Zoekresultaten 1301-1310 van de 48123 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2980
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:39
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden en verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8098
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:51
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte, voorheen bekend als de ziekte van Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken. Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten, maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8094
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45
Kennelijk ongegronde klacht tegen radioloog. Klager verwijt de radioloog zonder toestemming zijn medisch dossier te hebben ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had in de behandeling van klager. Het college oordeelt dat de radioloog op medisch-inhoudelijke gronden betrokken was bij de behandeling van klager en in dat kader het medisch dossier mocht raadplegen, de radioloog niet wist dat klager bij de klachtenfunctionaris had aangegeven dat hij niet wilde dat de radioloog zijn dossier zou inzien en de radioloog zich niet had gerealiseerd dat door hem te beoordelen thoraxfoto van degene was met wie hij een zakelijk geschil heeft.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2817
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:40
Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij, ondanks verzoeken van klager en ondanks duidelijke signalen omtrent zorgen over de veiligheid van klagers kind en van andere kinderen, geen melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. Klager verwijt de huisarts verder dat hij – door in zijn verweer tegen de klacht van klager gebruik te maken van het medisch dossier van klager – de privacy van klager ernstig heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8099
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:52
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van Wegener. De nefroloog (internist, gespecialiseerd in nierziektes) heeft desgevraagd enkele malen advies gegeven aan behandelaars. Klaagster verwijt de nefroloog dat hij geen regie heeft genomen en nooit heeft gecontroleerd of zijn adviezen zijn opgevolgd. De klacht is ongegrond. De nefroloog was niet een van de behandelaars van klaagster. Een arts aan wie om advies wordt gevraagd door een collega, heeft slechts een adviserende taak. Hij stelt geen diagnose en hoeft niet na te gaan of zijn advies al dan niet door de behandelaars wordt opgevolgd. Het is aan de behandelaars om te beslissen wat zij met het verkregen advies doen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8222
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46
Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Niet gebleken dat de longarts heeft medegedeeld dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar kinderen. Niet toedienen ivermectine voor COVID-19 was conform richtlijnen. Geen sprake van niet serieuze of niet adequate bejegening door de longarts.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2838
- Datum publicatie: 11-03-2026
- Datum uitspraak: 11-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:41
Klacht tegen een huisarts. Klager is [gezaghebbende] de vader van een dochter, over wie hij het ouderlijk gezag heeft. Met het oog op een ondertoezichtstellingsprocedure bij de rechtbank heeft de huisarts (niet de eigen huisarts van moeder of dochter) in opdracht van moeder, zonder toestemming van klager, de dochter onderzocht en een schriftelijke verklaring afgelegd. Klager verwijt de huisarts dat zij: 1. zijn dochter heeft onderzocht/behandeld zonder zijn toestemming als [gezaghebbende] ouder [met gezag]; 2. ongefundeerde en belastende uitlatingen heeft gedaan over klager en zijn dochter die haar competentiegebied overstijgen. Deze uitlatingen zijn in strijd met gegronde bevindingen van de bevoegde rechtbank en in strijd met de bevindingen van de door deze rechtbank aangestelde psycholoog-deskundige en de Raad voor de Kinderbescherming; 3. klager als [gezaghebbende] ouder geen informatie heeft gegeven over het onderzoek/behandeling van zijn dochter en over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht over haar werkwijze. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond en legt de huisarts een gedeeltelijke ontzegging op van de bevoegdheid om haar beroep uit te oefenen, in die zin dat het verweerster niet is toegestaan om in de hoedanigheid van huisarts of arts schriftelijk en/of mondeling verklaringen of rapportages over personen af te geven, onder welke naam en van welke aard ook en ongeacht met welk doel, en bepaalt dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:59
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-842/DB/OB
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:32
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van overtreding van de gedragsregels 15, 9 en 25. In zoverre ongegrond. Wel heeft verweerster onjuistheden gepresenteerd tijdens het bemiddelingsgesprek bij de deken. In zoverre gegrond. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit in de zin van artikel 10a Advocatenwet. De raad rekent verweerster dit handelen in strijd met de kernwaarde integriteit zwaar aan. Gelet op de aard van het gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijt acht de raad een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 240381 240382
- Datum publicatie: 10-03-2026
- Datum uitspraak: 09-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:69
Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.