Zoekresultaten 12701-12710 van de 48119 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2075-20120b

    -

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:196 Raad van Discipline Amsterdam 20-927/A/A

    De klacht komt er in de kern op neer komt dat verweerder, advocaat van de wederpartij van klaagster, zich heeft schuldig gemaakt aan het verstrekken van informatie waarvan hij de onjuistheid kende of kon kennen. De klacht is ongegrond; verweerder mocht afgaan op de informatie die zijn cliënt hem heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2078-2069b

    Vader van door suïcide overleden zoon, maakt verwijten aan gz-psycholoog over de behandeling van zijn zoon, de overdracht voor waarneming tijdens vakantie, het niet informeren over het onderzoek naar het incident en de melding bij de IGJ, het niet geven van inzage aan klager als nabestaande en de geboden nazorg. Klachtgerechtigheid nabestaande. Beroepsgeheim ten opzichte van de overleden zoon. Processuele impasse door ontbreken patiëntendossier. Inzagerecht voor nabestaanden. Geen zwaarwegend belang. Nazorg fors onder de maat. Multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag niet gevolgd. Therapeutische plicht om nazorg te bieden. Deels gegrond. Geen inzicht getoond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2234-A2021/007A

    Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij 1) onvoldoende zorg heeft verleend in verband met klaagsters darmklachten, met daarbij maandenlang bloedverlies, en klaagster niet over de risico's heeft geïnformeerd, 2) niet de juiste medicatie heeft voorgeschreven, 3) onvoldoende nazorg heeft verleend door de klachten onvoldoende te monitoren en 4) klaagster niet heeft doorverwezen voor verder onderzoek. De verpleegkundige heeft primair een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid, omdat onvoldoende duidelijk is welke feiten klaagster aan haar klacht ten grondslag legt en de klacht mede lijkt te gaan over een behandeling waarbij de verpleegkundige niet betrokken is geweest. Subsidiair heeft de verpleegkundige betwist onvoldoende zorg te hebben verleend in de zes contacten die er zijn geweest. Het college heeft het beroep van de verpleegkundige op de niet-ontvankelijkheid verworpen en de zaak inhoudelijk beoordeeld. Het college heeft de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/692444 / DW RK 20/554

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarders hebben niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht aan te passen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/380875 / KL RK 20-150

    De notaris erkent dat hij tegen de rechter-commissaris verklaard heeft dat klager gezegd heeft de UBO van [X. D.O.O.] te zijn. Deze informatie valt in deze zaak onder de geheimhoudingsplicht waarvoor de rechter-commissaris de notaris reeds verschoningsrecht had toegekend. De notaris was dus in het verhoor niet gehouden te verklaren over hetgeen klager hem al of niet over het UBO-schap van [X. D.O.O.] vertelde. Immers, voor zover daar door de rechter-commissaris al naar gevraagd werd, had de notaris zijn werkwijze in dit dossier kunnen en moeten toelichten zonder de bedoelde informatie te geven. Ook had de notaris zonder schending van zijn geheimhoudingsplicht de rechter-commissaris kunnen zeggen dat hij eerder al met toepassing van artikel 25 lid 9 Wna schriftelijke vragen van het OM over het UBO-schap beantwoordde. Aldus zou hij naar bedoelde – naar de notaris terecht stelt reeds bekende – informatie hebben kunnen verwijzen zonder te verklaren over hetgeen klager hem als notaris vertelde. Door op dit laatste punt wel te verklaren heeft de notaris naar het oordeel van de kamer de geheimhoudingsplicht geschonden. Maatregel waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210124

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft namens de vrouw een verzoekschrift ingediend, terwijl tussen de vrouw en klager nog mediation gaande was en de mediationovereenkomst niet op de voorgeschreven wijze was opgezegd. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerster uit de gang van zaken en de uitlatingen van klager wel mocht opmaken dat de partneralimentatie geen onderdeel meer zou uitmaken van het mediationtraject. Het namens de vrouw ook al verzoeken om verdeling, voor het geval klager het convenant niet zou willen tekenen, stond verweerster echter niet vrij zo lang de mediationovereenkomst nog niet rechtsgeldig was opgezegd. Daarmee heeft verweerster de belangen van klager nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad. De raad heeft aan verweerster de maatregel van berisping opgelegd. Het hof meent dat met een lichtere maatregel kan worden volstaan, omdat verweerster geen tuchtrechtelijk verleden heeft en omdat het hof, anders dan de raad, van oordeel is dat verweerster haar aanvullende verzoek wel had mogen doen, als zij dat had beperkt tot het geschil over de partneralimentatie dat geen onderdeel (meer) uitmaakte van de mediation. Echter door al vooruit te lopen op een mogelijk mislukken van een lopend mediationtraject, heeft zij de tuchtrechtelijke betamelijkheidsgrens overschreden. Het hof legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2318-20151

    Verpleegkundige. Forensisch-psychiatrische inrichting. Klacht: onzorgvuldig en onprofessioneel handelen, verweerster heeft toegelaten dat medepatiënt klager wekte door water over hem heen te gieten, vertrouwen in zorgpersoneel en veiligheidsgevoel binnen kliniek aangetast. College: verwijt van onvoldoende toezicht is terecht. Geen maatregel; verpleegkundige was pas kort werkzaam in kliniek, heeft reprimande gekregen, heeft geleerd van voorval en heeft zich toetsbaar opgesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:164 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210103

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij in familiekwestie. Klachten over contact door verweerster met huisarts van de kinderen ongegrond evenals klacht over nodeloos aanspannen van rechtszaken. Bekrachtiging van beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2355-20153

    Verwijt aan gz-psycholoog dat hij het vertrouwen van klager in het zorgpersoneel en veiligheidsgevoel binnen de tbs-kliniek heeft aangetast. Daarnaast heeft de gz-psycholoog toegelaten dat een sociotherapeut geprobeerd heeft klager wakker te maken door een vork in zijn voetzool te steken. Wat de sociotherapeut deed, had hij niet kunnen voorkomen. Overige klachten te algemeen geformuleerd. Ongegrond.