Zoekresultaten 10541-10550 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3450

    Klacht tegen een arts. Klaagster is de weduwe van de overleden patiënt van de arts. Klaagster verwijt de arts (1) dat zij de wijziging van de diagnose niet gedeeld heeft met de patiënt en een foute behandeling heeft ingezet en (2) dat de behandeling door de arts in het kader van een studie onzorgvuldig is geweest. Daarnaast (3) zou ze tijdens een consult een onjuiste diagnose hebben gesteld, onjuiste medicatie hebben voorgeschreven en patiënt in deplorabele toestand naar huis hebben gestuurd. Het college oordeelt dat de arts niet betrokken was bij de wijziging van de diagnose; eerste klachtonderdeel is ongegrond. Het college oordeelt wat betreft het tweede klachtonderdeel dat de patiënt in aanmerking kwam voor de studie. Ook was de arts niet gehouden om het risico van hyperprogressie te bespreken met patiënt en klaagster. Aan de informatieplicht is voldaan. Wat betreft het derde klachtonderdeel heeft de arts adequaat gehandeld tijdens het consult en is het gevoerde beleid te volgen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3484

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De klacht gaat onder meer over onjuiste en onvolledige behandeling. Klager is door zijn tandarts verwezen naar de kaakchirurg. De tandarts was voornemens een wortelkanaalbehandeling uit te voeren en hij wilde daarvoor advies. De kaakchirurg heeft klager onderzocht en beeldvormend onderzoek ingezet. Er bleek sprake van een cyste in de linker bovenkaak. De kaakchirurg heeft de cyste verwijderd en pathologisch onderzoek laten uitvoeren waarvan de uitslag een radiculaire cyste was. De kaakchirurg heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de oorzaak van de cyste en geen duidelijke terugkoppeling gegeven aan de verwijzend tandarts. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-117/DH/DH

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder is de ruime mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen, niet te buiten gegaan. Geen sprake van grievende uitlatingen. Ook geen belangenverstrengeling. Het stond verweerder vrij om bewijs te vergaren door informatie bij derden in te winnen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-305/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3630

    Klacht tegen een internist. Klager was in behandeling bij de internist vanwege een verslechterde nierfunctie en teveel eiwit in de urine. Klager verwijt de internist onder andere dat hij onjuiste medicatie heeft voorgeschreven en het ziektebeeld van klager heeft doen verergeren. Het college kan niet vaststellen dat er onjuiste medicatie is voorgeschreven. Wat betreft het doen verergeren van het ziektebeeld oordeelt het college als volgt. De internist heeft als arts een inspanningsverplichting om de patiënt te helpen beter te worden en aan die inspanningsverplichting heeft verweerder naar het oordeel van het college genoegzaam voldaan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:321 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-769/AL/MN

    Verzetbeslissing. De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3487

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De klacht gaat onder meer over onjuiste dan wel onvolledige behandeling. Klager had eerder een vrij grote cyste door een andere kaakchirurg laten verwijderen en kwam nu terug met persisterende klachten. Uit onderzoek bleek dat er vier gebitselementen verdacht waren en nader onderzoek en/of behandeling vroegen. Een dergelijke problematiek vraagt om een integrale behandelvisie. Het college is van oordeel dat de kaakchirurg niet voldoende (tijdig) is gekomen tot een voortvarend integraal behandelbeleid. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-418/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3669

    Klaagster heeft de verzekeringsarts verzocht in het kader van een beroepsprocedure tegen een beslissing van het UWV over haar WIA-uitkering een onafhankelijke expertise op te stellen. De verzekeringsarts heeft aan dit verzoek voldaan en een rapportage uitgebracht. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) de rapportage op onzorgvuldige wijze heeft opgesteld omdat hij geen eigen medisch onderzoek heeft gedaan, geen navraag heeft gedaan bij de behandelaars en niet onafhankelijk is en voorts dat hij 2) haar onheus heeft bejegend. De verzekeringsarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college oordeelt dat dat de verzekeringsarts niet onzorgvuldig heeft gehandeld, mede gezien de beperkingen door de coronapandemie. Hij heeft klaagster uitgebreid via videobellen gesproken en hij beschikte over haar (medisch) dossier. Er zijn verder geen aanknopingspunten dat hij niet onafhankelijk tot zijn rapportage is gekomen. Dat de verzekeringsarts klaagster onheus zou hebben bejegend, kan het college niet vaststellen. De verwijten die klaagster in zijn algemeenheid aan het instituut maakt, hebben geen betrekking op het handelen van de verzekeringsarts. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3448

    Klacht tegen een longarts. De inmiddels overleden man van klaagster kwam bij de longarts vanwege een longcarcinoom. Klaagster verwijt de longarts (1) dat hij heeft nagelaten een second opinion uit te laten voeren nadat er twijfels waren over de diagnose en (2) dat hij te laat heeft gereageerd op de mededeling van de patholoog dat een andere vorm van kanker is gediagnosticeerd en dit te laat aan patiënt heeft verteld waardoor patiënt niet goed geïnformeerd heeft kunnen kiezen voor de beste behandeling. Het college oordeelt dat de longarts de patiënt op zijn verzoek direct heeft doorverwezen naar een gespecialiseerd ziekenhuis. Ook zijn de preparaten van de biopsie doorgestuurd naar een expertisecentrum ter verdere bepaling naar de aard van de tumor. Deze uitslag is daarna direct doorgegeven aan de nieuwe behandelaar door de longarts. Daarmee heeft de longarts zijn behandeling correct afgerond en overgedragen. Kennelijk ongegrond.