Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZRZWO:2020:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 020/2020

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2020:70
Datum uitspraak: 03-07-2020
Datum publicatie: 03-07-2020
Zaaknummer(s): 020/2020
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klacht tegen orthopedisch chirurg, niet praktiserend. Gelet op het feit dat beklaagde niet in het BIG-register was ingeschreven toen hij de patiënt zag en zijn rapportage uitbracht waarop de klacht betrekking heeft, kan het college niet anders dan de klacht niet-ontvankelijk verklaren. Uit de aanduiding ‘niet praktiserend’ blijkt dat het gaat om een beroepsbeoefenaar die zijn praktijk heeft neergelegd en niet meer in dat beroep werkzaam is, aldus de nota van toelichting. In zoverre heeft beklaagde conform de daarvoor geldende regels aangegeven dat hij arts, niet praktiserend, is. Beklaagde is – ondanks zijn doorgehaalde BIG-registratie – door de rechtbank benoemd als deskundige. Hij heeft werkzaamheden verricht waarop de ‘RICHTLIJN MEDISCH SPECIALISTISCHE RAPPORTAGE IN BESTUURS- EN CIVIELRECHTELIJK VERBAND” van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage (NVMSR) van toepassing is. In die richtlijn staat onder 4.1 dat de expert als arts in het BIG-register moet zijn geregistreerd. Nu daarvan geen sprake was ten tijde van de opdracht en het uitbrengen van de rapportage, merkt het college op dat hier toch de verwarring lijkt te rijzen die de wetgever nu juist heeft willen voorkomen.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing in raadkamer d.d. 3 juli 2020 naar aanleiding van de op 13 februari 2020 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A , wonende te B,

k l a g e r

-tegen-

C ,

b e k l a a g d e

1.    HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

- het klaagschrift met de bijlagen;

- het overzicht zorgverlener, gedateerd 21 februari 2020;

- het verweerschrift.

2.    DE FEITEN

Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager, geboren in 1971, is bekend met rugklachten.

Bij brief van 16 februari 2018 is klager door de Rechtbank D geïnformeerd dat beklaagde als deskundige is benoemd voor het instellen van een onderzoek in een bestuursrechtelijke procedure.

De rechtbank gaf een opdracht tot het verrichten van een onderzoek als deskundige aan: “C, orthopedische chirurg

en heeft verder in de onderzoeksopdracht aan beklaagde verzocht:

“- betrokkene te onderzoeken;

- kennis te nemen van het dossier, in het bijzonder de stukken van medische aard;

- eventueel inlichtingen in te winnen bij de behandelend arts of de behandelende artsen;

- aan de hand van zijn bevindingen de volgende vragen te beantwoorden .

(…)”

Beklaagde werd verzocht met name informatie van medische aard en de informatie van de Rugpoli in zijn antwoord te betrekken.

Op 1 mei 2018 bracht beklaagde een adviesrapportage uit waarbij hij heeft opgetekend dat hij “klager zag op 4 april 2018 voor een orthopedische expertise”.

De rapportage is ondertekend met: “C, orthopedisch chirurg, niet praktiserend

Uit het overzicht zorgverlener blijkt dat beklaagde tot 1 januari 2016 ingeschreven was in het BIG-register als arts met het specialisme orthopedisch chirurg. Van 1 januari 2016 tot 8 januari 2018 was beklaagde ingeschreven als arts in het BIG-register. Op dat moment is de registratie doorgehaald, omdat de termijn voor herregistratie was verlopen.

3.    HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT

Klager verwijt beklaagde -zakelijk weergegeven- dat hij geen geldige registraties had voor het verrichten van de orthopedische expertise en niet bevoegd is geweest voor het uitbrengen daarvan, mede gezien de onzorgvuldige en volstrekt onkundige inhoud van de rapportage. Op herhaaldelijk verzoek van klager heeft beklaagde geen gegevens verstrekt omtrent zijn (geldige) registraties.

4.    HET STANDPUNT VAN BEKLAAGDE

Beklaagde voert aan dat hij sinds 8 januari 2018 niet meer is onderworpen aan tuchtrechtspraak, omdat hij per die datum is doorgehaald in het BIG-register. Het is ongelukkig dat de rechtbank in de opdracht aan beklaagde niet heeft vermeld dat beklaagde orthopedisch chirurg, niet praktiserend, is. Beklaagde heeft dit zelf wel vermeld in zijn rapportage.

5.    DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1

Het college stelt vast dat de registratie van beklaagde als arts in het BIG-register is doorgehaald op 8 januari 2018. Zijn specialistenregistratie was twee jaar eerder al doorgehaald.

Gelet op het feit dat beklaagde niet in het BIG-register was ingeschreven toen hij de patiënt zag en zijn rapportage uitbracht waarop de klacht betrekking heeft, kan het college niet anders dan de klacht niet-ontvankelijk verklaren. Uit artikel 47 van de Wet BIG volgt dat alleen wie is ingeschreven in het BIG-register onderworpen is aan tuchtrechtspraak.

5.2

Ten overvloede overweegt het college nog het volgende.

Uit de nota van toelichting bij het besluit van 24 november 2008, het Besluit periodieke registratie Wet BIG, volgt dat beroepsbeoefenaren van wie de registratie in het BIG-register is doorgehaald, op eigen verzoek of vanwege het niet voldoen aan de eisen van periodieke registratie van hun beroepstitel en/of specialistentitel, onder toevoeging van ‘niet praktiserend’ (voluit geschreven om verwarring te voorkomen) mogen blijven gebruiken. De nota van toelichting vermeldt dat de toevoeging ‘niet praktiserend’ aan een beroepstitel niet misleidend hoeft te zijn. Uit de aanduiding ‘niet praktiserend’ blijkt dat het gaat om een beroepsbeoefenaar die zijn praktijk heeft neergelegd en niet meer in dat beroep werkzaam is, aldus de nota van toelichting. In zoverre heeft beklaagde conform de daarvoor geldende regels aangegeven dat hij arts, niet praktiserend, is.

Beklaagde is – ondanks zijn doorgehaalde BIG-registratie – door de rechtbank benoemd als deskundige. Hij heeft werkzaamheden verricht waarop de ‘RICHTLIJN

MEDISCH SPECIALISTISCHE RAPPORTAGE IN BESTUURS- EN CIVIELRECHTELIJK VERBAND” van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage (NVMSR) van toepassing is. In die richtlijn staat onder 4.1 dat de expert als arts in het BIG-register moet zijn geregistreerd. Nu daarvan geen sprake was ten tijde van de opdracht en het uitbrengen van de rapportage, merkt het college op dat hier toch de verwarring lijkt te rijzen die de wetgever nu juist heeft willen voorkomen. Immers, derden, zonder dat zij daarop vat hebben of de consequenties daarvan op voorhand ten volle kunnen overzien, kunnen worden geconfronteerd met een niet BIG-geregistreerde, en dus in strijd met genoemde richtlijn handelende, rapporteur over wie zij niet bij de tuchtrechter kunnen klagen en tegen wie – zo nodig – geen tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden genomen. Het tuchtcollege geeft beklaagde daarom in overweging een opdracht als deze in de toekomst niet meer te aanvaarden.

5.3

Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal deze beslissing worden gepubliceerd.

6.    DE BESLISSING

Het college:

- verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk; en

- bepaalt dat deze beslissing in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften ‘Tijdschrift voor Gezondheidsrecht’, ‘Gezondheidszorg Jurisprudentie’ en ‘Medisch Contact’.

Aldus gegeven door P.A.H. Lemaire, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist, P.H. Wiersma, R.B. van Leeuwen en G.J.M. Akkersdijk, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van

J.W. Sijnstra-Meijer.

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.         Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als

- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard of

- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard.

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.         Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.         Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.