Zoekresultaten 11961-11970 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-552/AL/MN
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:269
Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:300 Raad van Discipline Amsterdam 21-670/A/A
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:300
Klacht over de eigen advocaat gegrond. Verweerster heeft nagelaten de dagvaarding uit te brengen, waardoor het kort geding van klaagster tegen haar voormalig werkgever niet kon plaatsvinden. Verweerster heeft klaagster al die tijd in de waan gelaten dat de dagvaarding wel tijdig was uitgebracht. Vervolgens heeft zij gedurende lange tijd klaagster voorgelogen over de reden waardoor het kort geding was afgezegd. Verweerster heeft niks gedaan om haar beroepsfout ook maar enigszins te herstellen en ze heeft klaagster aan haar lot overgelaten. Schending van de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Geen oplegging van een maatregel, vanwege de gelijktijdige uitspraak op het dekenbezwaar (21-672/A/A/D) die grotendeels dezelfde feiten betreft als deze klacht, waarin de raad aan verweerster de maatregel op van een onvoorwaardelijke schorsing van twee weken en een voorwaardelijke schorsing met bijzondere voorwaarden heeft opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:221 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-992/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:221
Ne bis idem. Klacht heeft betrekking op hetzelfde feitencomplex als een eerdere klacht. Een volgende klacht over hetzelfde feitencomplex zal vanwege misbruik vanhet klachtrecht niet meer in behandeling worden genomen. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:98 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/691315 / DW RK 20/515 MdV/RH
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 26-11-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:98
Naast de vaststelling dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een termijn van ongeveer twee weken beantwoordt, mag van hem ook worden verwacht dat hij een adequaat antwoord geeft. Het enkel meedelen van het te betalen bedrag terwijl klaagster om een specificatie heeft verzocht is geen adquaat antwoord. De gerechtsdeurwaarder heeft de verzoeken van klaagster om informatie geïnterpreteerd als betalingsonwil, terwijl klaagster heeft gesteld dat zij wel wilde betalen, maar wel het juiste bedrag. Ter zitting heeft de gerechtsdeurwaarder erkend dat klaagster onvoldoende is geïnformeerd. Maatregel van berisping is opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:101 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/689238 / DW RK 20/444 MK/RH
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:101
Beslissing op verzet. In de wet is geen bepaling opgenomen waaruit blijkt dat het geven van een opdracht aan de gerechtsdeurwaarder om beslag te leggen moet gebeuren door een advocaat. Daarom is het niet relevant dat mr. [..] wel of niet uit het ambt is gezet en dat zijn secretaresse de opdracht heeft gegeven. Geen verrekening aangezien de tegenvordering wordt betwist. Beslissing van de voorzitter blijft in stand.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:228 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-825/DB/LI
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 23-11-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:228
Ingevolge de Statuten komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging aan elke bestuurder met de titel van algemeen bestuurder toe. De voorzitter passeert dan ook het beroep op de niet-ontvankelijkheid.Vrijheid van handelen van advocaat van de wederpartij niet overschreden. Dat en op welke wijze de privacy van klaagster zou zijn geschonden en welke vertrouwelijke gegevens door de gezamenlijke beslaglegging bij de andere contractspartij terecht zouden zijn gekomen, is door klaagster niet, althans onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd.Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:295 Raad van Discipline Amsterdam 21-642/A/NH
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 20-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:295
Raadbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht door het geheime adres van klager te delen met derden. Daarnaast heeft verweerder in strijd met gedragsregel 25 lid 1en 2 nagelaten zijn brief en dagvaarding in afschrift aan de advocaat van klager te sturen. Maatregel berisping en kostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:301 Raad van Discipline Amsterdam 21-672/A/A/D
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 27-12-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:301
Dekenbezwaar gegrond. Door na te laten (tijdig) op de verzoeken van de deken te reageren, heeft verweerster Gedragsregel 29 geschonden en daarmee de deken belemmerd in zijn toezichthoudende taak. Daarnaast heeft zij jegens een cliënte een beroepsfout gemaakt waarover zij gedurende lange tijd tegenover haar cliënte heeft gelogen. Bovendien heeft verweerster nagelaten direct melding te maken van haar beroepsfout bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Het optreden van verweerster in deze klachtprocedure getuigt niet van verbetering in haar gedrag. Ook acht de raad het zorgelijk dat verweerster nog geen treffende maatregelen heeft genomen om haar praktijkvoering te verbeteren. De raad is van oordeel dat verweerster zeer laakbaar gedrag heeft vertoond en daarmee het vertrouwen in de advocatuur ernstig heeft beschaamd. Schending van de kernwaarden deskundigheid en integriteit. De raad acht de maatregel van schorsing voor de duur van 13 weken, waarvan 2 weken onvoorwaardelijk, passend. De raad ziet aanleiding om aan het voorwaardelijk op te leggen deel van de schorsing een bijzondere voorwaarde van een door de deken te bepalen begeleidingstraject (op de zitting pseudo-patronaat genoemd) te verbinden, zoals door de deken voorgesteld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:222 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-350/DB/OB
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 20-12-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:222
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het moge zo zijn dat klager de inhoud van verweerders brieven als onaangenaam heeft ervaren, maar dat betekent nog niet dat de inhoud en toonzetting van verweerders brieven onnodig grievend waren. De raad is van oordeel dat de brieven in zakelijke bewoordingen zijn geformuleerd en van onnodig grievende uitlatingen geen sprake is. Dat verweerder de totstandkoming van een minnelijke regeling door zijn opstelling onmogelijk heeft gemaakt is geenszins uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht gebleken. Klachtonderdelen 1 en 2 ongegrond. Klager heeft gesteld dat het verweerder niet vrijstaat om op te treden voor A omdat verweerder in het verleden als advocaat voor klager heeft opgetreden, Vast staat dat verweerder klager niet heeft bijgestaan in dezelfde zaak als waarin hij thans optreedt voor A en dat van enig verband tussen de twee zaken geen sprake is. Klager noch diens advocaat hebben, ook niet desgevraagd ter zitting, onderbouwd dat verweerder beschikt over van klager verkregen vertrouwelijke informatie die redelijkerwijs van belang kan zijn bij de behandeling van de zaak klager en daarvan is uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht ook niet gebleken. Klagers advocaat heeft tot slot ter zitting van de raad desgevraagd verklaard dat de in gedragsregel 15 bedoelde “redelijke bezwaren” eruit bestaan dat verweerder zich jegens klager op ongepaste wijze heeft opgesteld in zijn bijstand aan A. De bezwaren van klager zien aldus kennelijk op de wijze waarop verweerder is opgetreden, terwijl de in gedragsregel 15 genoemde redelijke bezwaren zien op het feit dat de advocaat voor de wederpartij gaat optreden. De raad is van oordeel dat bij gebreke van deugdelijke onderbouwing, die niet is gegeven, niet kan worden vast gesteld dat sprake is van redelijke bezwaren als bedoeld in gedragsregel 15. De raad komt tot de slotsom dat van handelen in strijd met gedragsregel 15 niet is gebleken. Ook klachtonderdeel 3 is derhalve ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:99 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/687340 / DW RK 20/381 MdV/RH
- Datum publicatie: 06-01-2022
- Datum uitspraak: 26-11-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:99
Beslissing op verzet. De kamer is het eens met de oorspronkelijke beslissing. De stelling van klager dat hij de vordering niet kent is niet juist nu het vonnis aan hem is betekend. Op grond van het Besluit Breed Moratorium dient klager zich te wenden tot een schuldhulpverlener van de gemeente, die een verzoek kan doen bij de rechtbank. De tuchtrechter is in deze niet bevoegd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1196
- Pagina: 1197
- Pagina: 1198
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten