Zoekresultaten 10271-10280 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1134

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager heeft een klacht ingediend over de Pro Justitia rapportage die over hem is opgesteld in het kader van een strafzaak. Klager heeft een tuchtklacht ingediend tegen de gz-psycholoog die volgens klager in de conceptfase van het Pro Justitia rapport aan de rapporterende psycholoog feedback heeft gegeven op de rapportage, maar klager heeft deze gz-psycholoog niet bij naam (kunnen) noemen. Het NIPF heeft de naam van de gz-psycholoog feedbackgever niet willen vrijgeven, omdat de feedback uitsluitend bedoeld is voor intern overleg en beraad. Deze klacht is door het Regionaal Tuchtcollege behandeld met vermelding van de beklaagde gz-psycholoog als N.N. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing overwogen dat het standpunt van het NIFP correct is, dat de klacht geen kans van slagen heeft en heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard met publicatie in geanonimiseerde vorm. In beroep heeft klager de beklaagde gz-psycholoog voor het eerst gekoppeld aan een met naam genoemde gz-psycholoog verbonden aan het NIFP. Het Centraal Tuchtcollege gaat ervan uit dat klager in beroep de verkeerde persoon als beklaagde heeft aangewezen, doet de zaak in beroep zelf af en verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht omdat het klaagschrift niet aan de eisen voldoet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:174 Raad van Discipline Amsterdam 22-574/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken kennelijk ongegrond. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad door te oordelen dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding wat betreft de betaling van het griffierecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:175 Raad van Discipline Amsterdam 22-573/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster heeft haar klacht tegenover het verweer van verweerder niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2022:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 709196 / NT 21-56 704691 / NT 21-39

    De kern van de klacht van klager, die klager in verzet heeft herhaald, vormt de bepaling over de kostenverdeelsleutel met betrekking tot de servicekosten, zoals deze kennelijk sinds 1962 voor de flatbewoners geldt en die ongewijzigd is gehandhaafd in de splitsingsakte.5.6. Dat de notaris uit eigen beweging erop had moeten toezien dat deze kostenverdeelsleutel in de splitsingsakte (of de akte van statutenwijziging) werd aangepast volgt de kamer niet. De notaris is gehouden zijn ministerie te verlenen conform artikel 21 Wna tenzij naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde of wanneer hij gegronde redenen voor weigering heeft. Daarvan was in het gegeven geval geen sprake. Nu de notaris in opdracht van het bestuur van de CFV, dat geacht mag worden de CFV rechtsgeldig te kunnen vertegenwoordigen, de akte statutenwijziging en de splitsingsakte heeft opgemaakt en gepasseerd en er geen gegronde redenen aanwezig waren om zijn ministerie te weigeren, heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet verwijtbaar gehandeld. Dat de notaris gehouden was in te grijpen om het kennelijk bestaande conflict tussen klager en het bestuur van de CFV op te lossen valt niet in te zien. Indien klager wijziging van de bepaling(en) omtrent de kostenverdeelsleutel wenst, dient hij daarvoor ofwel het bestuur van de CFV te adresseren ofwel zich te wenden tot de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:176 Raad van Discipline Amsterdam 22-586/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.103

    Klacht tegen een arts, destijds werkzaam bij het UWV. De arts heeft klager in mei 2016 beoordeeld in het kader van een aanvraag voor een WIA-uitkering en hiervan een rapportage opgesteld. Klager verwijt de arts dat hij a. ten aanzien van de rapportage niet zorgvuldig heeft gehandeld, b. ongemotiveerd en onzorgvuldig stukken van behandelend specialisten en medisch informatie heeft genegeerd en c. ten tijde van het handelen geen verzekeringsarts was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep, omdat het beroepschrift niet de gronden bevat waarop het beroep berust.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:28 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05392891 / KL RK 21-132

    Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris zijn werkzaamheden in deze zaak niet volledig naar behoren verricht. Daarbij gaat het er gelet op de beperkte opdracht van de notaris (afgifte verklaring voor erfrecht) op zich zelf beschouwd niet om dat de notaris -hoewel dat geen schoonheidsprijs verdient- het legaat aan zoon [Z.] te laat heeft gesignaleerd.Wel verwijtbaar is het dat de notaris zonder nader overleg met de kinderen tot afgifte van de verklaring van erfrecht is overgegaan, terwijl hem ondertussen duidelijk was geworden dat de kinderen ten tijde van de ondertekening van de akte aanvaarding en de boedelvolmacht niet van het legaat en de gevolgen daarvan voor de nalatenschap op de hoogte waren. Onder deze omstandigheden had de notaris, alvorens tot afgifte van de verklaring van erfrecht over te gaan, eerst contact behoren op te nemen met de kinderen. In ieder geval om te verifiëren of zij, gegeven het bestaan van het legaat en de (mogelijke) implicaties, hun instemming met de akte van aanvaarding en de boedelvolmacht gestand wensten te doen. Klacht deels gegrond, maatregel waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1143 en C2021/1178

    Klacht tegen gz-psycholoog. De zoon van klager heeft zich voor behandeling bij de praktijk waar beklaagde werkzaam is aangemeld. Klager heeft daar eerst een aantal gesprekken met een collega van beklaagde gevoerd. Na enkele weken heeft deze collega in verband met zijn vakantie de zorg overgedragen aan beklaagde. Kort voordat het tweede gesprek met beklaagde zou plaatsvinden is de zoon door suïcide overleden. De verwijten van klager betreffen onder meer de behandeling van de zoon, de overdracht door de collega aan beklaagde voor de waarneming tijdens vakantie, het niet informeren van de nabestaanden over het onderzoek naar het incident, het niet voldoen aan de KNMG-richtlijn over inzagerecht nabestaanden en de aan de nabestaanden geboden nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de geboden nazorg gegrond, legt aan de beklaagde een berisping op en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en dat van beklaagde tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:400 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-819/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:401 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-852/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht tegen een deken kennelijk ongegrond.