Zoekresultaten 12691-12700 van de 48123 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:171 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210167

    Beklag tegen beslissing geen advocaat aan te wijzen (art. 13). Klager wil een cassatieadvocaat aangewezen krijgen voor de procedure van sprongcassatie bij de hoge raad in drie verschillende zaken. De deken heeft dit verzoek volgens het hof op goede gronden afgewezen, omdat in de zaken van klager geen sprongcassatie openstaat. In de eerste zaak is een schikking getroffen, in de tweede zaak is niet gebleken dat sprongcassatie openstaat tegen het vonnis van de rechtbank en in de derde zaak beschikt het hof over onvoldoende stukken waaruit zou blijken wat de stand van zaken is dan wel of een rechtsmiddel openstaat. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2070-2020/170

    Klaagsters dienen een klacht in tegen een internist over de behandeling van wijlen hun vader met het verwijt dat zij zonder overleg met hun vader het behandelplan heeft gewijzigd met betrekking tot de total bodyscans. Verweerster betwist de klacht; zij stelt dat het laten maken van een scan van het gehele skelet niet als zinvolle diagnostiek wordt beschouwd, maar dat zij vanwege omstandigheden begrip had voor deze wens van de vader van klaagsters en in overleg met de radioloog bereid is geweest tot het maken van scans van het gehele skelet, die ook daadwerkelijk zijn gemaakt. Bij de laatste twee keer is echter geen total body scan gemaakt . Verweerster heeft de vader van klaagsters geprobeerd uit te leggen hoe dat heeft kunnen gebeuren; zij heeft niet het behandelplan gewijzigd, aldus verweerster. Zij betwist dat haar van het niet maken van een total bodyscan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het college verklaart de klacht (kennelijk) ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:172 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210202

    Verzoek om aanwijzing advocaat (art. 13). De deken heeft het verzoek van klager op goede gronden afgewezen nu de door klager gewenste procedure evident kansloos is. Klager wil namelijk een vordering van 75 miljoen euro instellen tegen de GGZ vanwege onvrijwillige opname. De enkele opname zonder nadere toelichting levert geen vorderingsrecht op. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:166 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200274 en 200275

    Klacht tegen een advocaat die in opdracht van een accountantskantoor twee rapporten heeft opgesteld ten behoeve van DNB (opdrachtgever accountantskantoor) en een klacht tegen het kantoor van de advocaat. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de klacht tegen het kantoor faalt. Het hof overweegt dat het verweten gedrag de bestuursleden van het kantoor niet kan worden aangerekend en gesteld noch gebleken is dat de klacht verband houdt met de organisatie van het kantoor. Ook komen twee klagers op tegen hun niet-ontvankelijkverklaring wegens onvoldoende rechtstreeks eigen belang en dit beroep slaagt. Het hof overweegt dat de uitlatingen in het rapport ook op hen zien en zij daarmee een rechtstreeks eigen belang hebben.De advocaat in deze zaak heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, doordat zij (met een wiskundige van EY) twee rapporten op briefpapier van EY mede heeft opgesteld zonder daarin duidelijk te maken door wie het rapport is opgesteld, welke rol de opstellers vervullen en aan de hand van welke maatstaven het rapport is opgesteld. In dit verband is van belang dat het rapport op briefpapier van het accountantskantoor is opgesteld en daaraan in het maatschappelijk verkeer dus een algemeen (objectief) gezag wordt ontleend gezien de normen en beginselen die gelden binnen de accountancy (terwijl bij het rapport geen accountant betrokken is geweest). Dat verweerster voormelde informatie en relativeringen in een losse brief heeft vermeld bij het rapport, doet niet ter zake omdat de brief geen onlosmakelijk geheel met het rapport vormt. Verweerster heeft misverstand laten ontstaan over haar hoedanigheid (Regel 9 Gedragsregels 2018). Voor zover verweerster geen hoor-wederhoor heeft toegepast bij het opstellen van rapport I geldt dat dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is, omdat expliciet is vermeld dat geen hoor-wederhoor is toegepast waardoor daar geen misverstand over kan bestaan. Voor zover verweerster daarbij heeft meegewerkt aan het gebruik van het rapport in een juridische procedure had zij wel hoor-wederhoor moeten toepassen. Daarbij heeft verweerster in rapport II tendentieuze opmerkingen over paulianeus handelen opgenomen. Nu dit rapport ook anderen dan het subject van het onderzoek betreft en zij niet zijn gehoord, heeft verweerster onzorgvuldig jegens hen gehandeld. In zoverre slaagt het beroep. Aan verweerster is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2042-2020/169

    Klaagsters dienen een klacht in tegen een internist over de behandeling van wijlen hun vader met het verwijt dat hij de klachten van hun vader en de verzoeken om nader onderzoek niet serieus heeft genomen, bij voorbeeld gebruik van chemopillen en het laten maken van een 'total bodyscan. Verweerder stelt dat hij zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Hij heeft met de vader van klaagsters de behandelopties doorgenomen en toegelicht. Besproken werd dat het effect van de radiotherapie zou worden afgewacht voordat eventueel werd gestart met medicatie. Er is gezamenlijk besloten tot een expectatief beleid met verdere follow up en met regelmatige beeldvorming. Als de vader ander onderzoek zou hebben gevraagd dan met hem werd afgesproken, dan zou verweerder dat zeker met de patiënt hebben besproken en in het dossier hebben genoteerd. Het college verklaart de klacht (kennelijk) ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:173 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210146 en 210147D

    Beroep dekenbezwaar en 60b-schorsing. De deken heeft naar voren gebracht dat de ernstige signalen over het functioneren van verweerster als advocaat, haar strafrechtelijke kwaliteit en haar geestelijk welzijn al lange tijd bron van zorg zijn bij politie, openbaar ministerie, rechtspraak, de deken en de coaches. Het hof is van oordeel dat de deken voldoende stappen heeft gezet om tot verbetering van het functioneren van verweerster als advocaat in strafzaken te komen, maar dat deze stappen tevergeefs blijken te zijn geweest. De beroepshouding van verweerster is zodanig dat niet valt te verwachten dat zij ooit als een professioneel en betamelijk advocaat kan handelen. Het ontbreekt verweerster aan inzicht in haar eigen optreden in procedures en fouten die ze heeft gemaakt. Ook ontbreekt het haar aan de wil om te leren van haar fouten. Ondanks het gegeven dat er vele signalen zijn over haar disfunctioneren, blijft zij dit ontkennen en blijft zij vasthouden aan haar eigen realiteit. Dit alles is voldoende grond om verweerster te schrappen van het tableau. Dit is de enige maatregel om potentiële cliënten tegen haar optreden als advocaat te beschermen en er is geen vertrouwen in verbetering. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad met betrekking tot het dekenbezwaar. Schrapping. Opheffing 60b schorsing want bij schrapping zonder effect. Proceskostenveroordeling (ook in eerste aanleg).

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210030W2

    Wraking van de wrakingskamer ongegrond. Schriftelijke afdoening wrakingsverzoek levert geen gegronde vrees op voor twijfel aan de onpartijdigheid van de leden van de wrakingskamer

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210208

    Verzoek om aanwijzing advocaat (art. 13). De deken heeft ondanks herhaalde informatieverzoeken aan klaagster geen duidelijke antwoorden gekregen voor welke procedure klaagster een advocaat wenste, waardoor hij niet tot een behoorlijke beoordeling van het verzoek kon komen. Voor zover klaagster een advocaat wenste om een klacht over de psycholoog en het ziekenhuis in te dienen heeft de deken het verzoek op goede grond afgewezen (geen verplichte procesvertegenwoordiging). Verder heeft de deken een advocaat bereid gevonden om klaagster te helpen haar hulpvraag op een rijtje te zetten. Nu klaagster dit aanbod heeft geweigerd, kan zij de deken niet tegenwerpen dat zij in deze fase het verzoek tot aanwijzing van een advocaat heeft afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210088

    Artikel 13 beklag. De deken heeft het verzoek van klager om op grond van artikel 13 Advocatenwet aan hem een advocaat toe te wijzen afgewezen. Klager wenst bijstand van een advocaat om een procedure te starten tegen de Rabobank. De deken heeft dit verzoek afgewezen omdat de zaak volgens hem onvoldoende kans van slagen heeft. Het is het hof niet duidelijk wat klager de Rabobank concreet verwijt. Het hof is van oordeel dat de deken terecht heeft kunnen concluderen dat de door klager gewenste procedure tegen de Rabobank geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof verklaart het beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210150

    verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring van beroep in voorzittersbeslissing. De gronden van verzet, die zien op klagers gezondheid, blijven voor zijn risico. Verzet ongegrond.