49 uur lokale tijd werd de VB Seal aan stuurboord voor geraakt door de Gulholmen. Al snel was duidelijk dat de VB Seal water maakte. De betrokkene heeft haar toen aan de oostzijde van de Ertskade op het stenen talud gezet, om zinken te voorkomen. Andere sleep- en havendienstboten schoten te hulp en brachten bergingspompen aan boord van de VB Seal. Door de dieseldampen van de eigen pomp, die binnen stond te draaien, werden bemanningsleden onwel.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8014
- Datum publicatie: 22-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:208
Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De behandelend neuroloog van klager heeft klager verwezen naar verweerder met de vraag of klager in aanmerking zou komen voor behandeling in zijn ziekenhuis. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en klager terugverwezen. Klager stelt dat verweerder door deze afwijzing onterecht ervoor heeft gezorgd dat er geen behandelrelatie met hem is aangegaan door het ziekenhuis. Klager is ontvankelijk, dit valt onder de tweede tuchtnorm. De neuroloog heeft slechts kennis kunnen nemen van de informatie in de verwijsbrief en daarin stond als reden enkel de geografische voorkeur van klager. Andere redenen van belang voor klager waren de neuroloog toen nog niet bekend. De neuroloog hoefde klager niet toe te laten voor een consult in het ziekenhuis. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8109
- Datum publicatie: 22-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:209
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft een fietsongeval gehad en in verband met de afwikkeling van de aansprakelijkheid van de hierbij betrokken bestuurder heeft de arts een deskundigenonderzoek gedaan en een rapport opgesteld. Onheuse bejegening tijdens het onderzoek kan niet worden vastgesteld. De conceptrapporten en het definitieve rapport voldoen aan de criteria en de arts heeft de van toepassing zijnde richtlijnen in acht genomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.