Zoekresultaten 1871-1880 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/11

    Verjaring, niet-ontvankelijkheid

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/9

    Overdracht registergoed na herverkaveling. Een voorafgaand aan de herverkaveling overeengekomen persoonlijk recht (voorkeursrecht) is niet in de akte van toedeling opgenomen. Naar het oordeel van de kamer leidt de titelzuiverende werking van de herverkaveling en het feit dat een notaris verantwoordelijk is voor de overdracht van het zakelijk recht ertoe dat een notaris bij een later titelonderzoek niet verder behoeft terug te gaan dan tot de akte van toedeling. Klaagster verwijt de notarissen dat zij haar (als voorkeursgerechtigde) hadden moeten informeren over de voorgenomen overdracht van het registergoed. Naar het oordeel van de kamer zouden de notarissen hun bevoegdheid te buiten zijn gegaan indien zij qualitate qua de voorkeursgerechtigde op de hoogte zouden hebben gesteld. Zij zouden daardoor hun ambtsgeheim hebben geschonden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/5

    Testatrice (88 jaar oud) neemt diverse legaten op in haar testament. Beoordeling wilsbekwaamheid. Naar het oordeel van de kamer is niet gebleken dat er ten tijde van de contacten die testatrice met de notaris heeft gehad, sprake was van zodanig bijzondere omstandigheden dat deze voor de notaris duidelijk aanleiding hadden moeten vormen nader onderzoek te doen naar de geestestoestand van testatrice. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:21 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-58

    De klacht bestaat kort gezegd uit de volgende negen onderdelen: 1. de notaris wordt verweten dat hij na de veiling de levering van de twee appartementen te [woon-vestigingsplaats] heeft voltooid door het proces-verbaal van veiling in te schrijven bij het Kadaster, terwijl er sprake was van een titelgebrek. Nadat klager op 12 oktober 2011 een e-mail van de notaris had ontvangen waarin vermeld stond dat de hypotheekhouder alle (hoogste) biedingen had geaccepteerd en gegund, heeft klager op 13 oktober 2011 telefonisch de notaris gemeld dat er iets niet klopte aan de veiling. De notaris had nader onderzoek moeten verrichten alvorens het proces-verbaal in te schrijven en de levering te voltooien; 2. op 17 oktober 2011 heeft de notaris meegewerkt aan een akte van levering tussen [C] (verkoper) en mevrouw [I] (medebestuurslid van [C] en partner van [B]) van een weiland te [woon-vestigingsplaats]. Op dezelfde dag passeert de notaris een akte van schenking waarbij het perceel aan de zoon van [I] wordt geschonken. De notaris was toen al op de hoogte van de oplichtingspraktijken van [B]. Door mee te werken aan de schenking heeft de notaris meegewerkt aan het onttrekken van voor verhaal vatbare vermogensbestanddelen; 3. de notaris heeft niet gereageerd op een brief van mr. [J], de advocaat van klager, van 30 oktober 2011, waarin de notaris wordt verzocht zijn medewerking aan eigendomsoverdracht van de geveilde registergoederen te staken alsmede waarin de notaris aansprakelijk wordt gesteld; 4. de notaris heeft tot twee keer toe informatie verstrekt aan een journalist over de executieveiling wat tot negatieve publiciteit voor klager heeft geleid. De notaris had zich moeten beroepen op zijn geheimhoudingsplicht. Klager heeft hierdoor veel schade geleden; 5. de notaris was bekend met de hypotheekakte van perceel [cijfer en nummers] omdat hij die zelf had gepasseerd. Dit perceel moest de ontsluiting mogelijk maken voor de drie op [datum] te veilen percelen. De notaris heeft echter op de veiling, voordat de drie percelen werden geveild, kenbaar gemaakt dat degene die deze drie percelen zou kopen het terrein niet zou kunnen ontsluiten, omdat perceel [cijfer en nummers] niet werd geveild. [B] en de notaris waren hiervan op de hoogte. Klager is hierdoor benadeeld; 6. de notaris heeft gelden doorbetaald aan de VvE van de twee appartementen te [woon-vestigingsplaats], terwijl er een verbod lag van de KNB tot er duidelijkheid was in de gerechtelijke procedure; 7. na de veiling heeft de notaris aan klager gemeld dat hij de sleutels van de appartementen in [woon-vestigingsplaats] van makelaar [X] had ontvangen. De notaris verdraait de werkelijkheid, aangezien hij zelf om de sleutels had gevraagd. De notaris heeft vervolgens de sleutels overgedragen aan de koper op de veiling, die op zijn beurt nieuwe cilindersloten heeft aangebracht; 8. de notaris heeft op de veiling toegestaan dat er voor nog geen 10% van de economische waarde geveild werd. Klager is hierdoor ernstig benadeeld. Er moest derhalve een tweede veiling opgestart worden waarin de privéwoningen, kantoor en perceel [cijfer en nummers] betrokken werden om de totale vordering te kunnen voldoen; 9. de notaris heeft onnodig lang uitstel gevraagd voor het indienen van zijn verweer, omdat hij in november 2013 met vakantie zou zijn. Zijn medewerkers hebben echter verklaard dat de notaris aan het werk was.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 560474/NT 14-8P

    Hoewel de kamer met de notaris van oordeel is dat zij beter vóór het tekenen van de koopovereenkomst van de desbetreffende woning met klager (die mede-eigenaar was) had kunnen spreken over de gang van zaken, heeft de notaris door haar handelen aan klager niet het recht of de mogelijkheid ontnomen om voorafgaand aan de levering te onderhandelen over de inhoud van de koopovereenkomst. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 560847/NT 14-10P

    De notaris mocht uitgaan van de mededelingen van de raadsvrouw van klaagster over de (acceptatie van de) depotvoorwaarden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-65

    De notaris heeft zijn taak als intermediair verzaakt, waardoor de afwikkeling van de nalatenschap drie jaar heeft geduurd.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-66

    De notarissen wordt verweten dat zij actoren zijn in het vuile spel van cliëntelisme, kartelvorming, onderlinge afspraken en marktverdringing met geoorloofde en ongeoorloofde middelen. Klaagster twijfelt aan de integriteit van de notarissen. Zij verwijt de notarissen dat zij willens en wetens in strijd met de Notariswet hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 556687/NT 13-84

    5.3 Naar huidig recht moet een codicil gegoten worden in een onderhands door de erflater geheel met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk. Wanneer de erflater het codicil niet ondertekend heeft, is het nietig (artikel 4:109 lid BW) Wanneer het codicil niet handgeschreven is of niet gedagtekend is, dan is het vernietigbaar. Codicillen met een inhoud die buiten dit artikel vallen, zijn eveneens nietig voor zover het beschikkingen betreft die niet bij codicil gemaakt kunnen worden. Leed het codicil onder oud recht aan een vormgebrek, dan is op grond van artikel 127 Ow NBW het huidig recht van toepassing. Zo is een niet gedateerd codicil naar oud recht nietig, maar naar huidig recht vernietigbaar. Nu op het onderhavige codicil de datum niet door erflaatster zelf is ingevuld en het codicil bovendien niet alleen de handtekening van erflaatster, maar daarnaast ook de handtekening van de daarin benoemde executeur-testamentair bevat, is het naar de opvatting van de kamer zodanig aannemelijk dat het codicil niet rechtsgeldig is opgemaakt, dat de kandidaat-notaris klager – die immers de geldigheid van het codicil betwistte – tenminste de gelegenheid had moeten bieden de vraag omtrent de geldigheid van het codicil aan de rechter voor te leggen. Naar het oordeel van de kamer had de kandidaat-notaris de verklaring van executele dan ook niet zonder meer mogen afgeven en in ieder geval niet al daags na de aankondiging van zijn voornemen daartoe in de brief van 28 november 2013. Dit geldt te meer nu in de brief van de kandidaat-notaris van 13 november 2013 een alternatief werd geboden voor deze juridische strijd omtrent de geldigheid van het codicil en de aan klager geboden responstijd ten tijde van de afgifte van de verklaring van executele nog niet was verstreken. Voor zover de kandidaat-notaris van oordeel is dat het codicil aan alle wettelijke eisen voldoet, nu het door erflaatster is geschreven en ondertekend, miskent hij daarbij dat het codicil niet door erflaatster is gedateerd, zodat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het codicil op de op het codicil vermelde datum is gemaakt. De kandidaat-notaris heeft – gezien het bovenstaande – onzorgvuldig jegens klager gehandeld. De klacht zal daarom gegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 545981 NT 13-47

    4.3 De notaris was dus op de hoogte van het feit dat tussen klaagster en haar broers kennelijk geen overeenstemming bestond over de vraag wie nu de notariële kosten diende te betalen. De Kamer oordeelt dat de notaris door het (laten) doen van tegenstrijdige mededelingen zelf de oorzaak is geweest van de gerezen onduidelijkheid. Nu partijen op grond van de aan hen gedane mededelingen beiden in de veronderstelling waren dat zij in hun recht stonden, had de notaris dit misverstand eenvoudig kunnen en moeten verhelpen door een brief naar de beide broers te sturen dat klaagster als legitimaris niet in de notariële kosten behoefde bij te dragen. De notaris heeft dit echter niet gedaan. Zijn brief aan Klaagster gaat geheel voorbij aan de aan haar gedane mededeling omtrent die kosten en geeft dus ook geen uitleg, waarom zij op die mededeling niet had mogen afgaan. Ook ter zitting en in zijn brief van 14 januari 2014 heeft de notaris er blijk van gegeven nog steeds niet in te zien wat zijn rol is geweest in het conflict tussen Klaagster en haar broers over die kosten en wat hij had behoren te doen om dat conflict te beëindigen. Het enkele aanbod € 100,00 aan Klaagster te vergoeden, zoals gesteld in zijn brief van 14 januari 2014 aan Klaagster, maakt dat niet anders. Daar komt bij dat de notaris Klaagster met zijn brief van 11 juni 2013 heeft gedreigd de tijd voor de beantwoording en afhandeling van haar brieven aan haar in rekening te brengen, hetgeen een notaris bepaald niet past. Dit geldt temeer nu de notaris, zoals hiervoor overwogen, zelf de oorzaak is geweest van het ontstaan en blijven bestaan van de onduidelijkheid over de notariskosten. Ook hierin is de notaris dan ook onzorgvuldig geweest jegens klaagster en oordeelt de kamer het klachtonderdeel gegrond.