Zoekresultaten 11481-11490 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-065/DB/W
- Datum publicatie: 17-03-2022
- Datum uitspraak: 31-01-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:50
De gewraakte tuchtrechter heeft twee procedurele beslissingen genomen. De inhoud daarvan is niet dusdanig dat sprake is van zwaarwegende omstandigheden dat iin objectieve zin getwijfeld kan worden aan de onpartijdigheid van de tuchtrechter. Verzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle gp2021/01
- Datum publicatie: 17-03-2022
- Datum uitspraak: 11-03-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:23
Klaagster heeft een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis, inhoudende dat haar moeder emotioneel mishandeld werd door andere familieleden. Naar aanleiding van de melding is door een onderzoeker van Veilig Thuis onderzoek gedaan naar de situatie van moeder. Beklaagde, gz-psycholoog, heeft tweemaal deelgenomen aan een MDO. Gedurende het onderzoek is het perspectief gekanteld in die zin dat het onderzoek zich ging richten op de rol van klaagster. Beklaagde heeft samen met onderzoekster het aanvankelijke plan van aanpak besproken en is bij het MDO van 9 november 2020 door onderzoekster op de hoogte gesteld van haar conclusies. In haar consulterende en adviserende rol had beklaagde onderzoekster erop moeten wijzen dat het perspectief van het onderzoek was gewijzigd met alle gevolgen van dien. Dat heeft zij niet gedaan. Zij had met de onderzoekster moeten bekijken of het oorspronkelijk gemaakte plan van aanpak diende te worden herzien en/of (nog) niet uitgevoerde stappen alsnog hadden moeten worden uitgevoerd. Beklaagde had voorts niet akkoord mogen gaan met het rapport van onderzoekster, ook niet als concept-rapportage. Beklaagde had onderzoekster erop moeten wijzen dat zij klaagster op de hoogte had moeten brengen van de verdenkingen jegens klaagster en de uitlatingen van haar familieleden en instanties. Zij had onderzoekster er daarbij ook op moeten wijzen dat zij klaagster in de gelegenheid diende te stellen haar kant van het verhaal te laten horen en dat pas hierna een (eind)conclusie mogelijk was. Beklaagde is voorts (mede-)verantwoordelijk voor het delen van het integrale rapport met instanties en betrokkenen, zonder dat er een afweging is gemaakt van het daarmee gediende belang en het belang van privacy van klaagster. Klacht gegrond, volgt berisping.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2022:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2020/16
- Datum publicatie: 17-03-2022
- Datum uitspraak: 11-03-2022
- ECLI:NL:TGZRGRO:2022:17
Klager was bewindvoerder van een cliënte die bij beklaagde, GZ-psycholoog, onder behandeling was. Beklaagde heeft uitlatingen van haar cliënte in het dossier genoteerd welke een aantal negatieve kwalificaties aangaande klager inhouden zonder dat zij duidelijk heeft aangegeven dat het niet om feiten of haar (professioneel) oordeel gaat maar om subjectieve kwalificaties afkomstig van haar cliënte. Deze notities zijn door (de advocaat van) cliënte aan de rechtbank verstrekt bij het verzoek tot ontslag van klager als bewindvoerder. Het college oordeelt dat in een voortgangsrapportage zoveel als mogelijk duidelijk moet worden aangegeven waar het om objectieve informatie gaat en waar subjectieve waarnemingen van behandelaar en/of cliënt worden vermeld. Beklaagde had zich er bovendien van bewust moeten zijn dat een (deel van een) dossier door de cliënt kan worden gekopieerd en op die wijze aan derden kan worden verstrekt zonder dat de context duidelijk is. Zij heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de mogelijke (indirecte) effecten van haar aantekeningen. Beklaagde heeft zich te veel door haar cliënte laten beïnvloeden waar het om het weergeven en kwalificeren van (vermeende) gedragingen van de bewindvoerder ging. Deze wordt weliswaar niet bij naam genoemd, maar aangezien er maar één bewindvoerder functioneerde, was het niet voor meerderlei uitleg vatbaar om wie het ging. Door op deze wijze aantekeningen in het dossier op te nemen, heeft beklaagde onprofessioneel gehandeld. Gegrond, volgt berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 2021/3263
- Datum publicatie: 17-03-2022
- Datum uitspraak: 15-03-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:24
Klacht tegen plastisch chirurg, inhoudende dat tijdens de bovenooglidcorrectie teveel huid is weggehaald als gevolg waarvan de ogen niet goed meer sluiten. Het college oordeelt de klacht als ongegrond, daar twee verschillende huid- en oedeemtherapeuten hebben vastgesteld dat er tijdens de door hun verrichtte onderzoeken postoperatief geen afwijkingen waren en dat de oogleden volledig aansloten op de onderoogleden. Tevens geeft het dossier blijk van het feit dat de bovenoogleden mooi en soepel waren. Het voorgaande kan niet tot de conclusie leiden dat tijdens de bovenooglidcorrectie te veel huid is weggehaald. Voorts heeft klaagster geen documentatie aangeleverd waaruit anders zou blijken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3439
- Datum publicatie: 16-03-2022
- Datum uitspraak: 14-03-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:22
De huisarts wordt verweten dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door Oxycodon aan een patiënte, althans dat hij deze keuze onvoldoende heeft toegelicht. Verder wordt de huisarts verweten dat hij aanvankelijk niet had erkend dat hij (en niet de cardioloog) deze pijnstiller had voorgeschreven. Klachten zijn kennelijk ongegrond. Het college overweegt dat de huisarts gezien de pijnklachten van de patiënte en haar medische voorgeschiedenis terecht heeft gekozen voor het voorschrijven van dit middel. Niet vast te stellen is dat de huisarts heeft ontkend dit middel te hebben voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:48 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1078
- Datum publicatie: 16-03-2022
- Datum uitspraak: 16-03-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:48
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is de vader van een zoon die al meer dan elf jaar uit huis is geplaatst. Klager is er op enig moment op geattendeerd dat in zijn woonplaats iemand (de verpleegkundige) actief is die het voor elkaar kon krijgen dat uit huis geplaatste kinderen weer thuis komen wonen. De verpleegkundige heeft klager twee keer thuis bezocht en een hulpverleningsplan opgesteld. Klager heeft dit plan naar jeugdzorg gestuurd, waarna hem werd geantwoord dat de rechter een beslissing heeft gegeven en dat jeugdzorg zich daaraan houdt. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij:a. valse illusies maakt door te stellen dat zij deskundig is, dat zij verpleegkundige en EMDR-therapeut is en dat zij met zaken komt die kant noch wal raken;b. meent deskundig te zijn op gebieden die niets met verpleegkunde te maken hebben, zoals de bevoegdheid een indicatie te geven op pedagogisch/psychologisch gebied;c. haar registratie als verpleegkundige misbruikt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige, maar laat de openbare niet-geanonimiseerde publicatie van de beslissing vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.268
- Datum publicatie: 16-03-2022
- Datum uitspraak: 16-03-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:42
Klacht tegen KNO-arts. Verweerder heeft bij klager in verband met klachten aan en scheefstand van de neus een in- en uitwendige neuscorrectie uitgevoerd. Na de operatie heeft klager benauwdheidsklachten gekregen, met name in de nacht waardoor klager problemen heeft gekregen met slapen. Klager verwijt de KNO-arts in de kern dat hij bij de operatie verkeerd heeft gehandeld met als gevolg dat klager nog altijd klachten aan zijn neus heeft. Deze klachten worden door klager geduid als het lege neus syndroom. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3204
- Datum publicatie: 16-03-2022
- Datum uitspraak: 14-03-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:23
Klager verwijt de huisarts dat hij geen (herhaal)recept voor Lorazepam heeft willen geven aan klager, althans dat hij dat (te) laat en pas na aandringen heeft gegeven. Daardoor kwam klager zonder medicatie te zitten met als gevolg dat hij zich heeft misdragen. Het verbaast klager dat de huisarts na 14 jaar goede omgang klager ineens vernederend en niet respectvol heeft behandeld. Ineens werd een afspraak bij de huisarts afgezegd en kreeg klager te horen dat de huisarts hem niet meer als patiënt wil.De huisarts heeft aangevoerd dat hij het voorschrijven van de medicatie van klager niet heeft geweigerd. Er is wel een aantal keren vertraging geweest tussen zijn aanvraag en de levering via de apotheek. Door ruis in de arts-patiënt relatie heeft de huisarts klager laten weten om van huisarts te veranderen, met de toezegging voor continuering van zijn medicatie totdat hij bij een andere huisarts is ingeschreven. Een door klager gemaakte afspraak in de praktijk werd inderdaad om die reden teruggedraaid.Het college heeft - na behandeling van de klacht op een zitting - de klacht ongegrond verklaard. Verweerder is niet nalatig geweest in het (tijdig) voorschrijven van de medicatie, maar heeft op juiste wijze gehandeld door een vinger aan de pols te houden bij het uitschrijven van de herhaalrecepten. Het incident dat heeft plaatsgevonden kan niet (tuchtrechtelijk) worden verweten aan de huisarts. Dat klager via de assistente heeft moeten horen dat verweerder hem niet meer als patiënt wilde verdient niet de schoonheidsprijs, maar gebleken is dat de huisarts heeft gewaarborgd dat klager niet zonder medicatie kwam te zitten en de overdracht naar de opvolgend huisarts is goed gegaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.277
- Datum publicatie: 16-03-2022
- Datum uitspraak: 16-03-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:43
Klacht tegen verpleegkundige, die als coördinerend verpleegkundige werkzaam was op een gesloten afdeling van een verpleeghuis. De vader van klaagster was gediagnosticeerd met een prostaatcarcinoom en dementie en was op deze afdeling opgenomen. De klacht houdt in dat de verpleegkundige als coördinerend verpleegkundige (mede) verantwoordelijk is voor de slechte zorg die aan de vader van klaagster is verleend. De verwijten hebben onder meer betrekking op het hygiënebeleid, het beperken van de toegang van klaagster tot haar vader en het niet melden van valpartijen aan de familie.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3205
- Datum publicatie: 16-03-2022
- Datum uitspraak: 08-03-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:24
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de bedrijfsarts. Deze klacht heeft betrekking op twee periodes. De 1e periode betreft de begeleiding door de bedrijfsarts en de 2e periode ziet op een periode jaren later betreffende het opvragen van haar dossier.Ten aanzien van de 1e periode verwijt klaagster de bedrijfsarts dat zij 1) haar had moeten doorverwijzen naar een andere bedrijfsmaatschappelijk werker voor het onderzoek naar pesterijen en 2) nooit een derde gesprek met klaagster heeft gehad ter evaluatie en klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over het verdere verloop. Ten aanzien van de 2e periode verwijt klaagster de bedrijfsarts dat zij 1) haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden, 2) klaagster onheus heeft bejegend in een telefoongesprek, 3) klaagster ten onrechte heeft geïnformeerd over de ontvangst van het dossier en 4) meer algemeen dat zij klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd. De bedrijfsarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd.Het college heeft de klacht in haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.De bedrijfsarts kan niet worden verweten dat zij geen andere bedrijfsmaatschappelijk werker voor klaagster heeft geregeld, omdat niet kan worden vastgesteld dat zij op de hoogte was van de onvrede van klaagster. Ook kan verweerster niet worden verweten dat zij geen derde gesprek met klaagster heeft gevoerd, omdat klaagster inmiddels al weer beter was gemeld. Voorts kan niet worden vastgesteld dat de bedrijfsarts bij de terugkoppeling haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Evenmin kan worden vastgesteld dat de bedrijfsarts klaagster onheus heeft behandeld. Klaagster heeft verder het verslag van de twee consulten ontvangen. Tot slot is niet duidelijk geworden wat klaagster bedoelt met het verwijt dat zij onjuist is geïnformeerd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1148
- Pagina: 1149
- Pagina: 1150
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten