Zoekresultaten 11951-11960 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2022:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen Z2021/3197
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 07-01-2022
- ECLI:NL:TGZRGRO:2022:1
Klacht tegen verpleegkundige. Bij een pasgeborene is (niet door beklaagde) het infuus met een ongebruikelijk dikke laag pleisters bevestigd, zodanig dat de vingers moeilijk zichtbaar zijn. Beklaagde gebruikt een verbandschaar om deze te verwijderen en knipt daarbij een stukje van de pink af. Ze voert aan dat ze met haar eigen vingers heeft gevoeld waar de vingers van de baby zaten. Het college is van oordeel dat beklaagde niet onzorgvuldig heeft gehandeld door in dit geval de verbandschaar te hanteren, nu een alternatief niet voorhanden was. Niet kan worden vastgesteld dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld. Uit het (uiterst ongelukkige) gevolg van haar handelen kan dit op zichzelf niet worden afgeleid. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/22
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 15-11-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:28
De kern van de klacht gaat over de handelwijze van de notaris in verband met de totstandkoming van de Groninger akte. De kamer is van oordeel dat de notaris met zijn handelwijze zijn kerntaken als notaris heeft veronachtzaamd. Notariële kernwaarden als ‘onafhankelijkheid’, ‘onpartijdigheid’ en ‘zorgvuldigheid’ zijn door de notaris geschonden. Bij de totstandkoming van de Groninger akte heeft de notaris niet aan zijn zorg-, voorlichtings- en onderzoeksplicht voldaan. De notaris heeft op verschillende vlakken onzorgvuldig gehandeld en bovendien de belangen van klaagster veronachtzaamd. De notaris heeft namelijk de indruk gewekt dat hij aan de kant van de verkoper stond en daarmee heeft hij de schijn van partijdigheid opgeroepen.De kamer heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2022:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3256
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 11-01-2022
- ECLI:NL:TGZRSGR:2022:7
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis. Het College is van oordeel dat beklaagde de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld op juiste wijze heeft doorlopen en voldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Op basis van de informatie die hij uit verschillende bronnen had gekregen, heeft beklaagde in redelijkheid tot het besluit kunnen komen om voorafgaand aan het doen van de melding niet met klager in gesprek te gaan. Dat de informatie die beklaagde uit (in elk geval) één van zijn bronnen had verkregen, feitelijk onjuist bleek te zijn is ongelukkig, maar maakt het voorgaande niet anders; beklaagde heeft bij het doen van de melding moeten varen op de informatie die hij had verkregen. Het verwijt dat beklaagde onterecht en zonder onderbouwing op het meldformulierformulier heeft aangegeven dat het niet veilig zou zijn om met klager in contact te treden is feitelijk onjuist. Het College is van oordeel dat beklaagde voldoende zorgvuldig heeft gehandeld en dat hij bij zijn handelen heeft geprobeerd rekening te houden met de belangen van alle betrokkenen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3295
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 29-12-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:122
IGJ dient klacht in tegen psychiatrisch verpleegkundige. Kort na het ontslag van de patiënt uit de kliniek gaat beklaagde een affectieve relatie met de patiënt aan. Geen afkoelingsperiode. De patiënt blijft ambulant onder behandeling (van een collega van beklaagde). De patiënt meldt de relatie bij haar ambulante behandelaar. Beklaagde erkent het verwijt. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing met bijzondere voorwaarden.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2022:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2021/25
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 07-01-2022
- ECLI:NL:TGZRGRO:2022:2
Klacht tegen apotheker, inhoudende dat beklaagde de privacyregels heeft overtreden en zijn medische geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Ook heeft beklaagde patiëntengegevens verkocht, dan wel verstrekt aan een leverancier. Als vaststaand dient beschouwd te worden – wat door beklaagde ter zitting is bevestigd – dat beklaagde zijn beroepsgeheim heeft geschonden, door zonder toestemming van klager diens persoonsgegevens te verstrekken aan de leverancier. Uitgangspunt van het medisch beroepsgeheim is dat een zorgverlener geen inlichtingen over de patiënt aan derden – onder wie een leverancier – mag verstrekken. Dit geldt eveneens voor de inzage in, of een afschrift van, een medisch dossier. Enkel na de uitdrukkelijke toestemming hiertoe van de patiënt mag medische informatie aan derden verschaft worden. Het college acht de handelwijze van beklaagde foutief, daar hij bewust had moeten zijn van zijn medisch beroepsgeheim.Ook is ter zitting vast komen te staan dat beklaagde een vergoeding ontving van de leverancier voor het verstrekken van de persoonsgegevens van patiënten. Deze vergoedig bleek echter niet kostendekkend te zijn. Het college oordeelt echter dat rond een dergelijke handelwijze een zweem van een financieel belang hangt, welke op gespannen voet staat met het zorgbelang dat te allen tijde voorop dient te staan. Bovendien staat het ontvangen van een vergoeding - waarbij de persoonsgegevens zonder voorafgaande toestemming van de patiënt worden overgedragen aan één bepaalde leverancier – een onafhankelijke adviesverstrekking van de zorgverlener in de weg en is niet in lijn met hetgeen van een redelijk en bekwaam beroepsgenoot mag worden verwacht. Het college oordeelt de klacht gegrond en legt de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2022:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2247
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 11-01-2022
- ECLI:NL:TGZRSGR:2022:1
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar dochter. De klacht van klaagster bestaat uit meerdere onderdelen en heeft voornamelijk betrekking op het zonder toestemming van klaagster verstrekken van (onjuiste) informatie over haar dochter aan derden en het onvoldoende informeren van de ouders. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:1 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/686837 / DW RK 20/352
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 10-01-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:1
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte bankbeslag heeft gelegd en geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2022:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3270
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 11-01-2022
- ECLI:NL:TGZRSGR:2022:8
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster en haar dochter meldden zich later dan het afgesproken tijdstip voor de afspraak met beklaagde. Er ontstond een discussie tussen klaagster en haar dochter met beklaagde. Niet is komen vast te staan dat beklaagde tegen klaagster heeft geschreeuwd, haar heeft geïntimideerd of dat er sprake is van machtsmisbruik omdat de lezingen van klaagster en beklaagde sterk uiteenlopen en er geen nader bewijsmateriaal is overgelegd. Daarbij weegt mee dat het verweer van beklaagde door klaagster niet is weersproken. Ook anderszins niet gebleken dat beklaagde onjuist heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3148
- Datum publicatie: 11-01-2022
- Datum uitspraak: 07-01-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:1
Klacht tegen tandarts over onder meer tekortschietende paradontale behandeling en vervalsing van het patiëntendossier door achteraf aantekeningen toe te voegen. Tevens klacht dat klager zonder geldige reden uit de praktijk is uitgeschreven. Het college overweegt dat uit het dossier blijkt dat beklaagde oog heeft gehad voor tandvleesproblematiek. Het college acht het hoogste ongelukkig dat beklaagde achteraf aantekeningen aan het dossier heeft toegevoegd, maar gaat uit van onhandigheid, niet van boos opzet. Op basis van het dossier is aannemelijk dat klager zelf de behandelrelatie heeft beëindigd naar aanleiding van een hoogopgelopen geschil over de betalingstermijn van een rekening. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-632/DH/DH
- Datum publicatie: 10-01-2022
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:235
Verzet ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1195
- Pagina: 1196
- Pagina: 1197
- ...
- Pagina: 4819
- Volgende pagina zoekresultaten