ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7546
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-08-2025 |
| Datum publicatie: | 26-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2024/7546 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Eind 2023 wilde de officier van justitie een verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging indienen bij de rechter. De psychiater werd aangewezen als beoogd zorgverantwoordelijke. Met het oog op het in te dienen verzoekschrift heeft de psychiater klaagster gesproken. Naar aanleiding daarvan vermoedde zij dat sprake was van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat zij haar niet heeft onderzocht, ziektes heeft verzonnen, haar heeft geïntimideerd en heeft gelogen voor de rechtbank. Het college verklaart de klacht ongegrond. |
A2024/7546
Beslissing van 26 augustus 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 26 augustus 2025 op de klacht van:
A,
wonende te B,
klaagster,
tegen
C,
psychiater,
destijds werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de (zorgverantwoordelijke) psychiater.
1. De zaak in het kort
1.1 Eind 2023 wilde de officier van justitie een verzoekschrift tot het verlenen
van een zorgmachtiging indienen bij de rechter. De psychiater werd aangewezen als
beoogd zorgverantwoordelijke. Met het oog op het in te dienen verzoekschrift heeft
de psychiater klaagster gesproken. Naar aanleiding daarvan vermoedde zij dat sprake
was van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. Op de zitting van 5 januari
2024 behandelde de rechter het verzoek van de officier van justitie. Als beoogd zorgverantwoordelijke
verstrekte de psychiater ter zitting inlichtingen. De rechter wees het verzoek toe.
Klaagster verwijt de psychiater dat zij haar niet heeft onderzocht, ziektes heeft
verzonnen, haar heeft geïntimideerd en heeft gelogen voor de rechtbank. Deze feiten
hebben zich volgens klaagster afgespeeld vanaf juni 2023.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlage, ontvangen op 20 augustus 2024;
- het aanvullende klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- een mail van 15 mei 2025 van klaagster met een reactie op het verweerschrift.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren. Hierna vermeldt het college eerst de feiten en de klacht. Daarna licht het college de beslissing toe.
3. De feiten
3.1 Eind 2021 kwam klaagster in beeld bij GGZ Parnassia via het Parnassia Politie Programma. Op advies van de crisisdienst werd ze aangemeld bij de GGZ B wegens vermoedelijke psychiatrische problemen. Daar het niet lukte met haar in contact te komen, kon het GGZ-team B geen zorg verlenen. Hierop deed de gemeente B op 27 december 2021 een aanvraag voorbereiding verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging. Als beoogd zorgverantwoordelijke is het de psychiater toen niet gelukt om klaagster te spreken te krijgen. Eerder werd klaagster met een crisismaatregel bij Parnassia opgenomen en was de diagnose ‘een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis’. Deze diagnose, tezamen met de eerdere crisisopname en de aard van de meldingen die klaagster bij de politie deed, leidde bij de psychiater tot het vermoeden dat bij klaagster sprake was van een paranoïde psychotisch beeld, dat al langer bestond en onbehandeld was. Daardoor gaf klaagster overlast. Begin 2022 wees de rechter het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af. Naar zijn oordeel was niet gebleken van ernstig nadeel door het gedrag van klaagster.
3.2 In 2023 kwam klaagster vanwege overlast weer regelmatig in beeld bij de politie, de woningbouwvereniging en de gemeente B. Op 26 oktober 2023 vroeg de gemeente nogmaals een aanvraag voorbereiding verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging aan. De psychiater was wederom de beoogd zorgverantwoordelijke. Op 2 november 2023 besloot de officier van justitie om een dergelijk verzoekschrift voor te bereiden. Op 17 november 2023 sprak de psychiater klaagster samen met een arts die in opleiding was tot psychiater.
3.3 Naar aanleiding hiervan schreef de psychiater in haar verslag van 17 november 2023: “Psychiatrisch onderzoek: Gezien wordt een matig verzorgde vrouw met vettig en ongekamd haar (wat passend kan zijn bij het feit dat zij net wakker is) in de raamopening van haar huis. Zij staat ons alleen op deze manier te woord en weigert om binnen verder met haar te praten. De leeftijdsschatting is conform de kalenderleeftijd. Maakt sociaal adequaat (oog)contact. Heeft een rustige houding en vertelt open over haar problemen. Klachtenpresentatie is met weinig emotie en tegenstrijdig; zegt geen bemoeienis van ons te willen, maar vertelt vervolgens wel uitgebreid over haar problemen en laat zich tevens hierin moeizaam in onderbreken. Helder bewustzijn, aandacht te trekken en te behouden. Geen aanwijzingen voor stoornissen in het geheugen. Oriëntatie is niet getest. Geen ziektebesef. Geen hallucinatoir gedrag, wel aanwijzingen voor akoestische hallucinaties. Denken is normaal tot versneld qua tempo en zo goed als coherent. Inhoudelijk sprake van betrekkings- en paranoïde wanen, mogelijk ook grootheidswanen. De stemming is niet uitgevraagd, komt nu normofoor over (mogelijk onderliggend dysfoor). Affect moduleert weinig. ... Conclusie en advies Het betreft een 50-jarige vrouw die bekend is met een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis en hiervoor niet in zorg is. Patiënte heeft al jaren geen ziektebesef en is zorgmijdend. Zij heeft paranoïde wanen mbt buren en is hierdoor in het verleden haar huis kwijtgeraakt en dakloos geweest en dit dreigt nu opnieuw te gebeuren. Is nooit adequaat behandeld. Vanuit GGD is een ZM aangevraagd en is het wijkteam B/E als zorgverantwoordelijk aangewezen. Bij huidige beoordeling wordt een onverzorgde vrouw gezien die niet uitgebreid met ons in gesprek wil, maar wel duidelijk maakt veel last te hebben van haar buren. Er is een sterk vermoeden van een psychotisch toestandsbeeld met paranoïde- en betrekkingswanen en akoestische hallucinaties.”
3.4 Op 29 november 2023 en 4 december 2023 wilde een onafhankelijk psychiater klaagster thuis onderzoeken. Dat mislukt omdat zij weigert de deur open te doen. Zij geeft met gebaren aan geen onderzoek te willen. De beschikbare informatie vond de onafhankelijk psychiater voldoende om positief te adviseren over een zorgmachtiging vanwege een sterk vermoeden op de aanwezigheid van een psychotische stoornis. Deze stoornis veroorzaakte ernstig nadeel. Behandeling kon dit naar zijn mening voorkomen.
3.5. Op 29 november 2023 stelde de zorgverantwoordelijke psychiater een zorgplan op.
3.6 De rechter behandelde het verzoek van de officier van justitie op de zitting van
5 januari 2024. De psychiater gaf de rechter toen informatie. De rechter oordeelde
dat sprake was van een stoornis bij klaagster die leidde tot ernstig nadeel. Hij baseerde
zich daarbij op de zitting en de volgende stukken: - het zorgplan van de psychiater
van 29 november 2023;
- een zorgkaart van 15 december 2023; - een medische verklaring van een onafhankelijke
psychiater; - de bevindingen van een geneesheer-directeur; - een uittreksel uit de
justitiële documentatie; - een afschrift van de politiemutaties.
3.7 De rechter oordeelde dat de volgende feiten uit de hem ter beschikking staande stukken en het behandelde ter zitting zijn gebleken: “Betrokkene dreigt uit haar woning gezet te worden, net zoals enkele jaren geleden het geval was. Betrokkene zou in dat geval dakloos worden. Betrokkene heeft tevens een gedragsaanwijzing gekregen van de burgemeester van de gemeente B. Betrokkene roept met haar hinderlijk gedrag agressie op bij anderen. Betrokkene veroorzaakt veel (geluids)overlast voor haar buren. Haar buren voelen zich niet meer veilig en zij hebben regelmatig contact met de politie. Betrokkene zou meermaals de buren hebben lastiggevallen, door voor de deur van de buren te staan en hen uit te dagen. In het verleden heeft betrokkene bij andere buren fysieke agressie vertoond. Haar buren worden tot het uiterste gedreven en hebben zich al eerder agressief opgesteld. Haar buurman is uiteindelijk aangehouden. Tevens is betrokkene de laatste tijd dagelijks in beeld bij politie, doordat zij belt en berichten stuurt. Betrokkene heeft een handgeschreven brief gestuurd naar de burgemeester, waarin vermeld staat dat haar broer de burgemeester wil vermoorden en zij haar broer tegenhoudt. Er is een onderzoek ingesteld naar de broers van betrokkene. Haar broer en halfbroers geven aan geen contact met betrokkene te hebben.”
3.8 Bij beschikking van 5 januari 2024 wees de rechter het verzoek toe. De zorgmachtiging die tot 5 juli 2024 werd afgegeven, werd door de rechter op 9 juli 2024 met 4 maanden verlengd. Gedurende deze periode bood de psychiater als zorgverantwoordelijke klaagster diverse malen zorg aan. Deze zorg werd door klaagster steeds geweigerd. 3.9 Na afloop van de zorgmachtiging werd geen verlenging daarvan meer gevraagd. Klaagster werd nog uitgenodigd voor een afsluitend gesprek maar is daarop niet verschenen.
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klaagster verwijt de psychiater dat zij in de periode vanaf juni 2023 tot heden:
- ten onrechte een zorgmachtiging voor haar aanvroeg;
- haar niet onderzocht;
- ziektes verzon;
- loog tegen de rechtbank en
- klaagster intimideerde. Zij had geen behoefte aan zorg van de psychiater.
4.2 De psychiater voert verweer en verzoekt het college de klacht ongegrond te verklaren.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag die voorligt is of de psychiater de zorg heeft verleend die van haar
verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende
psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende
beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat
zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
De inhoudelijke beoordeling
5.3 Zoals bij de feiten weergegeven, heeft de gemeente B op 26 oktober 2023 bij
de officier van justitie een ‘aanvraag voorbereiding verzoekschrift tot het verlenen
van een zorgmachtiging’ gedaan en is het verzoek aan de rechter daadwerkelijk door
de officier van justitie gedaan. De psychiater vroeg dus zelf geen zorgmachtiging
aan.
5.4 Om klaagsters geestesgesteldheid te beoordelen sprak de psychiater als beoogd zorgverantwoordelijke klaagster wel op 17 november 2023. Dat gebeurde door het raam omdat zij niet binnen mocht komen. Uit het verslag van haar observaties van 17 november 2023 blijkt dat de psychiater een psychiatrisch onderzoek heeft uitgevoerd. Een lichamelijk onderzoek was niet aan de orde.
5.5 Dat de psychiater ziektes van klaagster zou hebben verzonnen, blijkt niet uit het dossier. Daaruit komt juist naar voren dat alle betrokken psychiaters consistent tot een overeenkomstige diagnose komen als de zorgverantwoordelijk psychiater.
5.6 Evenmin is er aanleiding om te veronderstellen dat de psychiater tegenover de rechtbank zou hebben gelogen. Uit de beschikking van 5 januari 2024 blijkt dat de psychiater hetzelfde tegenover de rechter verklaarde als wat zij eerder in haar verslag van het gesprek van 17 november 2023 vastlegde. Waarover de psychiater zou hebben gelogen heeft klaagster niet duidelijk gemaakt.
5.7 Tot slot blijkt nergens uit dat de psychiater klaagster heeft geïntimideerd. Hoewel klaagster dat niet met zoveel woorden zegt, lijkt het erop dat klaagster met de intimidatie erop doelt dat de psychiater diverse malen aandrong om haar zorg te mogen verlenen terwijl zij dat niet wilde. Naar het oordeel van het college is dat geen intimidatie. Als zorgverantwoordelijke was het de taak van de psychiater om zorg te verlenen aan klaagster. Dat zij daarin te ver is gegaan blijkt niet uit het dossier. Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht
kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 26 augustus 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt,
voorzitter, C.H. van Dijk, lid-jurist, J.M.C. van Dam, A.M. van Hemert en M.H. Braakman,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door Y.M.C. Bouman, secretaris.