ECLI:NL:TGZRSGR:2022:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3270

ECLI: ECLI:NL:TGZRSGR:2022:8
Datum uitspraak: 11-01-2022
Datum publicatie: 11-01-2022
Zaaknummer(s): D2021/3270
Onderwerp: Onheuse bejegening
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster en haar dochter meldden zich later dan het afgesproken tijdstip voor de afspraak met beklaagde. Er ontstond een discussie tussen klaagster en haar dochter met beklaagde. Niet is komen vast te staan dat beklaagde tegen klaagster heeft geschreeuwd, haar heeft geïntimideerd of dat er sprake is van machtsmisbruik omdat de lezingen van klaagster en beklaagde sterk uiteenlopen en er geen nader bewijsmateriaal is overgelegd. Daarbij weegt mee dat het verweer van beklaagde door klaagster niet is weersproken. Ook anderszins niet gebleken dat beklaagde onjuist heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A ,

wonende te B,

klaagster,

tegen:

C , chirurg,

werkzaam te B,

beklaagde,

gemachtigde: mr. R.J. Peet werkzaam te Utrecht.

NaN. Het verloop van de procedure

NaN. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift, ontvangen op 15 juli 2021; en
  • het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 17 september 2021.

NaN. De partijen afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

NaN. Het College heeft de klacht op 16 november 2021 in raadkamer behandeld.

NaN. De feiten

NaN. Klaagster had op 10 juni 2021 een afspraak bij beklaagde voor een operatie aan de spataderen. Klaagster werd bij deze afspraak begeleid door haar dochter.

NaN.  Klaagster en haar dochter meldden zich later dan het afgesproken tijdstip bij de balie van de kliniek waar beklaagde werkzaam is. Daarop ontstond een discussie tussen klaagster en haar dochter met beklaagde.

NaN. De klacht

Klaagster verwijt de beklaagde, zakelijk weergegeven, dat hij zijn werk niet goed heeft gedaan door tegen haar te schreeuwen en haar te intimideren vanwege haar te late komst. Volgens klaagster heeft beklaagde zich schuldig gemaakt aan machtsmisbruik.

NaN. Het standpunt van beklaagde

Beklaagde heeft de klacht van klaagster en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen gemotiveerd bestreden. Hij ontkent tegen klaagster te hebben geschreeuwd, haar te hebben geïntimideerd en zich schuldig te hebben gemaakt aan machtsmisbruik. Wel erkent hij dat er enige discussie is ontstaan over het late arriveren van klaagster en haar dochter. Beklaagde wees klaagster erop dat zij zich vijftien minuten voor aanvang van de behandeling bij de balie had moeten melden en dat het haar was toegestaan om maximaal één persoon ter begeleiding mee te nemen. In het geval van klaagster was dit haar dochter. Dat deze dochter, toen zij een week eerder in de kliniek een soortgelijke ingreep had moeten ondergaan, een half uur had moeten wachten, vormde volgens beklaagde geen goede reden voor klaagster om te laat te komen. Dat klaagster en haar dochter – zoals zij vervolgens stelden – onderweg naar de kliniek door de politie waren staande gehouden, was voor beklaagde zonder meer wél een valide reden om te laat te komen. Toen dit over en weer zo uitgesproken was, was daarmee wat beklaagde betreft ‘de kous af’.

NaN. De beoordeling

NaN. Het College stelt vast dat de lezingen van klaagster en beklaagde over de discussie naar aanleiding van de late komst van klaagster uiteen lopen. Het College wijst er daarbij op dat klaagster voor haar versie van de gebeurtenissen geen nader bewijsmateriaal heeft overgelegd. Beklaagde heeft dat evenmin gedaan, maar heeft het College de uitnodigingsbrief aan klaagster overgelegd met daarin het tijdstip waarop zij zich bij de balie moest melden en heeft laten weten dat hij zijn versie aan drie met name genoemde medewerkers heeft voorgelegd, die zijn versie hebben bevestigd.

NaN. Omdat de lezingen van de gebeurtenissen van klaagster en beklaagde zeer uiteen lopen en er geen nader bewijsmateriaal is overgelegd, is het voor het College niet mogelijk om vast te stellen welk van beide lezingen

NaN. Ook anderszins komt uit de klacht van klaagster niet naar voren dat beklaagde zijn werk niet goed heeft gedaan of dat hij anderszins onjuist heeft gehandeld.

NaN. Om deze redenen verklaart het College de klacht kennelijk ongegrond.

NaN. De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:

verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 28 december 2021 door J.T.W. van Ravenstein, voorzitter, A.C. Hendriks, lid-jurist, I. Weenink, G.J. Dogterom en I. Dawson, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.